Terugblik op de Zuiderkapel van de Utrechtse Domkerk

tufstenen kanthogels aan de zuiderkapel van de Domkerk Utrecht

Tufstenen hogels voor de zuiderkapel

Bij een bezoek aan de Domtoren voor een offerte heb ik even de tijd genomen om nog gauw een paar fotootjes te maken van ons recent voltooide werk aan de Domkerk. Om precies te zijn de 3 gevels van de Zuiderkapel aan de Pandhofzijde.

Als je het je nog herinnert: we hadden een paar maanden geleden 29 tufstenen kantbloemen gemaakt voor de spitsbogen van de Domkerk in Utrecht. Nu hebben Serge en Stide wel het merendeel van de bloemen gehakt, maar het stond er allemaal zo mooi bij dat ik er toch hier op mijn blog ook aandacht aan wil besteden.

Vervangen

Er is heel wat meer tufsteen vervangen dan alleen de kantbloemen: alle drie de geveltoppen zijn opnieuw opgebouwd en ook in de steunberen ernaast is aardig wat nieuwe steen toegepast, te herkennen aan de lichtere kleur. Dit werk is uitgevoerd door restauratieaannemer Nico De Bont uit Vught en Slotboom Steenhouwers uit Winterswijk, waar we op vier verschillende projecten mee samenwerken (Arnhem, Den Bosch, Utrechtse Domkerk en Utrechtse Domtoren). De balustrade, de spitsbogen en de waterspuwers zijn bij deze restauratie gewoon blijven zitten. In ieder geval, het ziet er allemaal weer mooi uit en ik kijk er met plezier en trots op terug.

tufstenen kanthogels aan de zuiderkapel van de Domkerk Utrecht

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Pinakels voor de Eusebiuskerk


We hebben momenteel karrenvrachten vol met onderdelen van pinakels onder handen. Ze zijn allemaal bestemd voor de Eusebiuskerk in Arnhem. Hieronder wat foto’s van het werk dat ik tot nu toe hiervoor gemaakt heb. Op de foto hierboven zie je al een aantal blokken klaar staan voor transport: achtereenvolgens een oud tufstenen blok, een blok rood zandsteen van mij, dan een van Stide en een van Jelle, en tenslotte nog een van Jelle in Massangis-kalksteen. Het gaat om ornamentwerk voor twee hele grote complete pinakels, en heel veel losse onderdelen van een aantal andere pinakels.

Ornamenten

oude pinakel van tusteen voan EUsebiuskerk in Arnhem

de oude pinakel van tufsteen

Nou is het zo dat wij al het steenhouwwerk niet zelf doen. Dat wordt gedaan door de steenhouwers van Slotboom Steenhouwers in Winterswijk. Wij doen alleen het ornamentwerk. Veel van de oude ornamenten zijn afgebrokkeld en wat ondiep en lomp gehakt indertijd. Een mooie kans om er weer wat fraais van te maken. Ook ben ik een paar wonderlijke vormen van hogels (gotische bladmotieven) tegengekomen op een aantal blokken. Omdat dit werk betrof dat als reparatiewerk in bestaand werk wordt ingevoegd, heb ik deze vreemde vormgeving gewoon gehandhaafd, zodat het straks niet contrasteert met de andere onderdelen van die pinakel.

Bont geheel

De twee compleet te vervangen pinakels zijn samengesteld uit vijf verschillende steensoorten: witte Massangis-kalksteen, bruine Udelfanger zandsteen, rode Eifelzandsteen, rode Bentheimer zandsteen en geelbruine Weiberner tufsteen. Dit is in de jaren ’20 van de vorige eeuw zo toegepast bij een eerder restauratie en om de duurzaamheid ook voor deze pinakels gebruikt. Het zorgt straks voor een levendig beeld van contrasterende steensoorten.

Massangis

Dit is de eerste keer dat ik werk met Massangis-kalksteen. Het is best een lastige steensoort: voor een kalksteen behoorlijk hard en vrij lastig om mooie strakke randen te houden. We zullen waarschijnlijk bij de restauratie van de Domtoren nog heel veel ornamentwerk in Massangis moeten gaan hakken, dus we kunnen alvast oefenen zo!

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

oud pinakelblok tufsteen

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Twee gestolen gevelbeelden: een kop en een lepelaar

Terug van weggeweest!

Ik heb de afgelopen tijd veel verschillende projecten onder handen gehad en ben even niet toegekomen aan berichten erover op dit blog. Maar, gelukkig hebben we de foto’s nog, zoals de zakenman zei toen hij zijn miljoenenjacht zag zinken. Dit project is een interessante uitdaging geweest tussen alle ornamentwerk door. Het ging namelijk om een gevelbeeld met een lepelaar en een boeddhakop uit Haarlem.

De originele natuurstenen ornamenten waren afkomstig uit de gevel van het Luthers Wees-en Oudeliedenhuis, dat gebouwd was in 1906. Na de sloop van dit tehuis zijn de stenen hergebruikt in de tuinmuur van het in 2015 ook weer gesloopte Vitae Vesper Bejaardenverzorgingstehuis. Er is een appartementencomplex op dit terrein gekomen en de gevelstenen bleven afgedankt en verweesd achter. Het Lutherse Kerkbestuur wilde deze ornamenten een laatste rustplaats geven in de tuinmuur tussen het Frans Loenenhofje en de Lutherse Kerk in Haarlem.

Gestolen lepelaar, pelikaan en boeddhahoofd

-klik op de foto voor het artikel-

De zeven gevelbeelden werden uit de tuinmuur gedemonteerd en apart gehouden. Maar drie beelden, van een pelikaan, een lepelaar en een boeddhahoofd, werden uit de bouwplaats ontvreemd. Gelukkig werd de pelikaan drie dagen later weer terug gevonden. Kennelijk is er een markt voor gestolen ornamenten.

Stilering

De beelden zijn vrij sterk gestileerd en ik dacht even dat ze gemaakt zijn in de Art Deco-stijl. Maar de Art Déco begon pas een vlucht te nemen vanaf de jaren ’20 en rond 1906 was er al wel een stilering gaande, maar nog geen Art Deco.

De nadruk moet gelegen hebben op de decoratieve functie, want ik kan me niet voorstellen wat een reiger en een boeddhahoofd voor verband hebben met een Luthers weeshuis. Of oudemannenhuis. Zoals het artikel vermeldt zijn ze rond 1905 gehouwen door beeldhouwer Tjipke Visser uit Bergen. Hij heeft er zeven gemaakt, te weten een Boeddhahoofd, een hoofd van een Indiaanse vrouw, twee katachtigen, een steenbok, en een lepelaar en pelikaan. De lepelaar en de pelikaan zijn aan weerszijden van een bestaand herdenkingsmonument geplaatst in de tuinmuur van de Lutherse Kerk. De andere reliëfs kregen een plek verderop in de muur.

We hebben momenteel behoorlijk wat werk tegelijk onder handen. Dit kon ik niet allemaal alleen op tijd af krijgen, dus was ik blij dat Jelle de kop voor zijn rekening nam terwijl ik met een blauw beeld van sodaliet aan de slag was. Enige tijd later kon ik de lepelaar aan gaan pakken. We hebben allebei dezelfde procedure gevolgd, dus mijn benaderingswijze hieronder geldt ook voor de zandstenen kop van Jelle. Ik had twee blokken Bentheimer zandsteen op de juiste maat besteld, dus we konden meteen aan de slag.

Boetseren en kopiëren

twee nieuwe beelden op de pallet klaar

Ik had er even over gedacht om deze lepelaar rechtstreeks uit het blok steen te hakken, maar dat is natuurlijk niet de beste methode om het aan te pakken als de klant een exacte kopie wil. Ik had over de email een heleboel foto’s gekregen van de oude beelden, met ook een aantal opmetingen die waren verricht aan de tegenhangers ervan die wel bewaard waren gebleven. Dit bleek onmisbaar bij de reconstructie: aan de hand van de maten en de foto’s kon ik een goed gelijkend kleimodel maken van de lepelaar. Gelukkig waren er foto’s van drie kanten, van toen de vogel nog in de vorige tuinmuur zat. Toen het kleimodel helemaal naar mijn zin was kon ik het gaan nahakken in steen. Kleine details zoals de veren in de vleugels liet ik voorlopig nog achterwege.

