• Een interessante gevelsteen

    De afgelopen week ben ik begonnen met een heel interessante uitdaging: het hakken van een nieuwe gevelsteen. Het project verdient wel wat uitleg, want het omvat heel wat meer dan alleen dit ene reliëf.

    Een gevelsteen in wording voor de Blauwe Tramstraat in Haarlem

    Remisewijk in Haarlem

    Het gaat in totaal om tien nieuwe gevelstenen voor het nieuw  te bebouwen terrein in Haarlem waar vroeger het eindpunt en de remise van de tram en bus waren. Nu heeft de Stichting Geveltekens Vereniging Haerlem (SGVH) het plan opgevat om voor elke straat in dit nieuwbouwproject (tien in totaal) een gevelsteen te laten hakken. En omdat Haarlem een stripstad is, was het idee om dit te laten ontwerpen door tien verschillende striptekenaars en vervolgens in steen te laten uitwerken door tien verschillende steenbeeldhouwers. Ik ben gevraagd voor gevelsteen nummer tien, ontworpen door striptekenaar Toon van Driel, onder andere bekend van FC Knudde, De Stamgasten en zijn dagelijkse strip voor De Telegraaf.

    De opdracht was dat in het ontwerp van de striptekenaar de betekenis van de straatnaam moet zijn uitgebeeld, samen met zijn of haar stripfiguur/figuren of het duidelijke herkenbare stripkarakteristiek van zijn eigen werk. Vervolgens moeten de beeldhouwers dit ontwerp driedimensionaal uithakken in steen, en polychromeren. De SVGH schrijft hierover: ‘De SGVH wil de geschiedenis van deze plek als tram-en busremise zichtbaar maken door bij de straatnaamborden in de buurt een gevelsteen te plaatsen welke verbeeldt waar de straatnaam vandaan komt. Het idee ontstond omdat o.a. striptekenaar Theo van den Boogaard vroeger heel veel stripposters voor de NZH heeft getekend. (…) Hierdoor ontstaat in de wijk een mooi openbaar kunstwerk verdeeld over 10 straten. Voor de striptekenaar de kans om zijn “strip” in steen uitgebeeld te krijgen. Voor Haarlem om de stripstad te promoten.’

    Verfrissend

    Over het algemeen beschouwen we gevelstenen als iets van een ver verleden, toen dit de huistekens waren in plaats van de huisnummers die we nu kennen. Maar af en toe komen er nog wel opdrachten voor nieuwe geveltekens, en er zijn nog steeds een aantal kunstenaars die dit werk geregeld onder handen hebben. Ook ik heb, in een periode dat ik nog niet regelmatig foto’s van mijn werk nam, af en toe een gevelsteen onder handen gehad. Het bleef echter bij incidenten. Over het algemeen worden deze reliëfs erg gewaardeerd, maar tot opdracht komen is een andere zaak. In die zin vind ik het een uniek gebeuren dat de SVGH dit initiatief heeft genomen en een projectontwikkelaar bereid heeft gevonden om hieraan mee te werken. De samenwerking met de striptekenaars is ook een geniale vondst, waardoor er een soort verfrissende kruisbestuiving plaatsvindt tussen een traditioneel ambacht en een eigentijdse visie.

    Ontwerp en uitvoering

    Het reliëf dat ik nu aan het maken ben heeft de typerende humor van Toon van Driel. We zien een pinguïn die op het punt staat een tram in te gaan, terwijl hij klaagt dat die te laat is. De tram staat op een ijsschots in de zuidelijke poolzee. Het is de karakteristieke blauwe tram waar de straat naar vernoemd is.

    Voor deze gevelsteen heb ik een stuk Udelfanger zandsteen gekocht van 54 x 62 cm, met een dikte van 12 cm. Ik ben begonnen met de contouren van de voorstelling over te nemen op de steen. Daar doen we niet al te moeilijk over: ik zet de print met tape vast op de steen, en hak dwars door het papier heen. Klaar. Daarna ben ik voor elk onderdeel de diepte gaan bepalen, en ben van laag naar hoog de onderdelen als contourblokken gaan hakken.  Daarna komt pas de vormgeving van de onderdelen. Zo hoef ik maar weinig te meten en houd ik steeds mijn referentiepunten. Een uitleg van deze methode vind je hier en hier. Omdat me gevraagd was een echt reliëf te maken met flinke diepteverschillen heb ik goed gebruik gemaakt van het materiaal. Het diepste deel ligt ongeveer 8 cm diep. Zelf houd ik er ook het meest van als het allemaal flink wat volume heeft; een plat plaatje dat rondom is ingekerfd maakt wat mij betreft nog geen gevelsteen!

