• Twee gestolen gevelbeelden: een kop en een lepelaar

    Terug van weggeweest!

    Ik heb de afgelopen tijd veel verschillende projecten onder handen gehad en ben even niet toegekomen aan berichten erover op dit blog. Maar, gelukkig hebben we de foto’s nog, zoals de zakenman zei toen hij zijn miljoenenjacht zag zinken. Dit project is een interessante uitdaging geweest tussen alle ornamentwerk door. Het ging namelijk om een gevelbeeld met een lepelaar en een boeddhakop uit Haarlem.

    De originele natuurstenen ornamenten waren afkomstig uit de gevel van het Luthers Wees-en Oudeliedenhuis, dat gebouwd was in 1906. Na de sloop van dit tehuis zijn de stenen hergebruikt in de tuinmuur van het in 2015 ook weer gesloopte Vitae Vesper Bejaardenverzorgingstehuis. Er is een appartementencomplex op dit terrein gekomen en de gevelstenen bleven afgedankt en verweesd achter. Het Lutherse Kerkbestuur wilde deze ornamenten een laatste rustplaats geven in de tuinmuur tussen het Frans Loenenhofje en de Lutherse Kerk in Haarlem.

    Gestolen lepelaar, pelikaan en boeddhahoofd

    -klik op de foto voor het artikel-

    De zeven gevelbeelden werden uit de tuinmuur gedemonteerd en apart gehouden. Maar drie beelden, van een pelikaan, een lepelaar en een boeddhahoofd,  werden uit de bouwplaats ontvreemd. Gelukkig werd de pelikaan drie dagen later weer terug gevonden. Kennelijk is  er  een  markt  voor gestolen  ornamenten.

    Stilering

    De beelden zijn vrij sterk gestileerd en ik dacht even dat ze gemaakt zijn in de Art Deco-stijl. Maar de Art Déco begon pas een vlucht te nemen vanaf de jaren ’20 en rond 1906 was er al wel een stilering gaande, maar nog geen Art Deco.

    De nadruk moet gelegen hebben op de decoratieve functie, want ik kan me niet voorstellen wat een reiger en een boeddhahoofd voor verband hebben met een Luthers weeshuis. Of oudemannenhuis. Zoals het artikel vermeldt zijn ze rond 1905 gehouwen door beeldhouwer Tjipke Visser uit Bergen. Hij heeft er zeven gemaakt, te weten een Boeddhahoofd, een hoofd van een Indiaanse vrouw, twee katachtigen, een steenbok, en een lepelaar en pelikaan. De lepelaar en de pelikaan zijn aan weerszijden van een bestaand herdenkingsmonument geplaatst in de tuinmuur van de Lutherse Kerk. De andere reliëfs kregen een plek verderop in de muur.

    We hebben momenteel behoorlijk wat werk tegelijk onder handen. Dit kon ik niet allemaal alleen op tijd af krijgen, dus was ik blij dat Jelle de kop voor zijn rekening nam (lees hier↑ zijn blogbericht hierover) terwijl ik met een blauw beeld van sodaliet aan de slag was. Enige tijd later kon ik de lepelaar aan gaan pakken. We hebben allebei dezelfde procedure gevolgd, dus mijn benaderingswijze hieronder geldt ook voor de zandstenen kop van Jelle. Ik had twee blokken Bentheimer zandsteen op de juiste maat besteld, dus we konden meteen aan de slag.

    Boetseren en kopiëren

    twee nieuwe beelden op de pallet klaar

    Ik had er even over gedacht om deze lepelaar rechtstreeks uit het blok steen te hakken, maar dat is natuurlijk niet de beste methode om het aan te pakken als de klant een exacte kopie wil. Ik had over de email een heleboel foto’s gekregen van de oude beelden, met ook een aantal opmetingen die waren verricht aan de tegenhangers ervan die wel bewaard waren gebleven. Dit bleek onmisbaar bij de reconstructie: aan de hand van de maten en de foto’s kon ik een goed gelijkend kleimodel maken van de lepelaar. Gelukkig waren er foto’s van drie kanten, van toen de vogel nog in de vorige tuinmuur zat. Toen het kleimodel helemaal naar mijn zin was kon ik het gaan nahakken in steen. Kleine details zoals de veren in de vleugels liet ik voorlopig nog achterwege.

    Ik heb de contouren van de lepelaar overgenomen op een stuk karton, zodat ik ze kon overzetten op de steen. Toen ik de massa buiten de contouren weggehakt had, kon ik de overige maten vrij eenvoudig overnemen met een passer. Meestal leg ik de twee stukken daarvoor strak tegen elkaar aan. Zo kan ik de meeste breedtematen één voor een overnemen zonder mijn passer aan te passen. Ik heb daar ooit een video en een blogbericht over gemaakt. Toen de meeste maten erop staan en de grove vormen gehouwen waren volgde alleen nog het netjes afwerken van de lepelaar. De methode om eerst vanaf een kleimodel te werken heet Taille Indirecte. Lees meer over deze methode in dit blogbericht.

    Galerij

    De gevelreliëfs zijn te zien in de tuin van de Lutherse Kerk, Witte Herenstraat 22 in Haarlem.

  • Kraagsteen voor de Eusebiustoren: een vogelbeest?