Ik heb de contouren van de lepelaar overgenomen op een stuk karton, zodat ik ze kon overzetten op de steen. Toen ik de massa buiten de contouren weggehakt had, kon ik de overige maten vrij eenvoudig overnemen met een passer. Meestal leg ik de twee stukken daarvoor strak tegen elkaar aan. Zo kan ik de meeste breedtematen één voor een overnemen zonder mijn passer aan te passen. Ik heb daar ooit een video en een blogbericht over gemaakt. Toen de meeste maten erop staan en de grove vormen gehouwen waren volgde alleen nog het netjes afwerken van de lepelaar. De methode om eerst vanaf een kleimodel te werken heet Taille Indirecte. Lees meer over deze methode in dit blogbericht↑.

Diashow

-klik op een foto voor de vergrote weergave-

De gevelreliëfs zijn te zien in de tuin van de Lutherse Kerk, Witte Herenstraat 22 in Haarlem.

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Wat is er nodig voor de redding van de Notre Dame? (2)

-lees hier deel 1 van dit artikel-

Een heel kort tijdsbestek (2)

President Macron heeft dus aangekondigd dat de kathedraal in vijf jaar herbouwd moet worden. Hij heeft een Franse generaal aangesteld om het geheel te leiden en er is ook al een prijsvraag aangekondigd voor een nieuwe vieringtoren. Het zal wel iets worden van staal en glas, met een moderne iets piramide-achtige vorm… o, waar heb ik zoiets al meer gezien?

Allemaal heel opmerkelijk. Een aantal weloverwogen te nemen beslissingen wordt er snel doorheen gedrukt zonder discussie of overleg, en het inzetten van het leger geeft vrijheid om een heleboel regels te omzeilen. Er is immers een gigantische stroom aan materialen nodig (voor het dak zijn alleen al meer dan 1300 dikke rechte eikenbomen nodig, en waar haal je die zo gauw vandaan? Gelukkig hebben Britse landgoederen er al een paar honderd toegezegd.)

Logistieke uitdaging

Het voordeel van de leiding door een generaal is natuurlijk dat deze getraind is in militaire planning. Hij zal een grondige kennis hebben, of in ieder geval toegang hebben tot mensen die dat kunnen, van enorme logistieke stromen op een schaal die in het dagelijks leven vrijwel niet voorkomt. Ik verwacht niet dat deze generaal tot in de puntjes vertrouwd is met de restauratie van een gotische kathedraal; daar zullen andere mensen voor zijn. Hij zal de man moeten zijn die de randvoorwaarden moet verzorgen.

Er moeten ook enorme hoeveelheden nieuwe steen gewonnen worden, die moeten op heel veel verschillende plekken bewerkt worden en allemaal op het juiste moment naar de kathedraal gebracht worden. Gelukkig ligt die pal aan de Seine, zodat net als in vorige eeuwen het materiaal over het water kan worden aangevoerd, opdat de stad niet verstopt raakt met vrachtauto’s. Natuurlijk moet er wel een lossteiger met een kraaninstallatie en een grote opslagplaats worden aangelegd, maar de Nederlanders onder de lezers weten natuurlijk maar al te goed dat je die ruimte zelf kunt maken.

Frankrijk heeft vele steengroeven die in het verleden steen hebben geleverd voor de bouw van kerken. Er is een enorme diversiteit aan steen, van graniet, basaltlava en honderden soorten kalksteen tot zandsteen en gneis. Maar niet elke steensoort en zelfs niet elke steenlaag in de betere steengroeven is geschikt voor kerkenbouw. Tel daarbij op dat momenteel heel veel groeven een vrij lage productie hebben of zelfs een slapend bestaan leiden, dan wordt duidelijk dat er een hoop zal moeten worden opgeschaald. Stel dat een groeve prima materiaal heeft, maar er zit nog wel een dikke laag omheen van minder materiaal. Het zal even duren voordat deze groeve het juiste materiaal kan leveren.

Dan hebben we het nog niet over de houten kapconstructie, het dakmateriaal, alle vensters, alle beeldhouwwerken in brons en steen, alle ornamenten, en waar je alle vaklui vandaan haalt. En hoe die daar allemaal komen.

Het dak van een gotische kerk

doorsnede van de steunberen en luchtbogen

Wat is er nu in grote lijnen verdwenen? Wat het eerst opvalt is de verdwijning van de houten kapconstructie en de middentoren. Nu bestaat het dak van een gotische kerk uit twee delen. Je hebt het stenen gewelf waar je van binnen tegenaan kijkt, en daarboven een houten dakconstructie die de dakleien of, zoals bij de Notre Dame, de groenkoperen dakbedekking draagt.

Stel je voor dat je een boek openslaat en open, als een dak, op tafel neerzet, met de pagina’s naar binnen. Het boek zal willen zakken en plat gaan liggen, tenzij je het met je vingers tegenhoudt. Zo werkt het ook met zo’n dak: tenzij je er tegendruk aan geeft aan de zijkanten of in het midden een trekspant aanbrengt, zal het plat willen gaan. Omdat in de gotiek geen trekspanten werden toegepast maar spitsbogen, moest de druk van buitenaf worden opgevangen. In het verleden werd dit opgelost met metersdikke muren, waardoor grote gebouwen erg donker werden. Het geniale van de gotische bouwmeesters is dat zij open structuren ontwierpen die de muren van buitenaf ondersteunden: de luchtbogen en steunberen. De muren hoeven dan ook niet massief te zijn, en laten ruimte voor enorme ramen.

Bij de Notre Dame zijn alle 1300 balken van de houten kap verdwenen, en het onderliggende stenen gewelf eronder is deels ingestort. Een gewelf is een geheel van een aantal spitsbogen die door hun eigen gewicht op hun plek blijven, mede dankzij die druk van buiten. De (driehoekige) ruimten tussen die spitsbogen is opgevuld met metselwerk, zodat je een stenen dak krijgt: het gewelf. Als je het verdwenen gewelf van de Notre Dame weer terug wilt brengen moet je het eerst weer opmetselen. Het is een vrijdragende constructie, dus tijdens het bouwen zul je zware houten ondersteuning moeten aanbrengen: de zogenaamde formelen.

Als de gewelven hersteld zijn kan de kap gebouwd worden. Dat kan desnoods met groen hout; dat is in het verleden ook gebeurd, alleen zul je met krimp rekening moeten houden. Ik weet niet of ze dat tegenwoordig ook nog zo doen of liever voorgedroogd eiken gebruiken. Ik heb verder geen verstand van dit werk, maar het is in ieder geval een enorme klus om al die houtverbindingen op maat te maken en ter plekke in elkaar te zetten. En dan hebben we het nog niet over de houten, met lood beklede vieringtoren van Viollet-le-Duc.

Vensters van de Notre Dame. Foto door Lionel Allorge – CC BY-SA 3.0, Wikimedia Commons

De ramen van een gotische kerk

Traceringen op de Galerie des Chimères van de Notre Dame. By Parsifall – Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

In de Middeleeuwen was er nog geen techniek om grote glasoppervlakken te maken. Ruitjes werden gemaakt van ronde geslingerde schijven, en daarna op maat gesneden. Om alle losse stukken aaneen te brengen werden ze in loden profielen gevat: vandaar glas-in-loodramen. Maar vergis je niet: de glaskunst stond op een enorm hoog niveau, zowel technisch als artistiek. De grote glasoppervlakken werden gebruikt om kleurige voorstellingen op weer te geven van bijbelse verhalen of van heiligen. Deze ramen hebben een smeedijzeren frame en een vaak smeedijzeren brugstaaf: een trekstang die dwars over het midden van het raam stevigheid moet geven, zodat het raam niet buigt onder winddruk en een stevig geheel wordt.

