Dankbaarheid is de vrucht van al het zoeken-1

Jan van Velzen, 1 maand voor zijn overlijden

In herinnering aan mijn vader Jan van Velzen

beeldhouwer Jan van Velzen in 1992Op zondag 19 januari 2020, om 1:14 ’s nachts overleed mijn vader Jan van Velzen. Hij was ook een beeldhouwer, een kunstenaar, maar vooral een levenskunstenaar. Dat blijkt wel uit zijn uitspraken, waarvan de titel van dit blogbericht er een was die ik nog nooit eerder van hem gehoord had. Hij deed deze uitspraak in de laatste dagen voor zijn overlijden, een periode waarin hij vervuld van dankbaarheid en liefde terugkeek op zijn leven.

Jan van Velzen was absoluut geen zweverig persoon. Hij was een tuinder en bloembollenkweker geweest en had zijn leven lang hard gewerkt.

Een arm gehucht

Onderdijk, onderpad met gracht

oude foto van dorp OnderdijkOnderdijk in 1931 was een arm Westfries lintdorpje in Noord-Holland. Het lag aan weerszijden van een hoge dijk en veel huizen hadden een eigen bruggetje over de gracht naar de dijkvoet. Zijn vader, die ook Jan van Velzen heette, was net als de meesten in het dorp een tuinder die met een schuit naar zijn stuk grond aan de overkant van het meer voer om daar onder meer uien, kool, wortels, bieten, tulpen en aardappels te kweken. Na de oogst ging het ook met de schuit naar de vaarveiling in Medemblik.

Verlangen naar schoonheid

Moeder Cornelia van Velzen-de Vries met Jan van Velzen, 2 jaarJan was het tweede kind, een vrij stil, gevoelig jongetje dat pas op zijn tweede begon te lopen. Hij gruwde van de grauwe uitzichtloosheid van het harde werken en de daagsheid waarmee alle fleur en schoonheid werd teruggebracht naar ‘gewoon doen en doorgaan’. Hij had een intens verlangen naar schoonheid en vertelde over de verrukking die hij kon voelen bij het horen van prachtige muziek in de kerk. Zijn vader was een hartelijk man met veel levenswijsheid. Op zijn sterfbed vertelde Jan hoe hij nog zijn vader voor zich zag op zondagochtend, in zijn hemd, het scheerwater met een zwaai de sloot in slingerend, luid zingend en met een hele zwerm kinderen om zich heen.

Vroege creativiteit

Jan van Velzen, ws 4 jaarAls kind was Jan al met creatieve uitingen bezig. Poppetjes van klei boetseren of bootjes maken door koekblikken zo te vouwen en buigen dat er hele slagschepen ontstonden. Maar waar ik had genoten van de creatieve tijd op de kleuterschool, had hij diezelfde grauwe daagsheid ervaren op de bewaarschool.

Kennelijk had de ‘juf’ de opvatting dat de kinderen alleen bewaard moesten worden, want ze moesten stil zijn en matjes vlechten, anders moesten ze in de spinnenkast. Matjes vlechten was voor hem dan ook een van de symbolen van ‘zo moet het en zo hoort het’. Afschuwelijk, omdat alle creativiteit onderdrukt werd.

Jannige constructies

Jan had eigenlijk helemaal geen zin om tuinder te worden, maar vader werd ziek en de oudste zoons, tieners nog, moesten het werk overnemen. Hij had veel liever bij de smid in de leer gegaan, want met je handen dingen van ijzer maken en lassen interesseerde hem veel meer. De smid werd met ontzag bekeken door de kleine jongetjes. Van zijn jongere broer was het legendarische antwoord op de vraag wat hij later wilde worden dan ook ‘Dikke smid Kees Slaman!’

Jan woonde vlakbij de smederij van Slaman

Het was hard werken in de zware zeeklei rond Onderdijk en werkelijk alles werd met de hand gedaan: spitten om te zaaien, spitten om te oogsten en twee steek diep spitten om het land voor te bewerken. Jan had een hekel aan uitzichtloosheid, dus zijn creativiteit uitte zich in allerlei ‘Jannige constructies’: uitvindingen die bedoeld waren om alles net even gemakkelijker te maken. Hij was dan ook een van de eersten die de bodem van de schuit naar helemaal bovenin brachten, zodat je met de kruiwagen erin kon rijden in plaats van alles moeizaam met de hand erin en eruit te tillen.

