• Een Japanse lantaarn voor Clingendael

    Een oude Japanse lantaarn

    Japanse tuin Clingendael
    Japanse Tuin van Landgoed Clingendael. Foto door Takeaway – eigen werk, CC BY-SA 4.0

    Je kent ze vast wel: de granieten lantaarns die in Japanse tuinen staan opgesteld. Ik wist het niet, maar ook in Nederland hebben we prachtige Japans-achtige tuinen. Eigenlijk mag je ze niet echt Japanse Tuin noemen, want de criteria daarvoor zijn kennelijk heel erg streng. Regel 1 is geloof ik dat het in Japan moet zijn, en dat lukt niet in Nederland. Maar goed, in Den Haag, en wel op het terrein van Landgoed Clingendael in Wassenaar, is ook een Japanse tuin. Een hele mooie die rond 1915 is aangelegd en maar 8 weken per jaar open is. Om het mos te sparen.

    Kopiëren in Beiers graniet

    blokken Flossenburger graniet gelbgrau

    Rond de tijd van de aanleg van deze tuin importeerde de eigenares een aantal granieten lantaarns voor haar tuin. Daaronder bevond zich ook een

    wat primitief aandoende  Japanse lantaarn van Shirakawa-graniet. Deze verweerde echter al snel en is in de loop der jaren een aantal keren hersteld. Totdat ik in mei 2017 benaderd werd door Raymund Bervoets van Restauratie Breda, die mij de vraag stelde wat het zou kosten om een kopie te hakken in Beiers graniet.

    De lantaarn bestond uit vijf onderdelen: de voet, de schacht, de vuurkamer, het dak en de dop. Gewoonlijk liggen de onderdelen allemaal los op elkaar gestapeld, maar bij deze was door alle reparaties het een en ander op elkaar gelijmd. De voet was indertijd zoek geraakt, misschien verweerd en opgeruimd, dus daar was ooit een gegoten stuk onder gezet.

    Chrysantenthema

    reconstructie schacht en vuurkamer lantaarn op zaagmachine

    Gewoonlijk ziet Japanse lantaarn er heel anders uit. Om te beginnen hebben ze niet 20 maar 16 lobben, en dragen daarmee het predicaat ‘keizerlijk’. Ook zijn voet en schacht veel duidelijker uitgewerkt. Maar er was wel de overeenkomst dat het dak van deze lantaarn bestond uit chrysantenblaadjes. Misschien was dit een wat rustiekere versie van een officiële lantaarn?

    Raymund had veel onderzoek gedaan naar de juiste vormentaal voor deze lantaarn. Op basis daarvan werd een plan opgesteld voor het kopiëren. Er moest een nieuw ontwerp voor het voetstuk komen, met net als het dak en de schacht 20 lobben. De schacht moest ietwat een buikje krijgen. De vuurkamer moest verdiepte ‘neggen’ krijgen zodat er een voorzetraampje van rijstpapier in past. Het dak moest 20 chrysantblaadjes krijgen zoals het origineel, maar dan wat scherper en voller, en de dop moest weer een puntje krijgen. En het geheel moest een handgehouwen karakter krijgen.

    Natuurlijk, geen probleem! U vraagt, wij draaien.

    Aan de slag

    voorzagen van granieten schachtstuk op zaagmachine

    Ambtelijke molens malen nooit erg snel en zeker niet in Den Haag, maar eind 2019 kreeg ik het groene licht en kon ik de lantaarn gaan completeren en vervolgens kopiëren in Flossenburger gelb-grau graniet. Met gips heelde ik de vijf onderdelen aan, zaagde de grote vormen uit op mijn voorzaagmachine, en hakte de kopie net zo onregelmatig als het origineel. Veel details waren sterk teruggesleten, dus mocht ik deze een stuk duidelijker terugbrengen in de kopie.