Het kozijn van het raam bestaat uit geprofileerde natuursteen. In feite is het hele raam een samenspel van steen, ijzer en glas: lange ranke stenen ribben (montants) delen het venster in hoge verticale stukken. Bovenin het venster komen deze samen in een sierlijke stenen omlijsting, de tracering, die vele creatieve vormen kent. Tussen de montants en de stenen tracering bovenin zijn in de stenen uitsparingen de loden vattingen van het glaswerk vastgezet.

Het zal duidelijk zijn dat een gotisch venster ook heel kwetsbaar is. Het is voor velen een wonder dat het pronkjuweel van de Notre Dame, het grote roosvenster aan de entreezijde, bewaard is gebleven. Meestal worden bij grondige kerkrestauraties de ramen geheel gedemonteerd: al het glaswerk wordt door de glazenier eruitgehaald, schoongemaakt, aangevuld, en in nieuw lood gevat. Vaak worden de montants vervangen en soms ook wordt het maaswerk/tracering bovenin ook in nieuwe steen gekopieerd, als de steen te ver versleten is. Ook worden de ijzeren brugstaven verwijderd, omdat ze zijn gaan roesten en de omringende steen doen barsten. Ze worden meestal door nieuwe bronzen brugstaven vervangen. Ook het overige ijzerwerk wordt dan grotendeels in brons of roestvrijstaal uitgevoerd.

Tenslotte wordt alles weer teruggebracht. Ik heb al bij veel kerken gezien dat de glazenier ook voorzetruiten van dik vlak glas aanbrengt, om het glaswerk te beschermen en te isoleren. Wel is een glas-in loodraam nooit luchtdicht, dus het is uiterst belangrijk dat dit voorzetglas kan ademen, om vochtophoping erachter te voorkomen.

Nu heeft de Notre Dame een fikse achterstand op het gebied van restauratie. Dus als je het goed wilt doen moet je echt àlle vensters nu gaan aanpakken. Tientallen tegelijk. Waar haal je alle glazeniers vandaan? En de deskundige restauratieaannemers om de steen en het ijzerwerk te demonteren?

De waterafvoer van een gotische kerk

waterspuwer voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch, kopie in nieuwe zandsteen

Van oudsher hebben kathedralen geen regenpijpen. Het water spoelde van het dak af in een brede stenen goot onderaan het dak, vaak achter een balustrade zodat er veilig door de dakgoot gelopen kon worden. Later zijn veel van die dakgoten met lood bekleed om lekkage te verhinderen.. Vanuit deze dakgoot moest het water ver van de muren gehouden worden. Daarvoor waren twee oplossingen: of het liep direct vanuit de goot naar buiten, of het werd via een goot op de luchtbogen nog verder naar buiten gevoerd. Het einde van de wateruitloop stak een eind buiten de muren en werd vaak met een monsterkop versierd: zie daar de waterspuwers of gargouilles. Deze spuwden het water een stuk buiten de muren als het hard regende. Later werden vaak alsnog regenpijpen aangelegd, en bleven de spuwers zitten als decoratief element.

Vaak was een kerkdak van leistenen tegeltjes: dat ging lang mee en waterde goed af (van een leien dakkie). Maar de Notre Dame had een prachtig dak van koper, dat groen gepatineerd was. Maar zelfs een koperen dak heeft een eindigheid, en ik neem aan dat ook het dak aan een grondige inspectie toe was. Nu niet meer nodig; er zal een volledig nieuw dak, balkconstructie en deels zelfs gewelf nodig zijn.

Natuursteen

Baldakijn voor de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch in Udelfanger zandsteen

Baldakijn voor de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch in Udelfanger zandsteen

Een gotische kerk bestaat vooral uit natuursteen. In Nederland is vaak de kern van de muren van baksteen, met een huid van natuurstenen blokken. Maar in Frankrijk, waar zo veel natuursteen voorhanden is, zijn vele kerken volledig uit natuursteen opgebouwd. In de gotiek gaan praktische constructie en decoratie onlosmakelijk verbonden met elkaar hand in hand. Muren hebben lijstwerk, waar vaak bladmotieven in verwerkt zijn, steunberen worden bekroon met hoge pinakels die rijkelijk versierd zijn met kleine hogels, luchtbogen hebben grote bladornamenten, en overal zie je waterspuwers, heiligenbeelden, engelen, reliëfs en versierde portalen. Zoals hierboven beschreven zijn zelfs de raamkozijnen meesterwerken van kunstig ontwerp in natuursteen.

Als in zo’n kerk een grote hete brand woedt, wordt de steen sterk verhit. Na een lange verhitting boven 900 graden Celsius valt kalksteen uiteen tot calciumoxide (ongebluste kalk) en CO2. Hoewel de brand in de Notre Dame niet overal zo heet is geweest mag duidelijk zijn dat de omringende steen hierdoor ernstige schade heeft opgelopen en vervangen zal moeten worden. De steen is in ieder geval niet compact en betrouwbaar meer. Verder heeft de kerk ook waterschade opgelopen en krijgt daardoor last van schimmel, zoutuitbloei en roestvorming in de ankers, waardoor de ankers gaan uitzetten en de steen later zal knappen. Tenslotte is een hoop van de steen zover verweerd door eeuwenlange weersinvloeden dat er veel delen vervangen moeten worden.

Vaklui nodig

Steenhouwwerk bestaat uit een opeenstapeling van geometrische vormen. Bij uitzondering doe ik het ook wel eens.

Voor het herstellen van zo’n omvangrijke schade moeten er vele honderden tonnen bewerkte natuursteen aangeleverd worden. Geprofileerde blokken, blokken waar alleen een afwerkslag op hoeft, beeldhouwwerk, ornamentwerk, baldakijnen, pinakels, en ga zo maar door. Het punt is dat voor een ingewikkeld baldakijn een steenhouwer enkele maanden nodig heeft. Wat doe je als je honderden van dat soort blokken moet maken? Frankrijk heeft bij lange na niet genoeg steenhouwers die dit werk nog doen. Daarbij zijn er nog veel minder hooggespecialiseerde steenhouwers, die ook het allermoeilijkste werk kunnen maken.

Ik verwacht dat er veel werk uitbesteed moet gaan worden naar het buitenland. In Frankrijk is het werk voor deze steenhouwers sterk teruggelopen door krimpende restauratiebudgetten. Minder werk betekent minder steenhouwers, zo simpel ligt het. Zo heeft bij ons in Nederland een ware aderlating onder de steenhouwers plaatsgevonden sinds ongeveer 2010, toen een aantal grote restauratieprojecten ophield en bedrijven mensen moesten laten gaan als gevolg van de crisis en het verminderde aantal opdrachten. Oudere steenhouwers zijn ook gestopt en nooit meer vervangen. Ook in andere landen heeft zich dit in meerdere of mindere mate afgespeeld. Zelf ben ik van 2010 tot 2013 werkloos geweest, en begon voor mij het werk pas echt weer aan te trekken in 2015. Als er zo’n gat valt, komen veel vakmensen niet meer terug in het steenhouwersvak.

piepkleine maar ook hele grote ornamenten

Nu ben ik geen steenhouwer maar restauratiebeeldhouwer. Een restauratiesteenhouwer maakt al het werk dat met sjablonen af te tekenen valt en met constructielijnen op te zetten is. Een beeldhouwer maakt het werk waar de steenhouwer ophoudt: ornamenten en beelden. Van deze mensen zijn er nog veel minder te vinden. Voorzover ik weet zijn mijn drie collega’s en ik de enigen nog die in Nederland fulltime voor kerken en kastelen beeldhouwwerk maken. In andere landen zijn er ook niet veel meer te vinden. De Fransen zullen iedere vakman die ze kunnen vinden, moeten gaan inschakelen.

