De Eusebiuskerk in Arnhem staat al weer een aantal jaar in de steigers en nu is de tijd gekomen om het beeldhouwwerk aan te pakken.
Ik ben gevraagd de eerste stukken van tufsteen uit de jaren vijftig te kopiëren in Muschelkalksteen.
Ik had eerst niet zoveel enthousiasme over de kwaliteit van het beeldhouwwerk, omdat de eerste kraagsteentjes erg grof (ik zou bijna zeggen lomp) over kwamen. Maar in het begin van die eerste week ben ik de steiger opgegaan naar 46 meter hoog en daar raakte ik erg gecharmeerd van de grote kraagstenen in Ettringer tuf die daar nog te vinden waren. De Eusebius is na alle bombardementen en een brand aan het einde van de oorlog enorm beschadigd geraakt, maar met veel zorg weer hersteld en omdat er zoveel weg was (er is in de eerste jaren na de oorlog ook van alles gestolen uit de puinhopen, las ik) kregen de beeldhouwers vrij veel ruimte om de lacunes op te vullen.
Het eerste wat ik tegenkwam toen ik op de 20e verdieping uit de lift stapte waren consoles met dieren, en ik was geraakt door de expressie en vaart waarmee een grote bizon met haar jong en twee Indische neushoorns waren gehouwen. De beeldhouwer (A.M. Bruggeman uit Den Haag) had schitterend gebruik gemaakt van de eigenschappen van de tuf (en die van zijn gereedschap) om de ruige vacht weer te geven.
Er hebben in de na-oorlogse jaren diverse beeldhouwers aan de Eusebius gewerkt, en van hen was het verhaal van de beeldhouwer Eduard van Kuilenburg het meest opvallend. Hij stierf jong, maar heeft voor zijn overlijden op 37-jarige leeftijd ontzettend gedreven zijn visie in taille directe in de kerk kunnen weergeven
Als je meer wilt wilt lezen over de beeldhouwers en het beeldhouwwerk in en aan de Eusebiuskerk en toren dan is er vrij recent een lijvig boek over de beelden van de kerk verschenen. Een aanrader!
De beeldhouwwerken die de komende jaren gevaar kunnen gaan opleveren zullen worden vervangen door een kopie in een weervaster materiaal. De komende tijd zal ik af en toe iets schrijven over de kraagstenen die ik nu aan het hakken ben.
De voetafdrukken die ik aan het kopiëren ben op de zwart granieten paduka’s vormen een mooi project om uit te leggen hoe het proces van beeldhouwen in het algemeen verloopt. Voor een beeldhouwer is het proces vanzelfsprekend, maar uit de vragen die ik vaak krijg merk ik dat veel mensen niet goed weten hoe je van een idee tot een stenen beeld komt. Vaak denken ze dat ik een beitel en hamer pak en begin te slaan.
Maar in dit geval wil ik een exacte kopie van de voetafdrukken, en niet iets uit de vrije hand. Dat roept om speciale maatregelen.
Het model
Ik begin zelden gewoon te hakken. Dat doe ik eigenlijk alleen als ik gewoon zin heb om eens lekker te slaan en geen duidelijk idee heb. Meestal loopt dat dan ook niet goed af. Gewoonlijk begin ik met een klein modelletje in klei, een kleischetsje. Als het een groter beeld moet worden, dan maak ik die kleischets na in het groot. Als het een heel precies beeld moet worden, dan moet ook het model heel precies voorbereid worden, omdat er dan veel minder marge voor fouten is. In dit geval heb ik het gipsafgietsel met de voetafdrukken.
Kopiëren
Om van een model naar een stenen beeld te komen moet ik een aantal maten overzetten. Ik meet bijvoorbeeld aan het model hoe hoog de kin zit, hoe breed het hoofd is en soortgelijke dingen. Het punt is alleen: waar meet je vanuit? Je zult ergens een vast punt moeten hebben. Maar met 1 punt kan je gemeten afstand overal eindigen. Met twee punten beperk je het mogelijk aantal afstanden tot een veel kleiner gebied, en pas als je iets opmeet vanuit drie vaste punten blijft er maar één oplossing over. Om die reden is de techniek van het opmeten vanuit drie vaste punten al heel oud.
Je hebt daarvoor drie identieke vaste punten nodig, zowel op je model als op je blok steen. Een punt dat je vanuit alle drie de punten opmeet aan je model, zul je altijd terug kunnen vinden op je blok steen als je die drie maten daar opzoekt. Bijvoorbeeld 5 cm vanaf punt A (naar rechts), 7 cm vanaf punt B (naar links) en 15 cm vanaf punt C (naar boven). Daarmee heb je niet alleen horizontaal en verticaal vastgelegd, maar ook de diepte.