    Het hakken van de lantaarnvoet

    lantaarnvoet graniet voltooid

    De voet moest half in de aarde komen, en een laagje aarde moest het afdekken. Het leek mij mooier om ook het deel dat ondergronds zou komen een handgehouwen afwerking te geven. Hiervan heb ik een kort filmpje gemaakt. Het valt nog niet mee om met een chroomvanadium puntbeitel in graniet te houwen! Pas op het laatst bedacht ik me dat ik nog een hardmetalen (widia-) spitsijzer had liggen. Dat bleek opvallend veel makkelijker te gaan. Bij de eerste beitel was de punt al na een paar slagen stomp, maar met de widiabeitel kon ik lang blijven hakken. Ik was bang dat de punt ervan bij de eerste klappen al zou verbrijzelen, maar het ging allemaal zonder enig probleem.

    Bijzondere manier van beleving van een Japanse lantaarn

    De Japanse tuin in Wassenaar is eigenlijk te populair om iedereen het in alle rust te laten beleven. Als er het hele jaar door toegang tot de tuin zou zijn, dan zou het mos de vele fotosessies niet overleven. Daarom is het maar acht weken per jaar voor het publiek toegankelijk. Maar niet iedereen houdt zich daaraan! Het is al een aantal keren voorgekomen dat ongenode bezoekers zich ’s nachts in de tuin begaven en met lantaarns begonnen te stoeien. Omdat alle delen los gestapeld zijn, lagen er regelmatig onderdelen in de sloot.

    Jampot en dop

    lantaarn in Japanse tuin

    Om die reden hebben we overlegd hoe we de kopie wat stabieler konden maken. De uitkomst was dat ik voor ieder onderdeel een soort jampotconstructie zou maken. In het onderliggende deel zou ik een opstaande rand maken, en het daarboven geplaatste deel kreeg dan een holte waardoor deze precies over die rand past. Als de dop van een jampot.

    Hierdoor is de stapeling niet onderling meer te verschuiven, maar nog wel weg te tillen. Daarom hebben we bij de plaatsing ook nog een flexibele kitlijm tussen de delen aangebracht. Op die manier zijn de onderdelen eventueel ooit nog eens met enig beleid te verwijderen, maar zijn ze wel wat beter verankerd als iemand het omver wil gooien.

    Galerij

    Klik op een foto voor een vergrote weergave.

  • Beeld van Paus Leo de Grote, deel twee

    in het voegvlak bevinden zich twee rvs pennen van 20 mm dik. Beeld van Paus Leo de Grote

    1 Beeld uit twee delen

    Het werk aan het beeld van Paus Leo de Grote verloopt veel voorspoediger dan ik had verwacht. Toen ik aan de beoordelingscommissie en aan mijn collega’s uitlegde hoe ik van plan was om het beeld uit twee delen te gaan maken, vonden de meesten het maar een gewaagde aanpak.

    Het beeld moet namelijk uit twee delen gemaakt worden, zoals ik al eerder uitlegde in het vorige artikel en het artikel over het soortgelijke beeld van Thomas van Aquino.

    het boven- en onderlijf van het beeld van Paus Leo de Grote zijn voorgezaagd

    In het origineel staan de steenlagen verticaal, maar voor de kopie wenste men de lagen horizontaal. Omdat er geen blokken Udelfanger zandsteen bestaan die hoog genoeg zijn, moet het dus uit twee stukken gemaakt worden. Waar leg je dan de naad? Een eerste voorstel was

    om het onderaan en bovenaan het beeld te doen, onder de lijn van kwastjes van zijn bovenkleed, plus nog een bij de kroon. Ik heb zelf voorgesteld om de stiknaad van het gewaad te volgen langs de onderste lijn van het kruis op zijn kazuifel.

    Het ruw voorhakken van het bovenlijf van het beeld van Paus Leo de Grote

    Eerst de voorstelling opzoeken

    Nu kan ik niet zomaar de twee stukken na het voorzagen op elkaar plakken. Ten eerste zit er aan beide delen nog veel extra materiaal op de plek van het voegvlak. Ten tweede heb ik nog twee keer een hand met een boek. Het boek moet op het bovenste deel verwijderd worden, omdat dit stuk achter het boek langsloopt. Ook kon ik met mijn voorzaagmachine niet overal bij komen. Dus ik moet wel beide delen deels gaan voorhakken om te zien hoe het allemaal past.

    boven- en onderlijf ver genoeg bewerkt om de twee delen aaneen te passen

    Voegvlak bepalen

    Het voegvlak loopt niet recht door het beeld, maar maakt een behoorlijk kromme lijn. Het lastige is enerzijds die kromming in beide delen gelijk te krijgen. Het moet ook exact passen en de lijnen van het gewaad moeten mooi doorlopen. Anderzijds is er een kwetsbaar punt bij beide schouders, waar de steen niet haaks naar binnen loopt, maar een dunne wig zal vormen. Op die plek moest ik extra voorzichtig zijn dat ik niets per ongeluk zou afbreken.

    eerste passing van het beeld is veelbelovend.