Digitalisering van het proces

beeld van Thomas van Aquino voor de Sint-Janskathedraal van ‘s-hertogenbosch, momenteel in uitvoering

Nu heeft de tijd niet stilgestaan sinds de Middeleeuwen. Het computertijdperk heeft zijn intrede gedaan, ook in de traditionele restauratie. Nu al hebben alle grote steenverwerkende bedrijven grote CNC-gestuurde machines staan die volledig computergestuurd kunnen zagen en frezen. Ook zijn er grote vijf-of zevenassige freesrobots die met zaagbladen en frezen die zij volledig zonder toezicht zelf kunnen oppakken, een heel beeld kunnen frezen uit een blok steen. Het lijkt de oplossing. Maar het ligt natuurlijk niet allemaal zo eenvoudig. Deze robots hebben eerst opdrachten nodig. Stel, ik wil een bestaand beeld kopiëren. Dan moet ik het beeld inscannen en die informatie in de computer invoeren en bewerken tot een bruikbaar virtueel 3D-beeld. Vervolgens moet die scan gecontroleerd worden op onvolkomenheden en die moeten verwijderd worden. Tenslotte moet er een stel taken worden toebedeeld, de stappen waarlangs de robot van grof naar fijn een beeld kan uitfrezen. Bij beelden of blokken die uniek zijn moet dat per beeld of blok opnieuw. En dan moet het blok steen nog op de machine geladen worden en gekalibreerd.

Na het frezen blijven er nog een hoop details over die de robot niet met de frees kon afwerken. Het scheelt enorm veel werk voor een beeldhouwer, maar ook hier zal de hand van de vakman onmisbaar zijn. Sterker nog, onoordeelkundige afwerking kan zo’n beeld alsnog totaal de mist in doen gaan. Ook steenhouwwerk kan op die manier aangepakt worden, maar er komt altijd een punt dat het veel sneller en goedkoper is om de laatste stappen met de hand door de vakman te laten maken, dan de robot er dagen met een naaldfreesje op te laten ploeteren. En soms kan de machine er domweg gewoon niet bij, waar een steenbeitel wel kan komen. Kortom, de vakman blijft nodig. En het belangrijkste argument is dat alles zo dood als een pier oogt als het allemaal met de computer getekend en met de robot gefreesd is. ‘Het is de hand van de ambachtsman die de bezieling eraan moet geven’, zei een steenhouwer laatst al.

-Lees meer in deel drie: wat zijn de mogelijkheden, waar liggen de kansen, wat is de toekomst en wat wordt de redding van de Notre Dame?-

Volg me op Instagram↑

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

en op Twitter↑

en op YouTube↑

Wordt de computer de redding voor de Notre Dame? (1)

Een ramp met vèrstrekkende gevolgen

brand Notre Dame

By Wandrille de Préville – Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

Over enige tijd zal dit weer oud nieuws zijn, maar nu ligt het iedereen nog vers in het geheugen: een enorme brand die het dak van de Notre Dame in Parijs deed instorten, op 15 april 2019. Tijdens de lopende restauratie brak vuur uit ergens rond de basis van de vieringtoren, die vervolgens afbrandde en met de rest van het dak deels op de steiger viel en deels op het gewelf eronder. Een deel van het gewelf stortte in. Allemaal vaktermen die ik later verder zal uitleggen. Het verbaasde me hoe erg ik schrok van de eerste televisiebeelden van de brandende kathedraal. Het is is weer duidelijk dat het niet zomaar ergens een willekeurige Franse kerk betreft, maar een iconische plek die behoort tot het erfgoed van de hele wereld. Toch is het gek dat de brand in dit gebouw meer emoties oproept dan een oorlog of een hongersnood op televisie. Het is tenslotte maar materie die er voor de mens is. Is de mens zelf dan niet belangrijker?

Een heel kort tijdsbestek (1)

Notre Dame vóór 2019

Notre Dame vóór 2019. Foto door Daniel Vorndran / DXR, CC BY-SA 3.0, Wikimedia Commons

De Franse president Macron verkondigde al de volgende dag dat de kerk herbouwd zal worden, en wel binnen een tijd van vijf jaar. Dat is nogal een boude uitspraak: bijvoorbeeld voor alleen de Utrechtse Domtoren staat ook vijf jaar, en die staat er heel wat beter bij dan de veel grotere Notre Dame. Ik denk dan ook dat Macron enerzijds niet overzag hoe ontzettend veel werk deze restauratie is, maar dat hij ook gedacht moet hebben: ‘Beter hoog gemikt en nèt niet gehaald, dan te laag gemikt en een slepende kwestie creëren.’ Ik vermoed dat de meesten wel weten hoeveel werk de bouw van deze kathedralen geweest is; er gingen vaak honderden jaren overheen voordat een kathedraal eindelijk ‘af’ was.

Van een veel te krap budget naar een enorm budget

Nu was de Notre Dame tijdens de brand onder restauratie. De hele kerk moest opgeknapt worden, maar er was niet genoeg geld. Op het moment van de brand werd de middentoren (de vieringtoren) aangepakt voor een bedrag van 6,8 miljoen euro. De Notre Dame is een van de vele duizenden monumenten die Frankrijk rijk is, en zij moet de subsidies delen met talloze andere gegadigden die er even slecht aan toe zijn, of erger. Er was dan ook ontzettend veel achterstallig onderhoud en een eerste schatting was dat een restauratie zo’n 150 miljoen zou kosten. Dat lijkt me nog aardig laag geschat: voor de veel kleinere Eusebiuskerk in Arnhem is al 27 miljoen nodig (al dacht men eerst nog 96 miljoen). Na de brand in Parijs is er opeens een vloedgolf aan giften losgekomen en staat de teller inmiddels al op ruim een miljard euro. Je zou denken dat het hiermee wel moet lukken.

Drie restauraties in één

Notre Dame na de brand

Na de brand. By Louis H. G. – Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

Maar in feite gaat het hier niet om één restauratie, maar om drie. Ten eerste was de Notre Dame al hard aan restauratie toe. Bij zo’n restauratie pakt men gewoonlijk vooral het dak, de ramen en het natuursteen aan. De problemen liggen dan bij verweerde dakbedekking, vermolmd hout, versleten glas-in-lood en het vervangen van roestende ijzerdelen van het venster, en verweerde steen, gescheurde natuursteen en ontbrekende onderdelen. Vaak is de natuursteen ook vastgezet met ijzeren pennen, die door roest zijn gaan uitzetten en daardoor de steen hebben beschadigd.

Ten tweede is door de brand van alles verdwenen. Het dak is ingestort, een deel van het gewelf is omlaag geklapt, de houten middentoren is weg, enzovoort. Dat moet worden teruggebracht.

Ten derde is er door de brand van alles beschadigd. Stenen die lang aan een heet vuur hebben blootgestaan kunnen al verpulveren bij aanraking. Er zal ook waterschade zijn, er zullen delen zijn die nog wel bruikbaar lijken maar bij nadere inspectie toch vervangen zullen moeten worden.

De bouwmeester

Zo’n omvangrijke restauratie vraagt om een goede aansturing. Zeker met zo’n enorm budget zullen een hoop mensen dollartekens in hun ogen gaan krijgen en hopen mee te mogen graaien uit de grote pot. Vroeger werd de kathedralenbouw geleid door een bouwmeester. Dat was iemand die het hele proces had doorlopen van steenhouwer en beeldhouwer tot architect, en wist van de hoed en de rand. Hij kende zijn materialen, wist alles van de benodigde kwaliteit en had genoeg gezag om alles in goede banen te leiden.

Er wordt weleens gezegd dat er bij een opdracht drie variabelen gelden, en dat je er maar twee van tegelijk kunt hebben: snel, goed en goedkoop. Nu er zo veel tijdsdruk op staat, is deze laatste variabele al gesneuveld, en ik vrees dat als het niet strak wordt aangestuurd, ook de kwaliteit tenonder zal gaan in de haast. Terwijl de Notre Dame een schoolvoorbeeld is van de enorm hoge kwaliteit van de 19e-eeuwse restauratiegolf.