    Toegepaste kunst, toegepaste vormgeving

    Nu heb je inmiddels misschien al begrepen dat ik een groot zwak heb voor bouwbeeldhouwwerk. Ruimtelijke vormgeving zonder hoge pretenties die is toegepast in de context van een gebouw, met liefst zowel een praktische als decoratieve functie. Er zijn in het verleden kapitelen gemaakt met beeldhouwwerken, zuilen in de vorm van tillende mannen en vrouwen (atlanten en kariatiden), hoekblokken met decoraties, ingangspartijen, consoles, van alles. Helaas krijgt de laatste vijftig jaar nog maar zelden een gebouw een decoratief of gebeeldhouwd ornament. Het zou leuk zijn om ook voor nieuwe gebouwen weer beeldhouwwerken te mogen ontwerpen en uitvoeren. Er gebeurt af en toe wel wat moderns, zoals het nieuwe stadhuis van Deventer, dat voorzien is van 2300 vingerafdrukken. Maar het is nog lang niet zo standaard als bijvoorbeeld de bouwsculptuur van de Amsterdamse School in de jaren 1910 tot ongeveer 1930.

    Enkele voorbeelden van beeldhouwwerk dat ik de afgelopen jaren heb mogen vervangen in verschillende steensoorten.

    Nieuwe tijden, nieuwe ontwerpen

    Toch heb ik in de afgelopen 24 jaar van alles mogen maken dat in gevels van gebouwen werd verwerkt: guirlandes, spiralen, consoles, kapitelen, wapenstenen, gevelstenen en nog veel meer. Bouwsculptuur heeft een ondersteunende functie, het voegt iets toe aan de omgeving zonder alle aandacht naar zich toe te willen trekken.  Het zou prachtig zijn om een hele ingangspartij in natuursteen te ontwerpen, of een gevelbekroning. Modern gestileerd, vloeiende lijnen met subtiele spanning die de geometrische vormen van de architect complementeren. Een samenwerking tussen de architect of ontwerper en de beeldhouwer kan hierin natuurlijk wederzijds stimulerend werken.

    Wel denk ik dat er nog een stuk onbekendheid met de mogelijkheden en koudwatervrees is in de architecten- en bouwwereld. Ook proef ik een voorkeur voor heel strak computergefreesd werk, iets wat meestal met de hand niet haalbaar is. Ongetwijfeld komt er eens weer een omslagpunt de andere kant op, maar ik ben benieuwd of ik dat nog ga meemaken.

    Lees verder…

  • Noach en zijn ark: van tuf naar kalksteen

    Noach nieuw in Muschelkalk

    Na de vorige reeks luchtboogbeelden voor de Eusebiuskerk in Arnhem (lees hier meer) is het een hele lange tijd rustig geweest bij mij -voor wat het werk aan de Eusebius betreft althans. Er was geld voor de restauratie toegezegd, maar voordat het bij de kerk op de rekening staat, stroomt er kennelijk eerst nog heel wat water onder de brug door. Maar nu alle leed geleden is, kan ik weer volop verder met een reeks luchtbogen voor de noordzijde van de kerk.

    Naar het eerste bericht over dit project.

    Ontworpen en uitgevoerd

    Noach is voorgezaagd en klaar om te hakken
    Noach is voorgezaagd en klaar om te beginnen met hakken

    De figuren voor de eerste vier luchtbogen zijn indertijd ontworpen door de Haarlemse beeldhouwer Theo van Reijn, die in 1953 al behoorlijk op leeftijd was en het hakwerk liet uitvoeren door de veel jongere Eduard van Kuilenburg (ref: De Sint-Eusebiuskerk in Arnhem- Elisabeth den Hartog en Ronald Glaudemans, ISBN 978 90 663 0018 7). Van Reijn was oorspronkelijk van plan om alle luchtbogen te voorzien van figuren en dieren rond het thema ‘de Ark van Noach,’ waar echter zijn opvolgers na zijn overlijden al snel van af stapten. De bovenste steen van deze vier luchtbogen is steeds de ark, in verschillende stadia, en daaronder bevindt zich de bevolking ervan.