    Hijsen en zakken

    Zodra ik de lijn van het kazuifel goed bepaald had op beide delen kon ik de overtollige steen weghakken. Ik hing de kop in de takel met twee dunne bandjes die ik in de juiste stand had geknoopt. Toen werd het een kwestie van zakken, kijken waar het niet past, hijsen, aanpassen, weer zakken, en herhalen, net zo lang tot het goed was. Ik had het onderstuk van het beeld van Paus Leo de Grote wat kleiner gemaakt, zodat het bovenlijf er overheen paste als een deksel. Op de foto zie je een beginstadium; het past hier nog niet goed genoeg omdat er bij de schouders nog spleten zijn.

    in het voegvlak bevinden zich twee rvs pennen van 20 mm dik. Beeld van Paus Leo de Grote

    Ankers aanbrengen

    Om een echt sterke verbinding tussen de twee delen te maken heb ik twee ankerstaven ingebracht van 20 mm dik rvs draadeind. Nu moeten die stangen goed in de beide delen passen en niet de uitlijning verstoren. Daarom is het belangrijk dat ze exact parallel staan. Ook moeten de gaten in de twee stukken precies boven elkaar liggen en in elkaars verlengde. Het is altijd goed opletten bij het boren! Toen de vier gaten eenmaal naar mijn zin waren en bleek dat de uitlijning nog steeds hetzelfde was, heb ik de twee pennen met epoxy verlijmd. Toen zaten de twee stukken stevig aan elkaar vast, maar in het voegvlak was nog steeds ruimte. Het is bijna ondoenlijk om dit zo te maken dat ze minder dan een millimeter van elkaar af liggen.

    tweedelig beeld van Paus Leo de Grote in Udelfanger zandsteen: het aangieten van de lijmnaad met restauratiemortel

    Aangieten

    Maar in dit geval werkte die ruimte in mijn voordeel. Behalve de vier boorgaten voor de pennen had ik ook een extra gat geboord, dat in de nek van het beeld van Paus Leo de Grote uitkwam. Ik had nog een emmer met Jahn gietmortel staan die ik goed kon gebruiken. Eerst sproeide ik het beeld en vooral de gietnaad kletsnat, zodat de mortel niet te snel zou uitdrogen en dus niet de hele holte zou vullen.

    de witte gietmortel in de gietkom

    Daarna nam ik wat boetseerklei en smeerde daarmee de naad bijna helemaal dicht. Alleen bij de schouders liet ik een gaatje over. Dit waren de hoogste punten, dus daar kon lucht opgesloten raken. Vervolgens boetseerde ik een gietkommetje in de nek van de paus. De laatste stappen waren eenvoudig: gietmortel aanmaken, gieten totdat de schouders begonnen te lekken, de schouders dichtsmeren en verder gieten tot de gietkom vol was. Na een paar dagen was de gietnaad perfect gedicht: poreus genoeg, maar stevig en goed verbonden. Ten slotte heb ik met restauratiemortel voor Udelfanger zandsteen het piepkleine naadje nog gedicht, zodat je er helemaal niets meer van ziet.

    begin met detailleren van de kop en de kroon

    Vormgeven

    En de rest is simpel genoeg: gewoon nahakken hoe het origineel eruitziet. Ik werk van boven naar beneden en ben inmiddels bij de baard aanbeland. Ik heb veel werk gehad aan de kroon en het kruis, om het allemaal mooi strak te krijgen. Toch zit er nog veel werk in bij het afwerken, maar dat komt allemaal later. Voor nu ben ik in ieder geval heel blij dat alles mooi past en dat het zonder brokken gelukt is.

    Galerij

    Lees het vervolg van het werk aan dit beeld in het volgende artikel.

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.