Viollet-le-Duc

In 1844 stond de kathedraal op instorten. Er kwam een uitgebreid restauratieplan onder leiding van de toen nog jonge architect Eugène Viollet-le-Duc. Tijdens die restauratie werden vele details aan de kerk toegevoegd die er nooit eerder gezeten hebben, zoals de spuwers op de balustrades van de twee torens. Latere critici zouden dit wellicht graag weer terugdraaien naar een fase met meer middeleeuwse elementen, maar toch moet gezegd worden dat zowel technisch als artistiek deze restauratie van zeer hoog niveau was. Dit restauratiewerk, plus de geschriften van Viollet-le-Duc, hebben in veel landen een herleving van de gotiek ingeluid: de neogotiek. In Nederland was het vooral Viollet-le-Ducs bewonderaar Pierre Cuypers die deze neogotiek gestalte gaf. Dus met deze erfenis is de Notre Dame zowel belast als verrijkt. Het zet de grondtoon voor de kwaliteit van de huidige restauratie. Je kunt niet tussen het ragfijne neogotische werk een lading lomp en onbeholpen modern werk plaatsen zonder ernstig afbreuk aan de kerk te doen. De taak is om alles op alles te zetten om deze kwaliteit en die van het oorspronkelijke gotische werk te benaderen. Het zal de opdracht van de restauratiearchitect zijn om hierin de kwaliteit hoog te houden.

In kaart brengen

Sint-Janskathedraal, ‘s-Hertogenbosch.
Door Zairon – Eigen werk, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

De eerste klus zal zijn om alles in kaart te brengen. Wat is er nog over, wat is beschadigd, wat moet er vervangen worden? Ik heb van 1999 tot 2010 meegewerkt aan de laatste grote restauratie van de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch (en ook daarna nog bij kleinere restauratiefasen werkzaam geweest). Bij zo’n restauratie krijgt elke gevel, elk raam, elke steunbeer en elke luchtboog een nummer, en binnen die hoofdonderdelen krijgt ieder stuk natuursteen weer zijn eigen volgnummer. Elk blok staat op tekening en van elk blok is bekend wat ermee moet gebeuren: houden, vervangen of repareren. En dat is dan alleen nog maar het hoofdstuk natuursteen! Het mag duidelijk zijn dat dit een enorme planning vereist. Bij de Sint-Jan werd al in de jaren ’90 gewerkt met het digitaal in kaart brengen van elke gevel. Ook werden de blokken natuursteen toen al 3D in CAD in de computer getekend. Een goed werkmodel en strakke planning zal de leidraad moeten geven voor alle arbeids- en materiaalstromen op en rond de kerk.

Hierbij kan de computer een eerste aandeel leveren: door gevels digitaal in te scannen kunnen de opgenomen gegevens van de inspectie gekoppeld worden aan een database met alle benodigde gegevens. Details als materiaalsoorten, toestand van het materiaal, locatie, afmetingen, volgnummer en vele andere zaken kunnen per onderdeel opgeslagen in deze database.

Lees verder in deel 2 , onder andere over de constructie van een gotische kerk, logistieke knelpunten, vaklui, en meer..,

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Kei en eik-steen en boom

Een keienboom voor de woongroep

Vandaag is in Amersfoort een nieuwe woongroep voor jongeren met een licht verstandelijke beperking feestelijk geopend. Ik ben de laatste tijd (pro deo) betrokken geweest bij een aantal zaken in het nieuwe woonhuis, waaronder de keienboom en de zwerfkei in de tuin. Lees hier↑ een eerder bericht over de kei.

De keienboom was een bijzonder project voor mij, omdat ik allerlei zaken tegenkwam die ik normaal niet doe. Het is een heel verhaal, dus laten we bij het begin beginnen!

De dolle jonker in 1661

kei en eik- het trekken van de Amersfoortse kei op een oude prent

Iedere Amersfoorter kent het verhaal van de dolle jonker en de Amersfoortse kei. Of tenminste, hij/zij zou het moeten kennen. In het kort gaat het zo: Jonker Everard Meyster maakt met zijn studievrindjes een wandeling over de Leusderhei en treft daar een enorme zwerfkei, die uit de grond steekt. Na enige speculatie over de herkomst van die kei gaat de jonker een weddenschap aan dat de kei gemakkelijk te verplaatsen zou zijn. Hij krijgt 400 Amersfoorters zo gek dat ze met veel plezier en onder belofte van veel bier en krakelingen de kei van 7 ton op een kar hijsen en onder gejuich de stad in brengen. Een man verloor nog zijn benen, maar dat mocht de pret niet drukken.

De steen is vervolgens te bezichtigen op de Varkensmarkt. Later schrijft de jonker een spotdicht over de goedgelovige Amersfoorters, waarna de kei uit schaamte begraven wordt. Pas in 1903 wordt de kei weer opgegraven. Tegenwoordig is de kei nog steeds te zien aan het begin van de Arnhemsestraat. Vlakbij de woongroep.

Echte Amersfoortse keien

Amersfoorters hebben sinds die dag de bijnaam ‘Keitrekkers’ en de stad zelf heet ook wel de Keistad. Dus wat was een geschiktere naam voor de toekomstige bewoners dan De Keienklup?

Bij een van de bijeenkomsten van de Klup heeft iedere bewoner een eigen steen beschilderd. En die bleven ergens in een mandje liggen in het huis. Wel jammer, vond het bestuur, en al pratend ontstond er een idee voor een kunstwerk, een boom met deze keien als blaadjes. Kei en Eik.

Wie nou ook alweer wat heeft bedacht weet ik allang niet meer, maar het kwam uiteindelijk in de uitvoering tot een samenwerking tussen mij en schilderes Sandra Nanning, die al heel veel muurschilderingen heeft gemaakt, ook van bomen. Sandra zou een grote boom in het trappenhuis gaan schilderen, en ik zou de stenen vastmaken aan RVS boomblaadjes.

Boomblaadjes maken

Ik kocht een plaat RVS en zaagde daar de vorm van de blaadjes uit. Daarna kwam er een gat in het midden en een vouw over de lengte. Ik klopte de bladhelften rond over een dikke buis om het bladeffect te krijgen, en laste een verlengde moer M8 aan de achterzijde. Daarin laste ik weer een stuk draadeind vast, waarmee ik het blad in de muur kan vastzetten. Het is een wat omslachtige constructie, maar nu heeft elk blad een moer waarin ik een steen kan schroeven.

-klik op een foto voor de diashow-

In elke steen moest een gat geboord worden. En er waren harde bij! Kalksteen kan ik boren zonder te kloppen, maar een stuk graniet kun je niet met een hamerboor boren. Dan breekt-ie in tweeën. Dus heel veel van die stenen heb ik met een diamantfreesje geduldig moeten frezen. 32 stuks, dus ik was wel even bezig.

Een knots van een boom in het trappenhuis

kei en eik-steen en boomSandra ging vervolgens aan de slag op de achtermuur van het trappenhuis. Ze schilderde één grote boom, vanaf de begane grond doorlopend tot de tweede verdieping. Hij liep ook over in de twee zijwanden, zodat hij goed imposant aanwezig is. Onderin staan de namen van de initiatiefnemers van het project en van de architect en de eigenaren van het pand die er zoveel werk in hebben gestoken.

Op de eerste verdieping een gedicht over de boom die zo goed kon loslaten. En over de bovenste twee verdiepingen de keien van de bewoners, kriskras door elkaar, elk op hun eigen roestvrijstalen boomblad.

kei en eik-boom en steen2

Mocht het nodig zijn dan kunnen ze er weer uit geschroefd worden, en er zijn nog vier plekken over voor toekomstige bewoners.