    Beker of toeter?

    Het kopiëren van Noach

    Het eerste beeldje waar ik mee begon is Noach zelf, met iets aan zijn mond. Ik dacht eerst dat hij een drinkbeker van een koehoorn beet had, en in een dronken bui omgekeerd in zijn mond had gestoken. Maar nu ben ik daar niet zo zeker meer van, het lijkt wel meer een toeter. In het boek Genesis staat het hele verhaal, maar ik heb het in een vorig bericht nog even samengevat, als je het wilt lezen.  In ieder geval staat er aan het eind nog een stuk over een dronken bui van Noach. Maar hier heeft hij dus een blaasinstrument, kennelijk. In plaats van dat Noach toeter is, blaast hij op een toeter.

    Een ark, een duif, drie vissen en een ezel

    het kopiëren van de ark

    Het tweede luchtboogbeeld dat ik onder handen nam was de ark. Hier had ik speciaal naar uitgezien, omdat het origineel in tufsteen nog erg moeilijk te interpreteren was vanaf een afstand. Ik dacht dat het in de nieuwe steen veel duidelijker zou worden. Ik had al eerder bij een klein kraagsteentje met een ark een aantal overnaadse planken gemaakt, en dacht dat dit bij de grote ark ook goed zou werken. Hier de plaatjes van voordien en nadien. Er zit een knots van een duif op het dak, Noach is op zoek waar het beestje gebleven is, een ezel steekt zijn kop door een raam, en tussen de krullende golven zwemmen drie grote vissen.

    Ik heb de vissen schubben gegeven en de boot planken, en verder heb ik alle onderdelen iets scherper en dieper gehakt.

    Kritiek

    ark oud tufsteen
    het kopiëren van de ark

    Ik heb het al een keer eerder besproken, maar ik ben niet zomaar op eigen houtje het originele beeldhouwwerk aan het veranderen. In overleg (met onder andere de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) is besproken dat de oude steensoort (Ettringer tufsteen) zo grof was dat detailleren haast onmogelijk was. Deze restauratie in deze nieuwe kalksteen (Muschelkalk) geeft de ruimte om details wat duidelijker te hakken dan voorheen. Ik heb het beeldhouwwerk niet veranderd:  alles staat nog precies even groot en op dezelfde plek in de nieuwe steen. Ik heb het alleen wat scherper en dieper gemaakt en met een aantal details. Voor mij is het werk daarmee ook een stuk interessanter. Het is namelijk eerlijk gezegd technisch niet al te uitdagend beeldhouwwerk, en louter kopiëren is ook niet altijd spannend, zeker bij eenvoudig werk. Als ik er af en toe nèt een beetje aan mag toevoegen of verscherpen, dan blijft het voor mij ook leuker om te doen.

    Kopie ark 2
    kopie ark 3

    Mijn collega was het er niet helemaal mee eens. Hij zei me dat het werk indertijd in een bepaalde stijl gemaakt is, zonder veel opsmuk, en dat ik er zomaar niet van alles aan mag toevoegen. De Wederopbouwkunst heeft een heel eigen sfeer en het zou jammer zijn als dat verloren gaat. Ik snap zijn bezwaar wel; je bent tenslotte aan het restaureren, niet het roer aan het overnemen en een andere koers aan het varen. Het zou ook heel eigenwijs zijn als ik met alles opeens helemaal mijn eigen ding deed. Daarom is Noach bijvoorbeeld exact gekopieerd, behalve dan het openen van twee gaten onder zijn arm en in de achterste hand, omdat deze steen veel sterker is. Zo zal ook het merendeel van de beeldjes nauwkeurig gekopieerd gaan worden, omdat meer zeker niet altijd beter hoeft te zijn. Maar als ik zie dat het verhaal onduidelijk is en er alleen nog wat vage hompen overblijven van een anderszins aardige compositie, dan neem ik die ruimte wel.

    Het voorzagen van een luchtboogbeeld (hond)

    Inmiddels heb ik de zaagmachine verplaatst en onder mijn nieuwe takelinstallatie gezet. Zo is het nu veel makkelijker om de stukken steen erop en eraf te hijsen. Ik ben inmiddels al weer bezig met het voorzagen van de volgende twee beeldjes, waarover later meer.

    Naar het volgende luchtboogbeeld.

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.