• Luchtboogbeeld met twee eigenwijze koppen

    Tweekoppige adelaar voltooid

    Te veel andere projecten met voorrang

    We hebben driekwart jaar geen luchtboogbeelden meer gemaakt voor de Eusebiuskerk omdat er een aantal andere projecten tussendoor kwam, te weten de kruisbloemen en kantbloemen voor de Utrechtse Domtoren, de beeldjes van de 4 seizoenen van Badhoevedorp, de 10 blokken van de Latijnse School in Nijmegen, de geblakerde dolfijnen van het Art’otel in Amsterdam, de Kalasams, nogmaals een hele partij kantbloemen voor de Domtoren, en vooral heel veel ornament-, reliëf- en beeldhouwwerk voor de reconstructie van twee gevelbekledingen voor de kerk van Veghel, waarover later meer, na de onthulling.

    Kip zonder kop

    dubbelkoppige arend vóór demontage
    vóór demontage, rond 2006

    Maar toen dat eenmaal afgerond was kon ik mijn hart weer ophalen aan wederom een luchtboogbeeld, een tweekoppige adelaar deze keer. Ook dit beeld had nogal te lijden gehad onder het misgelopen impregneren en de weersomstandigheden. Dientengevolge moest hij zonder kop door het leven. Op twee oude fotootjes was te zien dat de koppen niet echt heel erg sprekend waren, en als iemand het er niet mee eens is moet die het maar komen zeggen, maar ik heb de gelegenheid te baat genomen om er eens een paar goed eigenwijze koppen op te maken in schuim en gips. Ik stelde me zo voor dat die twee koppen constant ruzie met elkaar zouden hebben en stronteigenwijs waren. Rekening houdend met de blokmaat waaruit het daarna gehouwen moest worden zorgde ik er ook voor dat ze elk een andere kant op keken. Ik maakte er wel iets meer adelaarskoppen van, omdat ik niet goed met dat oude fotootje uit de voeten kon.

    Schuim en gips

    oude verweerde adelaar van tufsteen
    enkele jaren na demontage

    Zoals gezegd, de nekken van deze tweekoppige adelaar waren dusdanig grondig afgebroken dat er zelfs van een aanzet niets meer te vinden was. Dus ik boorde een paar gaten voor een steunframe en maakte er twee nekken en koppen van schuim op, die ik later bedekte met een laag gips. Ik liet het allemaal vrij grof, omdat ik het toch pas echt zou gaan vormgeven in de steen. Dit past ook beter bij de aanpak van de oorspronkelijke beeldhouwer, die de luchtboogbeelden het liefst en taille directe maakte.

    Volgens onze beproefde methode zaagde ik vervolgens een kopie in nieuwe steen met mijn contourzaagmachine, waarna het hakwerk kon beginnen. Meer over de werking van deze machine kun je vinden in dit artikel en filmpje, en in alle artikelen over de kopieerzaagmachine.

    Gipsen reconstructie van de koppen van de dubblekoppige adelaar
    de gipsreconstructie tussen de kruisbloemen van de Domtoren

    De Tweekoppige Adelaar

    Tweekoppige adelaar voltooid

    De tweekoppige adelaar is een oeroud motief, dat in vele culturen terug te vinden is. Vaak heeft het te maken met verwijzingen naar een keizerrijk. Van Kuilenburg had in zijn jeugdjaren in de oorlog aanvaringen met Duitsland, waar het symbool alom gevoerd werd, maar ook in de eeuwen daarvoor was de Reichsadler al een veelgebruikt symbool.