De Boom in het bos

De boom in het bos

liet in de herfst alles los

Alles liet hij gaan

Hij fluisterde zacht:

‘loslaten is nodig

kei en eik, steen en boom3om sterker in het leven te staan’gedicht op boom

 

 

 

 

Plaatsing van de kei met huisnummers

kei en eik- kei getakeldEen week eerder heb ik hier ook de zwerfkei geplaatst die ik onlangs heb voorzien van huisnummers. De kei kwam in de voortuin, naast de ingang. Ik had de bijna 500 kg zware kei achterin mijn bestelautootje vervoerd. Ik kon hem met een motorbloktakel die ik in een aanhangwagen had meegenomen eruit takelen. Daarna was het alleen nog een kwestie van planken leggen en hem in de tuin planten.

kei en eik-plaatsing van de kei2

 

 

kei en eik- zwerfkei geplant

Kei en eik

kei en eik- eikenboom planten

Deze kei was niet het enige dat geplant werd; later die week werd nog een jonge eikenboom (Quercus Robur) aangeplant als dank aan de architect en de twee projectontwikkelaars. Omdat een eik hier wel 450 jaar oud kan worden hopen we dat zowel de woongroep als de eik een lang leven beschoren zijn.

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Thomas van Aquino, deel 2: zagen

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Twee grote blokken zandsteen

1. Twee grote blokken Udelfanger zandsteen: 1 voor Thomas van Aquino, 1 voor de engel van Serge

Twee grote blokken

Het werk aan de kopie van het beeld van Thomas van Aquino is eindelijk aangevangen. Ik had enige tijd eerder twee grote blokken Udelfanger zandsteen binnen gekregen: een om er twee engelen uit te zagen en een blok waar ik de twee delen van het Thomasbeeld voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch uit moest halen. Dus de eerste stap was beide blokken met de diamantkettingzaag in tweeën te delen.

Th. van Aquino, deel 2: zagen. Met de kettingzaag gehalveerd blok

2. Het blok is gehalveerd met de kettingzaag

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Onderlijf voorzagen

3. Het zagen van het onderlijf

Thomas voorzagen

Hierna ben ik met mijn kopieerzaagmachine het onderlijf van Thomas gaan voorzagen. De scheidslijn van de twee delen moest immers bij zijn kap komen, zodat deze bijna niet zichtbaar is. Ter herinnering: in een eerder artikel beschreef ik dat het oude beeld was gemaakt uit één stuk steen, waar de lagen verticaal in lopen. Omdat het wenselijker is als de lagen horizontaal door het beeld lopen (dan kan er niet in één keer een grote plak naar beneden vallen bij verwering) wordt dat bij dit beeld anders. Maar de groeve heeft geen banken waarin de steen hoger is dan 120 cm. Daarom moest de kop uit een apart stuk.

Vanwege de grote kleurverschillen tussen afzonderlijke blokken Udelfanger zandsteen kreeg ik een heel groot blok waar ik de twee delen uit moest halen. Hieruit zaagde ik het lijf en het hoofd van Thomas.

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Bovenlijf gezaagd.

4. Het bovenlijf is gezaagd uit de tweede helft

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Voorhakken kop en lijf

5. De kop en het lijf worden grof voorgehouwen

Aaneen passen van de twee delen

Vervolgens moesten die twee voorgezaagde delen van kop en lijf op elkaar passend gemaakt worden. Het was nog niet zo makkelijk, omdat de scheidslijn niet recht loopt. Deze volgt de golvende lijn van de kap en moet hoger bij de rechterhand, omdat er anders een voegnaad door de knokkels zou lopen. Deze schuine vlakken moeten goed op elkaar aansluiten. Hiervoor moest eerst duidelijk zijn wat waar zit, en daarvoor moest ik de twee delen al een heel stuk voorhakken. Ik hakte het bovenlijf en het onderlijf al een heel stuk in de goede richting, zodat ik kon zien waar de scheidslijn kwam te lopen. Vervolgens kon ik de voegvlakken opzoeken.

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Voegvlakken passend maken

6. De voegvlakken worden passend gemaakt

Th. van Aquino, deel 2: zagen. Kop en lijf verlijmd.

7. de twee delen zijn verlijmd

Voegvlak

Doordat ik de scheidslijn op beide stukken zichtbaar had gemaakt, kon ik het voegvlak aftekenen en de overtollige steen weghakken. Door steeds de stukken op elkaar te passen en af te tekenen kon ik uiteindelijk een strakke naad bereiken. Toen de passing goed genoeg was, tekende ik af waar ik de RVS pennen wilde zetten en boorde vier gaten. Twee gaten in elk stuk, zodat ik met sterke epoxylijm twee dikke draadeinden in de delen kon verlijmen. Ook het voegvlak zelf werd met een gepaste ademende mortel verbonden. Je mag namelijk nooit een horizontaal lopend dicht lijmvlak maken op een beeld in de buitenlucht. De steen kan boven de dichte lijmnaad zijn vocht niet kwijt en gaat boven de lijmnaad rotten.

Serges engel

engel voor de Sint Janskathedraal kopiëren

Het andere blok is ook gehalveerd. Uit de ene helft is deze engel gezaagd voor Serge

Mijn collega Serge had ook een opdracht in Udelfanger zandsteen voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Aan hem was gevraagd of hij deze engel wilde kopiëren. Hij heeft er al eerder een gemaakt en vroeg mij of ik ook deze weer wilde voorzagen. Bij deze.

Lees binnenkort meer over het vervolg van dit project.

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Welke diamantkettingzaag voor welke klus?


Mijn diamantkettingzaag

Ik heb een blok blauwe sodaliet gezaagd met mijn diamantkettingzaag. Omdat het nogal kostbaar materiaal is, kon ik met deze methode een flink stuk apart houden. Als ik het beeld op de normale manier had gemaakt met de haakse slijper, vuisthamer en puntbeitel, dan had ik een aantal kruiwagens met duur puin overgehouden. Dus in dit geval kwam de kettingzaag goed van pas. Maar ik kloof of zaag eigenlijk zelden grote blokken steen. Ik heb deze zaag eigenlijk gekocht om blokken te verwijderen uit monumentale gebouwen, of zwaar verankerde beelden los te zagen van hun fundering.

De diamantzaag die ik in 2015 uitkoos was een Cardi Coccodrillo35. Maar wat voor typen zijn er eigenlijk, waarvoor gebruik je ze, en wat is de beste voor welke klus?

Benzinemotor

ruw blok steen voor de Dom van Aken. Met diamantkettingzaag een doorsteek gemaakt

diep zagen in kleine hoekjes

Het eerste type diamantkettingzaag voor steen en beton kwam van het Amerikaanse bedrijf ICS. De oudere types liepen op extra vette mengsmering, waren zwaar en lawaaierig en stikten vaak door een nat luchtfilter, veroorzaakt door de waternevel die de ketting opwierp. Ik mag hopen dat zij dit nu verholpen hebben. ICS heeft ook de eerste diamantketting ontwikkeld, en maakt die nu ook nog voor een heleboel andere fabrikanten. ICS heeft meerdere benzineversies in de aanbieding en maakt verschillende soorten kettingen.

Daarna kwam ook Husqvarna met een eigen machine. Zij maken natuurlijk al heel lang benzinemotoren voor kettingzagen en ook voor doorslijpmachines, dus het sloot goed aan bij hun eigen gamma aan machines. Ik weet verder geen bijzonderheden. De prijs ligt rond de 3400 euro.

Daar kon concurrrent Stihl natuurlijk niet bij achterblijven. Ook zij hebben hun eigen versie ontwikkeld, plus een eigen ketting met twee keer zo veel diamant erop.

Hydraulische aandrijving

Nou maakt een benzinemotor vrij veel herrie en stank, en de trekkracht bij lage toeren is niet geweldig. Daarom heeft ICS al snel ook een hydraulisch aangedreven versie gemaakt, in drie typen. De hydrauliek wordt geleverd door een apart hydrostation. Dit hydrostation heeft natuurlijk ook voeding nodig, en dat kan zijn via een benzinemotor (toch weer herrie en stank) of met een elektromotor op krachtstroom (en dan heb je dus een 400 Volt-aansluiting nodig). De oliedruk loopt naar de zaag via twee dikke zware hydrauliekslangen. Deze zijn stug en maken de bediening erg zwaar omdat ze continu tegenwerken.