Het is alleen een heidens karwei om elk punt zo op te meten. En met een liniaal al helemaal. Dan moet je nadenken en onthouden, en zo maak je fouten, en je moet er soms honderden opmeten. Kan dat nou niet anders? Al snel hadden beeldhouwers door dat het veel makkelijker kan met passers en krompassers. Andere beeldhouwers gebruikten een raster, of een schietlood, maar het bleef omslachtig.
De naald van het punteerapparaat met de aanslag en de stop
Totdat iemand op het slimme idee kwam om een stel stangen in die drie vaste punten te haken, en het punteerapparaat was geboren. Het handige van dit gereedschap is dat je een punt op je model kunt aanwijzen met een naald, je tilt het hele geval op, zet het op je steen en voilà, hij wijst precies aan waar je moet hakken. En beter nog, hoe diep je daar moet hakken. Die naald kan namelijk schuiven tot aan de aanslag. Bij het hakken trek je hem terug, je boort of hakt een stuk, en checkt de diepte met de naald.
Punteren
Het gipsmodel met punteerapparaat
Zo’n punteerapparaat of macchinetta di punta ben ik nu aan het gebruiken om heel nauwkeurig de voeten op te meten en over te zetten in steen. Ik heb van de week een (bijna antiek) apparaat van messing kunnen kopen, en het grote voordeel van deze is dat hij erg veelzijdig is. Meestal heeft het een houten basis, het zogenoemde kruis. Aan het kruis zitten stalen pennen, die zo afgesteld worden dat ze in de vaste punten grijpen. Die drie vaste punten zijn in mijn geval gewone kruiskopschroeven die ik in de plank geschroefd heb, maar je kunt ook moertjes op je beeld lijmen of iets anders waar de pennen in vallen. Zo’n houten kruis is een vaststaand geheel en is vaak hinderlijk bij het meten. Maar mijn punteerkruis bestaat uit losse messing onderdelen, waardoor ik het aan de zijkant kon plaatsen. Zo zit het niet in de weg.
Aan het punteerkruis zit het eigenlijke meetapparaat. Het is een stel messing stangen en koppelingen die je in elke stand kunt plaatsen, met de naald als belangrijkste gedeelte.
Op de gipsen voeten kun je allemaal kleine kruisjes zien. Dat zijn de punten die ik al gemeten heb. Normaal moet je dan een puntje zetten, maar het gips was te nat, dus deze keer een x-je. Ik meet een punt op, stel de naald, en schuif hem iets terug. De steen is namelijk iets groter dan mijn gipsmodel, en de naald zou anders verschuiven als ik dat niet deed.
Het punteerapparaat op het stuk zwart graniet
Dan pak ik het hele geval op, het punteerkruis met de meetnaald en al, en til het over naar mijn steen. Daar heb ik ook precies op de goede plek drie kruiskopschroeven in het hout gedraaid, en daar haak ik het apparaat in. Nu wijst de naald aan waar ik moet gaan boren of hakken.
Door voorzichtig te hakken en regelmatig te controleren kan ik tot op de millimeter nauwkeurig de punten overzetten in graniet. Daarna is het een kwestie van de punten verbinden tot oppervlakken, en pas dan komt het artistieke proces op gang: het echte vormgeven.
In al die jaren als beeldhouwer heb ik het punteerapparaat nog maar een paar keer hoeven gebruiken. Dat komt omdat ik ik een ander apparaat heb: een zaagmachine die heel veel meetwerk uit handen neemt. Vaak volstaan dan nog een paar maten met een passer en kan ik zo het beeld half in taille directe hakken. Dat werkt minder nauwkeurig en leunt sterk op het vormgevoel van de beeldhouwer, maar het is wel een stuk sneller, hoewel het iets meer risico op fouten geeft. Dat is iets wat je nooit helemaal kunt uitschakelen, maar met een punteerapparaat is dat risico wel een heel stuk kleiner.
Als je zelf met dit gereedschap wilt werken, dan raad ik je aan om te proberen om Het Complete Beeldhouwboek te pakken te krijgen van Camí Santamera. In dit boek wordt stap voor stap met foto’s uitgelegd hoe het werkt.
Wil je zelf een punteerapparaat kopen? Koop er dan een zonder houten kruis. Die dingen zijn al behoorlijk duur en zonder kruis wordt het een stuk betaalbaarder. Dat kruis maak je gewoon zelf voor ieder beeld, met een paar planken en stukken draadeind dat je scherp slijpt. Zo heb je dat punteerkruis altijd op de goede maat. Zorg dan alleen wel dat de verbindingen onbeweeglijk goed vast zitten. Het punteerapparaat zelf klem je er met een lijmklemmetje op vast.