Flippus de Dromer

Niet altijd werden zijn oplossingen gewaardeerd. ‘Jannige constructies’ was niet echt een waarderende term, en omdat hij weleens met zijn gedachten elders was werd hij thuis ook wel Flippus de Dromer genoemd. Hij had een wat filosofische inslag en besteedde ook tijd aan observeren van zijn omgeving. Achteraf terugziend is het ook wel te begrijpen waarom hij op die plek geboren werd: voor hem was het een manier om de hele weg van zwaarte naar licht te doorlopen, en hij heeft zijn licht kunnen brengen in een tijd en omgeving die vooral gericht was op overleven.

Blessuretijd

Op zijn twintigste moest hij in militaire dienst. Maar het harde werk had zijn gevolgen al gehad: hij werd aan zijn knieën geopereerd en moest herstellen in het militaire ziekenhuis. Tot zijn afschuw bestond de therapie uit matjes vlechten! Maar in het lokaal daarnaast werden boetseerlessen gegeven. Op zijn verzoek werd hij overgeplaatst en daar werd zijn talent al snel ontdekt door zijn instructeur. Deze man regelde zelfs een introductie voor hem bij de kunstacademie in Tilburg.

Ik had altijd begrepen dat het niet was doorgegaan omdat Jan thuis nodig was en omdat zijn moeder altijd zei: ‘Fiedelaars en hureletuters komen niet in de hemel’. Maar dat was eigenlijk niet de grootste afschrikking. Vorig jaar vertelde hij me dat hij erg geschrokken was van de onverzorgde figuren met lange haren en verwilderde baarden die er rondliepen, en dat hij zich enorm ongemakkelijk en niet op zijn plek had gevoeld. Maar zijn leraar was erg teleurgesteld dat hij deze kans liet lopen. ‘Stomme bloemkoolstruik!’ had de man geroepen, waarschijnlijk uit frustratie dat zoveel talent verloren ging.

Bedrijf

huwelijk Alida Vink met Jan van VelzenJan van Velzen bouwt aan bloemenkopmachine Jan trouwde op zijn dertigste met Alida, een meisje uit nota bene hetzelfde Onderdijk, waarin hij iets had herkend van speelsheid en schoonheid, en het los zijn van alle benepenheid van het dorp. Hij begon zijn eigen bedrijf, maar de tijden waren veranderd. Het aantal kleine tuindersbedrijfjes liep hard terug en veel zelfstandigen moesten in dienst bij een fabriek in de Zaanstreek, elke dag heen en weer met een busje. Jan was met een aantal gelijkgezinden op zoek naar oplossingen en besloot met zijn twee broers fors uit te breiden. Ook richtten ze zich al een aantal jaren volledig op de bloembollenteelt. Ook daarin gebruikte hij zijn creativiteit: hij bouwde zelf zijn eigen machines voor het koppen van de tulpen en het wassen van de bollen, en paste veel machines aan zodat ze beter werkten.

-Lees hier↑ een eerder artikel over beeldhouwwerken van Jan van Velzen-

-wordt vervolgd-

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑
en op YouTube↑

Luchtboogbeeld: Sint Jacobus de Meerdere

kopie beeld Apostel Jacobus de Meerdere

De laatste Apostel

kopie beeld Apostel Jacobus de MeerdereEr is weer een stukje van de Eusebiuskerk afgerond voor ons: we hebben de luchtboogbeelden van boog 14 en 16, die met de muzikanten en zes apostelen, allemaal klaar. Het laatste beeld van deze reeks was Apostel Jacobus de Meerdere, en die heb ik afgelopen maandag op een pallet gebonden, klaar voor transport.

Jacobus de Meerdere is bij de meeste mensen wel bekend van bedevaartsoord Santiago de Compostela. Hij wordt op de Eusebiuskerk afgebeeld met een hoed, een schelp en een zwaard. Ik vond het een heel leuk beeld om aan te werken, vanwege alle attributen en structuren erin. Een grove baard, een dunne hoed en zwaard, grote handen, een bontmantel, een grote neus en een holle schelp.

Jacobus als Pelgrim

Ekopie beeld Apostel Jacobus en tijdje terug heb ik zijn collega Jacobus de Mindere al onder handen gehad. Vanwaar die schelp, hoed en zwaard bij de Meerdere? Naar wat ik erover gelezen heb, is Jacobus rond het jaar 44 op last van Herodes Agrippa in Jeruzalem onthoofd. Rond het jaar 800 ontstonden er legenden over Jacobus, dat hij het evangelie gepredikt zou hebben op het Iberisch schiereiland, en dat zijn lichaam na zijn dood naar Galicië gebracht was, waar het door zijn leerlingen werd begraven op de plek die later Santiago de Compostela zou gaan heten. Op een gegeven moment in de de 9e eeuw wordt zijn graf ontdekt. Er viel in de Middeleeuwen veel geld te verdienen aan de wonderbaarlijke geneeskracht van de relieken van heiligen, dus er kwam daarmee een grote stroom pelgrims op gang, die nog heden ten dage aanhoudt. Jacobus wordt dan ook zelf gewoonlijk afgebeeld als een pelgrim, met hoed, staf en schelp.