    Vogelbeest: een kopie van een tufstenen kraagsteen door John Grosman in nieuwe Muschelkalksteen voor de Eusebiustoren in Arnhem

    Een van de laatste van de 10 kraagstenen voor de Zuid- en Noordzijde van de toren van de Eusebiuskerk op 23 meter hoogte was dit gevleugelde vogelbeest. Hij zit wat gedrongen in zijn hoekje en spreidt daar zijn klauwen en zijn vleugels. Dit stuk was oorspronkelijk gehouwen in 1954 door John Grosman, die ook een tweetal luchtbogen heeft versierd met beeldjes. Zijn zeven bazuinengelen uit de Apocalyps heb ik eerder al onder handen gehad; lees het verslag hier.

    Stijlkenmerken

    Grosman heeft deze beeldjes indertijd vlot gehouwen in de oorspronkelijke tufsteen, en de beitelslagen waren van dichtbij nog goed te herkennen. Ik heb deze stijl niet gewijzigd. Stide en ik waren het er over eens: als je zo nodig je eigen stempel op dit werk zou moeten drukken en dingen gaat wijzigen, dan doe je deze stijl geweld aan, je doet afbreuk aan een tijdsbeeld en je zult ofwel met iets totaal anders eindigen of met iets dat kant noch wal raakt, dat vleesch noch visch is. Dus ik heb met veel genoegen dit figuurtje vrij nauwgezet gekopieerd. Ik heb de groep indertijd nog ter plekke aan de toren kunnen bekijken en daar was duidelijk te zien dat deze vijf van Grosman een samenhangend geheel vormen, ook al kan ik de betekenis ervan niet duiden. De meeste van de vijf figuren hebben een vrij driehoekig, plat gezicht dat dicht op de oorspronkelijke oppervlakte gehouwen is, en zijn voorzien van vleugels.

    Poten en vleugels

    Dit vogelbeest was een klein beetje beschadigd. Hij miste een klauw aan zijn rechterpoot en er was wat oppervlakteschade. Ondanks dat hij er nog goed uit ziet wordt hij vervangen omdat deze Ettringer Tufsteen nu al tekenen van verval begint te tonen zoals piepkleine haarscheuren, die onvermijdelijk in de komende decennia gevaar gaan opleveren dat er stukken omlaag gaan komen. Ook is het origineel nu nog duidelijk afleesbaar, dus eenvoudig getrouw te kopiëren. Er zijn beeldhouwwerken aan de Eusebiuskerk die nu al uiteen vallen en onderdelen missen. Dat vereist dus dat er een reconstructie gemaakt wordt voordat er een kopie gehouwen kan worden.

    Zoals gezegd heb ik dit vogelbeest redelijk secuur gekopieerd, behalve dan dat ik de vleugels iets dunner heb uitgevoerd. Muschelkalk kan iets fijner gedetailleerd worden dan tuf en is ook sterker, zodat ik vaker dingen iets ranker kan uitvoeren dan het origineel. Naar mijn mening doet dit verder geen enkele afbreuk aan de voorstelling van het originele beeldhouwwerk.

    Punteren of frezen…

    het voorzagen van een luchtboogbeeld op de kopieerzaagmachine
    het voorzagen van een luchtboogbeeld op de kopieerzaagmachine

    Er zijn natuurlijk methoden om dit beeldhouwwerk nog veel exacter te kopiëren. Ik kan het met een punteerapparaat tot op de millimeter opmeten en nahakken in nieuwe steen. Of ik kan het vogelbeest met plastilineklei helemaal puntgaaf bijboetseren, dan laten scannen met een 3D-scanner, en dan laten uitfrezen in een nieuw blok steen met een CNC-vijfassige freesmachine.

    Het mag duidelijk zijn dat aan deze methoden naast het voordeel van accuratesse ook een aantal nadelen hangen zoals langere levertijd en veel hoger prijskaartje. Een CNC-frees kopieert elk putje, dus moet ieder model ofwel puntgaaf worden voorbereid of je moet een ruime marge houden boven het uiteindelijke bewerkte vlak. Dit zijn ook kostbare machines, dus dit freeswerk is ook niet gratis. Tegen de tijd dat de scan bewerkt is en de robot en de steen er klaar voor zijn, ben ik al rond met voorzagen. Ook komt er geen verder tussentransport bij.

    Twee gevleugelde kubistische beesten: oude tufstenen kraagstenen uit 1954 door John Grosman van de Eusebiustoren in Arnhem

    Daarom is mijn kopieerzaag voor de luchtboogbeeldjes een perfecte tussenoplossing: ik kan snel heel veel steen nauwkeurig verwijderen, en tegen lage kosten. Toch is er weinig voorbereiding van het origineel nodig en houd ik net zoveel marge over als ik van tevoren heb ingesteld. Helaas kan ik deze machine voor de kraagstenen niet goed gebruiken omdat deze figuren zijn ingebed in strak steenhouwwerk.

    Ik mag niet het risico lopen dit te beschadigen met een ietwat uitgeschoten zaagsnede. Bij de luchtboogbeelden is dit risico nagenoeg niet aanwezig, omdat deze rondom gezaagd moeten worden. Vandaar dat ik dit vogelbeest en al zijn andere broertjes uit de hand heb opgemeten met behulp van passers en profielmallen.

    Naar de volgende kraagsteen.

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.