De tweede kraagsteen die ik voor steigerslag 10 van de Eusebiustoren hakte was een man met vogel. Net zoals het origineel is deze kopie in Muschelkalksteen vrij grof gehouwen, met de tandbeitelsporen nog duidelijk zichtbaar. Dit geeft het oppervlak van de steen een levendig effect; de beitelsporen versterken de
vormen van de man en de vogel. Voor de kop heb ik een fijn tandijzer gebruikt, en voor de vogel een grovere tandbeitel met platte tanden, een zogeheten ‘gradine’. Ook deze steen is een hoeksteen; de andere drie zijn symmetrisch ingedeeld met een kop in het midden en aan weerszijden iets dat hij vasthoudt.
Naast deze bonkige mannenkop is nog de hand van de man te zien en een vogel die erop heeft plaatsgenomen. Lees meer over deze reeks kraagstenen in het voorgaande bericht.
Het eerste stuk dat ik onderhanden nam, voor de Zuidgevel van de toren, betrof een vrouwenkop met een soort pagekapsel en een bosje halfverlepte tulpen en gerbera’s (hierboven). De zuidgevel op steigerslag 10 van de toren heeft in totaal vijf kraagstenen met gezichten, waarvan er twee hoekstukken zijn. Deze is dus een linker hoekstuk. Ze zijn oorspronkelijk waarschijnlijk gehouwen door Eduard van Kuilenburg in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Veel van deze stenen hakte hij ter plekke in taille directe in de zachte tufsteen.
Een deel van de blokken met gezichten en gevleugelde dieren erop
Oude stukken tufsteen en nieuwe blokken Muschelkalk op het erf.
De Noordgevel bevat vijf kraagstenen met gevleugelde dieren. Het is me nog niet helemaal duidelijk wat voor dieren het allemaal zijn, maar het stuk dat ik nu onder handen heb is in ieder geval een kat. Daarover later meer.