luchtboog 16 Eusebiuskerk, 6 apostelen

de oude beelden van luchtboog 16 vóór de demontage

Slechts zes van de twaalf

Op de luchtbogen van de Eusebiuskerk zijn maar zes van de twaalf apostelen afgebeeld. Het is indertijd wel de bedoeling geweest om alle twaalf apostelen een plek te geven, maar het werk was op een gegeven moment wel voltooid en de laatste vier bogen hadden al versieringen: grote bloemvormen (hogels), die nog van rond 1920 stamden. De beelden dateren van de jaren vijftig en zijn aangebracht bij het herstel van de gebombardeerde kerk. Binnen in de kerk staat nog het beeld van apostel Johannes, de jongere broer van Jacobus, met een gifbeker in de hand. Het is nooit op de kerk geplaatst.

De progressie van de beeldhouwer

oude luchtboogbeeld van Jacobus in tufsteen, door Eduard van KuilenburgBeeldhouwer Eduard van Kuilenburg was met deze groep beelden een hele eigen weg ingeslagen. Zijn werk was minder figuratief, zwaarder, misschien grover geworden, maar had gewonnen aan expressie. De apostelen zitten als massieve bonken op de boog, nauwelijks bevrijd uit de vorm van de tufstenen blokken waaruit ze gemaakt waren. Op sommige vlakken kun je nog duidelijk zien hoe de beeldhouwer werkte: hij tekende een aanzicht op de steen en begon meteen te hakken. Wij konden het goed merken bij het kopiëren: we hoefden veel minder materiaal te verwijderen dan bij bijvoorbeeld de Zeven Zonden. De beelden zaten nog vrij dicht op de oppervlakte van het oorspronkelijke blok.

gezicht van JacobusDe koppen van de apostelen zijn al even massief: grote neuzen, ruwe baarden en hoekige gezichten. Maar ze geven daarmee wel een heel sterk sfeerbeeld. De expressie van een kunstenaar die gegroeid is in zijn werk. Er waren, zoals ik al eerder meldde, klachten vanuit het kerkbestuur dat deze beelden te groot en te massief waren voor de luchtbogen waarop ze zitten. Maar nu we er mee aan de slag zijn zou ik haast zeggen dat het eerder de schuld van de kerk is dat zij te klein is, dan dat de beelden te groot zijn. Ja okee, ze zijn zwaar en grof, maar ze kloppen wel, en er is met aandacht aan gewerkt. Dat maakt het voor ons ook leuk om aan de kopieën te werken.

Weloverwogen structuren

luchtboogbeeldenDat is heel anders dan toen we de gebrekkigen kopieerden, van George van der Wagt, aan de zuidzijde van de kerk. Op een aantal van die beelden troffen we nog het oppervlak aan van de oorspronkelijke gezaagde steen, en ze leken wel onverschillig gemaakt, alsof de beeldhouwer gezegd had: ‘Zo, weer eentje af. De volgende’. Lelijke dingen zonder aandacht voor de afwerking.

Grof gehouwen is namelijk niet hetzelfde als onverschillig. Soms heeft een grove structuur een functie voor een bepaald beeld, en Van Kuilenburg wist dat. De puntbeitel voor de mantel, het tandijzer voor haren, de rasp en platte beitel voor andere delen. Van der Wagt lijkt alles wel gemaakt te hebben met maar 1 beitel, een platte beitel van 25 mm breed.

Hoe nu verder?

Gebroken luchtboogbeeld Fortitudo Zeven Deugden, man met leeuwWe hoeven ons voorlopig geen zorgen te maken over werk. We hebben onlangs akkoord gekregen voor de laatste 10 luchtboogbeelden, te weten de Zeven Deugden en drie blokken die bovenaan de vier bogen met kantbloemen komen te staan: een man met gieter bij een bloem, een geit die een bloem opeet, en een tweekoppige adelaar. Ze zijn er slecht aan toe, sommigen missen veel delen en ze zijn allemaal gebroken.