    Kale vogel krijgt veren

    Tweekoppige adelaar tijdens hakproces

    We hebben inmiddels een hele reeks beelden van Eduard van Kuilenburg gekopieerd. Bij het overgrote merendeel daarvan hebben we nauwgezet de originele beelden gevolgd. Maar bij een beeld als deze, waarvan een groot deel ontbreekt, was het voor mij belangrijker om een interessant beeld te maken dat past in de sfeer van zijn andere werk, dan krampachtig te proberen reconstrueren wat niet meer duidelijk is. Omdat ik bij een aantal van zijn eerdere vogels ook al veren heb aangetroffen, en omdat al snel bleek dat ik anders met een groot oninteressant vlak aan de voorzijde bleef zitten, heb ik er hier voor gekozen om een nieuw verenpak aan te brengen.

    dubbelkoppige adelaar voltooid

    Ook zijn de koppen van de tweekoppige adelaar behoorlijk eigenwijs geworden, zoals ik al voor ogen had. In eerste instantie was de linkerkop (voor de kijkers thuis rechts) een heel stuk groter dan de rechter, en moest ik nog aardig wat van het geheel weghakken voordat er een soort gelijkvormigheid in kwam. Natuurlijk heeft zoiets invloed op de stand van de kop, waardoor deze kop nog wat meer uitgerekt lijkt, wat me uitstekend van pas kwam.

    Afwerking

    profiel van de adelaar
    de profielen moet ik ter plekke nog aanpassen

    Het verenpak van de tweekoppige adelaar heb ik met een tandijzer bewerkt, waardoor een levendig effect is ontstaan.

    De kop en snavel zijn wat minder uitbundig behouwen omdat anders de vormgeving eronder lijdt. Deze tweekoppige adelaar staat op de plek waar twee luchtbogen aan de kerk ontspruiten, wat waarschijnlijk ook heeft geleid tot dit ontwerp. Ik heb met punteerapparaat en mallen zo nauwkeurig mogelijk de maatvoering van de oude aansluitingen geprobeerd te volgen, maar zoals de afgelopen jaren me geleerd hebben past er nooit iets helemaal exact op zo’n oude kerk. Niets is haaks of recht. Daarom heb ik op alle delen die moeten aansluiten op bestaand werk extra massa gelaten, die ik na plaatsing ter plekke zal moeten aanpassen. Deze kip had heel expressieve poten, en als hij straks iets meer ruimte krijgt omdat ik de overtollige steen zal weghakken, dan kan ik deze nog wat duidelijker vormgeven.

    Al met al een heel leuk luchtboogbeeld om te mogen maken!

    Galerij

    -klik op een foto om het op groter formaat te zien-

    Naar het volgende luchtboogbeeld →

  • Vier geblakerde dolfijnen in nieuwe steen

    kopiëren van dolfijnen in zandsteen

    Vier klassieke dolfijnen in zandsteen

    beschadigde oude dolfijnen en nieuw steenhouwwerk

    Soms zijn er van die opdrachten waar ik een beetje tegenop zie, door de hoge kwaliteit werk die het vraagt. Ik zal eerlijk toegeven dat de volgende klus niet makkelijk was. Het betrof éen van de twee vroeg-20e-eeuwse ornamenten met dolfijnen die het gebouw van het Art’otel sierden aan de kant van de Prins Hendrikkade in Amsterdam, tegenover het Centraal Station. Op 13 januari 2020, inmiddels ruim een jaar geleden, ontstond daar een gaslek. De daarna ontstane brand krulde geruime tijd tegen de gevel van het hotel op en het vuur heeft vooral aan de natuursteen van het exterieur schade aangericht, waaronder aan dit ornament. In 2020 werd alle beschadigde natuursteen vervangen door Slotboom Steenhouwers BV in Winterswijk.

    Dolfijnen of gewoon vissen?

    fontein met dolfijnen Paleis Caserta

    Deze vormgeving is erg wijdverbreid. Zo kun je deze ‘dolfijnen’ bijvoorbeeld vinden langs de oevers van de Theems in Londen, in renaissance-beeldhouwwerk in Italië, op vazen, fonteinen en tuinbanken, en als waterspuwers boven een bassin, vijver of zwembad. Alleen lijken ze totaal niet op dolfijnen zoals wij ze kennen, maar meer op vissen. Ze hebben grote bolle ogen, dikke lippen, kieuwen en fladderige vinnen en een duidelijke vissenstaart. Terwijl dolfijnen natuurlijk gladde zoogdieren zijn zonder veel franje.