Elektrische kettingzagen

Dan zijn er sinds een paar jaar ook elektrische diamantkettingzagen. Ik heb dus de hierboven getoonde Cardi Coccodrillo35, van het Italiaanse merk dat ook waterboren en muurzagen maakt. Hij werkt op 230 Volt bij 3420 Watt.

Maar het Duitse merk Dr. Schulze (als er Herr Doktor voor staat dan moet het wel goed zijn!) heeft er een concurrent voor gemaakt die op zowel 230 Volt als op 400 Volt werkt. Voor dat laatste heb je dan wel een aparte omvormer nodig, maar dan verbruikt hij ineens 6500 Watt, dus een stuk sterker op 3-fasenstroom. Dr. Schulze gebruikt deze zelfde motor ook voor hun doorslijper en hun ringzaag. Opvallend is dat deze machine ook een soort snelspanknop heeft en een handvat dat in allerlei standen te verstellen is. Elektrische diamantkettingzagen zijn een stuk stiller, maar niet noodzakelijk lichter dan benzinemotoren.

Pneumatische betonkettingzaag

Voor toepassingen waar vonken wegens brandgevaar absoluut ongewenst zijn is er ook een versie op lucht beschikbaar. ICS levert er zo een, in te zetten op plekken waar bijvoorbeeld veel leidingen lopen.

Voor- en nadelen van de verschillende typen

Sterk en licht

beeldhouwer Koen van Velzen zaagt beeld Mozes van Lambertuskerk in Veghel los met betonkettingzaag / diamantkettingzaag

beelden loszagen met de kettingzaag

Ik wil niet beweren dat ik alles weet van de verschillende soorten diamantkettingzaag. Ik heb in het verleden gewerkt met hydraulische zagen van ICS, met een oudere benzineversie van ICS die steeds stikte en erg lawaaierig was en stonk, en nu dus met mijn eigen elektrische zaag. Maar kort gezegd: benzinezagen zijn erg flexibel in gebruik omdat ze alleen een watervoorziening nodig hebben. Dat kan al met een tank en een pomp, al zal die pomp dan ook weer op een aggregaat of een benzinemotor moeten lopen. Het wordt al een stuk makkelijker als er gewoon een waterleiding voorhanden is. Nadeel is dus de herrie en de stank. Voor dat laatste kun je de brandstof aanpassen, dat scheelt al wat. Maar als je, zoals ik toen in Nijmegen aan de Stevenskerk, urenlang achtereen moet zagen in een dicht bebouwde omgeving, dan kun je het anderen en jezelf niet aan doen om midden in de stad te gaan zagen. Stihl was mijn keuze geweest als ik een benzinezaag had gewild, omdat ik al heel veel met Stihl heb gewerkt (houtkettingzagen, heggescharen en bosmaaiers), en onder de indruk was van hun kwaliteit. Daarbij is hij ook nog eens vrij licht in gewicht.

Veel kracht en diep zagen

Dan is de hydraulische versie al een stuk stiller. Je hoort hem duidelijk, maar niet oorverdovend. Met het hydrostation op benzine is er al wat meer herrie. Deze machine is eigenlijk vooral geschikt voor werk op een goed georganiseerde bouwplaats. Je kunt heel diep zagen met de hydraulische versie en hebt veel vermogen, maar het is met het grote powerpack voor de oliedruk gewoon niet makkelijk te verplaatsen. Zeker niet als je op krachtstroom werkt. Ik heb altijd een hekel aan deze machines gehad omdat de zware hydrauliekslangen het werken zo zwaar maken. Ik was altijd aan het zoeken naar plekken waaraan ik ze kon ophangen met een eind touw of ik had ze over mijn schouder geslagen. Wel is het een heel betrouwbare machine; er kan weinig aan kapot. Hij kan tegen een stootje en kan zelfs onder water nog prima zijn werk doen.

Geen vonken

De pneumatische versie van de diamantkettingzaag is me niet bekend, maar afgaand op alle luchtdrukapparatuur lijkt me dat deze bij lage toeren niet veel kracht meer over houdt. Een groot luchtverbruik leidt ook altijd tot een koeleffect, dus ik vraag me af hoe dit werkt bij lagere omgevingstemperaturen. Misschien dat je er dan een luchtdroger bij nodig zult hebben. En je zult een grote dieselcompressor moeten huren. Ik verwacht dat deze ook een behoorlijk luid gierend lawaai maakt.

Geen stank en flexibel

Mijn elektrische versie was voor mij de uitkomst. Hij is natuurlijk niet stil, maar véél minder herrie dan een benzinemotor. Je kunt minder snel zagen dan met sommige benzine- en hydraulische zagen, omdat je minder vermogen hebt. De versie van Dr. Schulze belooft verschillende opties voor kettingen en zwaard. Maar een elektromotor van 3500 watt is geen licht dingetje, dus hij valt net zo zwaar of zwaarder uit dan met een benzinemotor.

Kettingen en snelspanner

Bij Stihl hebben ze hun eigen zwaard en ketting ontwikkeld, al hoor ik wel dat een ketting met diamant op elke schakel niet altijd handig is: soms slijt de ketting zelf sneller dan de diamant, en dan ben je dus te duur uit. Bijvoorbeeld als je zandsteen of baksteen zaagt. Dat is de reden dat ICS verschillende kettingen uitbrengt, bijvoorbeeld voor baksteen, vers beton, hard beton, graniet en een economische versie.

Nu rekt een diamantketting echt heel snel uit. Je bent tijdens het zagen voortdurend aan het controleren of de spanning nog goed is. Een te strakke ketting trekt het zwaard krom en klemt dus in de zaagsnede, een te losse ketting kan eraf lopen of gaat ook ‘zoeken’ in de zaagsnede. Hij moet zo los hangen dat de schakels aan de onderzijde van het zwaard net niet meer in de rails hangen. Als de motor aantrekt is het dan precies goed. Spannen is een vervelende klus: je moet steeds de twee moeren die je net strak hebt aangedraaid weer losdraaien, dan een lastig te bereiken sleufmoer achter de ketting aandraaien en tenslotte weer de twee borgmoeren vastdraaien. Bij Mito hebben ze daar wat op gevonden: een snelspanner bovenop de diamantkettingzaag. Deze machine komt van Chicago Diamond Supply en werkt op hydrauliek, maar ik denk dat er snel meer zullen volgen.

Ook Dr. Schulze heeft iets in die richting, dacht ik te zien. Helaas geen video’s hoe dat ding werkt.

Toepassingen voor de diamantkettingzaag

Ik gebruik mijn diamantkettingzaag voor het loszagen van stukken steen en beelden, als ik dieper wil zagen dan de 7 cm van mijn haakse slijper. De laatste keren waren bijvoorbeeld diepe zaagsneden in hardstenen kruisbloemen, het verkleinen van tufstenen kantbloemen, zagen achter de rug van Noach, en om Mozes en Aaron los te zagen van de muur, en om een sokkel te verwijderen.

In de restauratie wordt het gebruikt om grote stukken uit een gevel te halen met minimale schade eromheen. In de bouw gebruiken ze het voor allerlei aanpassingen aan bestaande gebouwen, al zijn daar ook grote cirkelzagen en draadzagen veel in gebruik.

Tabel

tabel kettingzaagmachines

-klik op de afbeelding voor dit bestand in pdf-

Update 2 april 2019: Kennelijk kan het allemaal een stuk goedkoper als je ook even in Duitsland gaat shoppen (bijvoorbeeld de Cardi Coccodrillo kost daar € 1988,45 incl btw, en daar krijg je nog en extra ketting bij!)

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Een zwerfkei met huisnummers


Huisnummers in een zwerfkei

zwerfkei met huisnummer- ruwe steen

Ik kreeg onlangs een verzoek of het mogelijk was om een zwerfkei met huisnummers te maken. Natuurlijk kan dat! Dus ik toog naar een tuinmaterialenhandel en kocht daar een fikse kei van een meter breed. Hij kon nog net achterin mijn bestelautootje, want hij weegt ruim 400 kilo. Dan moet je geen botsing krijgen onderweg. Als-ie zwaarder was geweest dan had hij met de vrachtwagen vervoerd moeten worden.