Dan moet ik nog een grafsteen voor mijn vader maken, waaraan ik tussen de bedrijven door al heb zitten ontwerpen, en heb ik nog een aantal particuliere opdrachten liggen. Ook hebben we nog allerlei ander werk in het vooruitzicht, waarover ik op dit moment nog niet zo veel kan zeggen. En ten slotte zijn we niet beducht voor een stillere periode, omdat we dan eindelijk toekomen aan ons eigen werk. Daarvoor heb ik nog allerlei ideeën liggen, het zou leuk zijn om die eens uit te gaan werken. Gevelreliëfs met de vier windrichtingen, de vier seizoenen, de vier of de vijf elementen, ik heb ook nog ideeën voor hele ingangspartijen… kom maar op!

naar het volgende luchtboogbeeld→

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑
en op YouTube↑

Luchtboogbeeld: Jacobus de Mindere

kopie van luchtboogbeeld Jacobus de Mindere in Muschelkalk-steen

Twee Jacobussen

Het volgende luchtboogbeeld van de Eusebiuskerk in Arnhem was er een uit de reeks apostelen van boog 16. Het stelt een zwaargebouwde man voor met een knots. Dit zou ofwel Judas Thaddeus kunnen zijn, ofwel Jacobus de Mindere. Hij werd de Mindere genoemd omdat hij later apostel werd dan Jacobus de Meerdere. Die andere Jacobus was samen met de apostel en evangelist Johannes een zoon van Zebedeüs, een visser. Ze waren hun netten aan het inspecteren toen Jezus aankwam en hen vroeg vissers van mensen te worden.

Broeder des Heren

kopie van luchtboogbeeld Jacobus de Mindere in Muschelkalk-steenMaar Jacobus de Mindere werd wel ‘broer van de Heer genoemd’. Hoe zat dat dan? Welnu, volgens de Middeleeuwse verhalen, die iedereen in die tijd wel kende, was timmerman Jozef eerder getrouwd geweest en had hij een aantal kinderen uit dat huwelijk, maar zijn vrouw was overleden. Hij was weduwnaar toen het jonge meisje Maria (Mirjam) bij hem in huis kwam wonen. Ze ontfermde zich over de kinderen, en vooral Jacobus was erg op haar gesteld omdat hij nog erg jong was toen hij zijn moeder verloor. Maria was ongeveer 14 toen zij uit de bescherming van de tempel bij Jozef kwam wonen. Haar vader en moeder, Joachim en Anna, hadden als door een wonder op hoge leeftijd nog een kind gekregen en haar daarom aan God toevertrouwd als tempelmaagd. Zij was dus zeer zuiver opgevoed en geschoold in hoge spirituele kennis.

Toen zij 16 jaar oud was bleek zij opeens zwanger en wilde Jozef afstand van haar nemen, maar de engel vertrouwde hem toe dat zij een groot wonder bij zich droeg. Hij besloot haar te trouwen. Maria werd de moeder van Jezus, en Jacobus groeide met hem op. Hij was minstens zeven jaar ouder, maar behoorde tot zijn trouwste discipelen.

Knots

kopie van luchtboogbeeld Jacobus de Mindere in Muschelkalk-steenDie knots die de apostel Jacobus bij zich draagt geeft blijk van een andere manier van denken die in de Middeleeuwen werd gehanteerd. De nadruk kwam te liggen op het lijden en het martelaarschap van Jezus en van zijn apostelen en heiligen, daarom kreeg de knots waarmee hij ter dood was gebracht een prominente plaats in de afbeeldingen van Jacobus. Nu is dit helemaal geen Middeleeuws beeld, maar gemaakt in 1956 door Eduard van Kuilenburg. In het boek over het beeldhouwwerk van de Eusebiuskerk schrijven Elisabeth den Hartog en Ronald Glaudemans dat de thema’s voor het beeldhouwwerk werden aangedragen door Arnhems stadsarchivaris dhr Schaap. Dat zou kunnen verklaren waarom Van Kuilenburg de heiligen zulke traditionele attributen heeft meegegeven.

Volgens de traditie werd Jacobus de Mindere ook wel afgebeeld met een voldersstok, een zwaar stuk hout dat hij het vervilten van wol gebruikt wordt, omdat hij daarmee zou zijn doodgeslagen. Dus wie anders werd er de beschermheilige van alle wolvilters dan Jacobus? Die onnavolgbare gedachtenkronkels van die Middeleeuwers ook…

Tegenwoordig zouden we meer geïnteresseerd zijn in het leven en de werken van zo’n apostel dan in zijn marteldood. De lugubere details en de nadruk op martelaarschap voor de Kerk zijn bepaald van een andere tijd.

 

naar het volgende luchtboogbeeld→

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑
en op YouTube↑