    Na wat zoeken op het interweb kwam ik erachter dat al sinds Romeinse tijden dolfijnen zo afschrikwekkend worden afgebeeld (de oude Grieken kwamen een stuk dichter in de buurt), maar niemand weet waarom. Er is wel een interessant en amusant artikel over geschreven, door Donna Zuckerberg↑ (engelstalig), maar ook dat biedt geen goede verklaring. Misschien is de eigenlijke reden wel dat het op deze manier een stuk interessanter is om te schilderen en te beeldhouwen? Dolfijnen zijn wezens met een behoorlijk hoog bewustzijn. Misschien geldt hier hetzelfde als nu ook speelt: demoniseer het goede, beeld het af als slecht en creëer daarmee zoveel verwarring dat je zelf je voordeel kunt doen met de ontstane angst.

    Anders aanpakken dan gewoonlijk

    blok steen voor dolfijnen, overbodige massa verwijderen

    Ik kreeg ergens in december 2020 van de steenhouwerij een groot blok geprofileerde zandsteen binnen, waaruit ik een kopie moest hakken van de dolfijnen. Dit blok was gemaakt  uit Poolse Rákowicz zandsteen. Rákowicz is vergelijkbaar met Bentheimer zandsteen, maar voordeliger. Dit was een uitzonderlijk mooi dicht en homogeen stuk, hoewel het een paar okerkleurige vegen bevatte.

    Normaal zet ik zo’n oud beeld op de voorzaagmachine en begin dan vanaf de gezaagde kopie te detailleren. Maar deze dolfijnen misten allerlei delen, en dan met name de staarten. Daarbij is het klein en zeer gedetailleerd. Ik kwam al snel tot de conclusie dat voorzagen niet zou gaan. Ik had graag het broertje van dit ornament erbij gehad, dat nog wel intact was omdat het een aantal meter verderop aan de gevel stond. Dat had het kopiëren een stuk makkelijker gemaakt. Maar ik was te laat erbij betrokken en dit was nu niet meer mogelijk.

    Stap voor stap punteren

    beginnen met punteren

    De oplossing werd om het op de klassieke manier aan te pakken. Ik zou de dolfijnen puntje voor puntje gaan opmeten en kopiëren met een punteerapparaat. Dit is iets wat ik bij voorkeur wil vermijden omdat het een tergend langzaam proces is, en zoals je inmiddels misschien weet heb ik een hekel aan meten en hou ik van opschieten. Maar deze keer was er geen ontkomen aan: ik kon geen grote vormen ontdekken die me zouden helpen om het beeld op het oog te hakken of met slechts een paar ruwe metingen.  Ik heb het originele beeld nog dichtgesmeerd met klei, om te zien of er een eenvoudige hoofdvorm overbleef waarbinnen de meest uitstekende delen vielen, maar het bleef een lastige complexe vorm. Ik moest het wel gedetailleerd en stap voor stap gaan uitvoeren.

    Ik begon met het reconstrueren van de staarten in gewone boetseerklei. Een dikke pen in het beeld moest stevigheid geven voor het meetapparaat. Gewoonlijk maak je op het origineel en op het blok waaruit de kopie gemaakt moet worden een drietal basispunten vast, waarin je het kopieerkruis vasthaakt. Deze keer kon ik er geen schroeven in vastlijmen of gaatjes in boren, dus besloot ik rondom plankjes te klemmen waarin ik torx-schroeven kon draaien. In de torx-koppen pasten perfect de haken van het punteerkruis.

    Geduldwerkje

    Het nieuwe blok met het steenhouwwerk dat ik van de steenhouwerij gekregen had was veel te groot, zodat ik eerst begonnen ben om maar eens de overtollige massa weg te zagen. Dat kon ik met passers wel opmeten. Daarna begon het punteren van de dolfijnen, waarbij je altijd eerst de hoogste punten uitwerkt, en dan de tussenliggende delen gaat vormgeven. Het is niet echt moeilijk werk: je moet gewoon geduldig het punteerapparaat blijven instellen, checken of elke vleugelmoer goed is aangedraaid en de naald terugschuiven, dan het punteerkruis overzetten naar het blok nieuwe steen en daar net zo lang boren en hakken totdat je exact 1 punt hebt aangegeven. Ad infinitum. Het nadeel van deze methode is dat het erg lang duurt voordat de vormen inzichtelijk beginnen te worden. Het is vrij dom werk eigenlijk. En ook traag werk. Maar na een paar weken punteren stonden de details er allemaal op en kon ik het gevreesde apparaat terzijde leggen.