Ik zou de huisnummers 1-3-5 erin hakken, voor een woongroep voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Daarom koos ik een levendig lettertype. De kei is van rood graniet, waarschijnlijk een soort Multicolour Red. Maar een zwerfkei is niet dezelfde kwaliteit steen als bij de natuursteenhandel. Je moet altijd maar zien of je binnenin geen scheuren tegenkomt.

Polijsten

zwerfkei met huisnummer- oppervlak van de cijfers gepolijst

Ik begon met het polijsten van de plek waar de nummers moeten komen. Als ik daaromheen dan het oppervlak van de steen verlaag, krijg ik opliggende of verheven letters/cijfers. Als ik de huisnummers gewoon ín de steen hak, dan worden het verdiepte letters/cijfers.

Het lastige is hierbij het oppervlak van de steen. Het is door de natuur gevormd en onregelmatig. Als het nat is, is het donker en als het droog is weer lichter. Dat betekent dat bij nat weer het gepolijste oppervlak van de cijfers wegvalt tegen de achtergrond. Bij droog weer is het goed leesbaar.

Plakken en hakken

zwerfkei met huisnummer- papieren cijfers erop geplakt

De woongroep heeft de huisnummers 1, 3 en 5. Ze delen één ingang. De steen moet bij de ingang komen liggen en dus alle drie huisnummers weergeven. Nu staan de huisnummers nog op een A4’tje achter het raam, maar omdat de woongroep in Keientrekkersstad Amersfoort staat, is het een veel beter idee om deze op een kei weer te geven.

zwerfkei met huisnummer- begonnen met hakken van de husinummers

Ik had de cijfers op 21 cm hoogte uitgeprint op papier en dat op de steen geplakt. Nu kon ik dwars door het papier heen de cijfers in de steen hakken. Vervolgens hoefde ik alleen nog de achtergrond omlaag te brengen totdat de nummers er bijna 2 cm bovenuit staken. Rood graniet is behoorlijk hard, maar het ging allemaal vrij aardig; de steen had bijna geen materiaalfouten.

Achtergrond omlaag brengen

bouchardbeitel voor natuursteen

Toen alle contouren gehakt waren, moest de steen er tussenin nog omlaag gebracht worden. Dat kan eenvoudig met een bouchard, een soort blokvormige beitel met piramidepuntjes. Dit vergruizelt het oppervlak van de steen en laat een ruwe huid achter.

zwerfkei met huisnummer- oppervalk gebouchardeerd

Om dit dichter bij het oorspronkelijke oppervlak van de steen te laten passen heb ik hierna met een roterende staalborstel alle scherpte weggepoetst. Na een aantal jaren verwering zul je gaan merken dat de steen weer één geheel is, met de letters er duidelijk bij afstekend. Nu is de gebouchardeerde plek nog lichter, maar dat zal na verloop van tijd naadloos in elkaar overgaan.

Vergulden of niet?

zwerfkei met huisnummer- huisnummers klaar

Helaas blijkt dat bij nat weer alles dezelfde kleur krijgt. Dus ik heb me het hoofd zitten breken over een oplossing. Ik dacht aan schilderen of vergulden. Als het gepolijste oppervlak van de cijfers met bladgoud verguld wordt, dan springen ze er ook bij regen en avondschemer duidelijk uit. Maar we zijn er nog niet uit of dat wel past bij het informele karakter van de woongroep. Ik ga de steen binnenkort plaatsen en dan zien we wel of er nog een keer een aanpassing moet komen.

Dit was een klein (pro Deo-) klusje tussendoor. Nu weet ik weer wat nieuws: hoe je een zwerfkei met huisnummers maakt. Het is geen beeldhouwwerk en letters hakken doe ik niet vaak, maar dit was toch wel even leuk om te doen. Ik werk graag in graniet, het is een robuust materiaal. Binnenkort de foto’s van de plaatsing.

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

De boog der zeven zonden

luchtboogbeelden 'De Zeven Zonden' oud, opgesteld op het erf.

Wij, beeldhouwers

Er komt weer een leuk project aan! Zoals je wellicht weet zijn we al een paar jaar aan het werk voor de Eusebiuskerk in Arnhem. Wie zijn we? Nou ten eerste ikzelf natuurlijk, Koen van Velzen, restauratiebeeldhouwer, aangenaam. Ik werk samen met mijn collega Stide Vos, die een werkruimte vlak naast mij huurt. En aan dit project heeft het afgelopen jaar ook de nieuwste aanwinst Jelle Steendam gewerkt. Hij werkt op mijn terrein, als zelfstandig beeldhouwer, in overleg met mij aan diverse beeldhouwwerken.

Zeven Zonden

luchtboog 32 van de Eusebiuskerk is klaar en opgesteld

de eerste luchtboogbeelden van de tweede reeks worden intussen geïnstalleerd

We hebben nu acht luchtbogen afgerond, maar er zijn er nog 7 met beeldhouwwerk aan de Eusebius. Vandaar dat ik nu de volgende reeks van 7 beeldjes binnen kreeg, voor luchtboog 24. Het thema van deze boog is ‘De Zeven Zonden’.

Een interessant thema, dat bij mij als beeldhouwer meteen allerlei plaatjes oproept. Want hoe verbeeld je de Hoogmoed, of de Woede, of de Afgunst? Dit soort dingen is ook heel interessant als je net als ik een verhalenverteller bent. De meeste mensen kennen me misschien niet op die manier, maar ik ben dol op verhalen.

Gelukkig bleek deze reeks ook voor de oorspronkelijke beeldhouwer een interessante uitdaging. Want wat wij ermee gaan doen is kopiëren. Geen nieuwe ontwerpen deze keer. Het is waar, drie van de beeldjes missen een arm, maar voor de rest zijn ze nog heel erg duidelijk.

Gebroken

De Zeven Zonden: de Wellust, gebroken oud beeldje van geïmpregneerde tufsteenWe kregen ze binnen, verpakt in houten kratten met een net eromheen gewikkeld. De reden daarvoor is een lastige kwestie, en het is me zelfs na een heel aantal gesprekken niet duidelijk waar het precies is misgegaan met deze beeldjes. In het kort: De beeldjes met deze Zeven Zonden zijn van tufsteen en gemaakt in 1955. In de jaren ’90 zijn ze gaan verweren, en heeft men ze willen conserveren door middel van de impregnering met acrylhars, tot in de kern. Lees hier↑ meer over dit procedé. Het is een prima proces, zij het redelijk kostbaar, maar bij deze beeldjes is er iets compleet misgegaan. Op de een of andere manier zijn ze gaan uitzetten, en ze doen dat nog steeds. Er verschenen diepe scheuren, en opeens begonnen er stukken omlaag te vallen. Om erger te voorkomen zijn toen snel alle beelden gedemonteerd en in kisten opgeslagen. En zelfs in die kisten bleven ze uitzetten en breken.

Plakkerdeplak

luchtboogbeelden 'De Zeven Zonden' worden verlijmd door Jelle Steendam op het erf van Beeldhouwerij van Velzen

Dus het eerste waar Jelle nu mee begonnen is, met mijn hulp, is het uitpakken en verlijmen van deze beelden. De stukken zijn vlijmscherp maar passen nog redelijk goed. Na al het uitpakken en lijmen hadden we zeven goed herkenbare beelden op een rij. Volgende stap is het reconstrueren van ontbrekende delen aan de hand van oude foto’s (als je nog oude foto’s hebt van de Zeven Zonden, met name van De Vraatzucht, De Gierigheid of De IJdelheid, dan houd ik mij aanbevolen!).

Ik heb er al enorm zin in hier weer iets moois van te maken!

luchtboogbeelden 'De Zeven Zonden' oud, opgesteld op het erf.

wellust-afgunst-hoogmoed-vraatzucht-woede-gierigheid-ijdelheid

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