    Ik had tussendoor nog allemaal andere opdrachten lopen, zoals het graf van mijn vader, de hoekstenen van de Latijnse School in Nijmegen en weer nieuwe kantbloemen voor de Domtoren in Utrecht. Gelukkig maar, want punteren is niet mijn lievelingswerk.

    Op het oog uitwerken

    de beeldhouwer bindt het beeldhouwwerk vast op de pallet

    Gelukkig komt er altijd een punt waarop de beeldhouwer genoeg houvast heeft aan alle opgemeten punten om de details op het oog uit te werken. Ik hou ervan om bij dit soort werken een doorzichtig plastic sjabloontje te trekken van de belangrijkste lijnen, zodat ik heel snel vanuit de grove vorm naar een beeldhouwwerk kan komen door deze lijnen over te trekken op mijn kopie. Daarna was het nog slechts een kwestie van op het oog nahakken van de originele dolfijnen. De staarten kon ik maken aan de hand van foto’s. Mijn geboetseerde staarten had ik bewust heel grof gelaten, omdat ik het makkelijker vind om dat in de steen uit te werken dan dagen zitten priegelen in de klei. Als ik maar weet hoe groot de massa’s moeten worden, dan heb ik genoeg om vanuit te gaan. Met wat maten die de steenhouwers me verschaft hadden vanaf het andere origineel dat nog op het Art’otel stond, kon ik goed uit de voeten om een behoorlijke kopie te maken. De afwerking van het hele ornament was uitgevoerd met een smal tandijzer, en dat heb ik ook in de kopie teruggebracht.

    vier klassieke dolfijnen in zandsteen

    Conclusie

    punteerproces

    Ik had erg opgezien tegen dit werk omdat het best complex is, en omdat dit oude beeldhouwwerk met veel flair en vakmanschap gemaakt is. Ik dacht dat ik er nog een harde dobber aan zou krijgen om dit niveau te benaderen. Het viel uiteindelijk gelukkig allemaal heel erg mee, want wat eerst heel lastig is wordt door het eenvoudige punteerproces een heel stuk makkelijker. Dat is ook de reden dat bijvoorbeeld in Italië vaak dit simpelere werk wordt overgelaten aan de mindere beeldhouwers. Het echte vakwerk doen dan de meester-artigiani, die bijvoorbeeld de gezichten, haren, handen en andere details kunnen vormgeven op een niveau waar de gewone uitvoerder niet aan kan tippen. Voor mij betekende het punteerapparaat in dit geval een handig maar saai hulpmiddel. Het was me eens te meer duidelijk waarom ik zo blij ben met die kopieerzaagmachine. Stel je voor dat we alle 83 (tot dusver) luchtboogbeelden van de Eusebiuskerk helemaal hadden moeten punteren, of Thomas van Aquino en Paus Leo de Grote… dan staat er ook wel een heel ander prijskaartje voor een beeld, omdat we het nooit zo vlot hadden kunnen maken op die manier.

    Snelheid en prijs bepalend

    Het punteerapparaat is behoorlijk nauwkeurig, maar het is dus een langzaam proces, wat voor het meeste werk dat wij doen zou betekenen dat het allemaal veel te kostbaar zou worden. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat er steeds meer wordt gewerkt met robots die het beeldhouwwerk voorfrezen. Het nadeel daarvan is weer dat er vakkennis verloren gaat en dat het werk niet heel erg interessant wordt als je steeds alleen maar hoeft af te werken wat een robot tot in de puntjes al heeft voorgefreesd. Maar meestal is dat voor de meeste projecten niet het belangrijkste punt: het draait er steeds weer op uit dat het uiteindelijk toch vooral om de kostprijs gaat.

    Galerij

    Klik op de foto’s voor een versie op volledig formaat.

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.