Gisteren heb ik het tuinbeeld van Flora van lood-antimoon weer teruggezet in het wild. Op deze plek komt het goed tot haar recht, een heel klassiek en sierlijk tuinbeeld van de godin van het voorjaar en de bloemen.
Ik heb van grijze natuurstenen blokken en een hardstenen tegel een sokkel samengesteld, waar ze aan verankerd is met drie dikke roestvrijstalen draadeinden van 14 mm. Het geheel is zo een rustige grijze kleurstelling geworden, waardoor de sokkel niet méér aandacht vraagt dan het beeld zelf.
Op een foto uit de 20e eeuw is te zien dat Flora vroeger bloemen in haar linkerhand en in de vaas heeft gehad. Aan de vreemde stand van de vingers meen ik te kunnen afleiden dat het beeld toen al een keer is hersteld.
Het beeld is nu aangeheeld met restauratiemortel. Ik heb het aangemaakt met dezelfde grijzige kleur als de loodlegering; de groenige kleur is afkomstig van wat bladgroen dat ik erop gewreven heb. Mocht de eigenaar er in de toekomst dan voor kiezen om algen te verwijderen, dan heeft de reparatie dezelfde kleur als het origineel, en niet een misplaatst groenige tint. Met het bladgroen gaat de reparatie nu ook op in het geheel, dat een lichte algenaanslag heeft.
Het echte patina zullen de reparaties moeten krijgen na een periode in weer en wind, zodat het verschil straks niet meer te zien zal zijn.
De losse delen zijn vastgezet en ontbrekende massa is aangevuld met restauratiemortel. Later volgt nog het vormgeven en bijkleuren.
Ik ben ondertussen ook bezig met het herstellen van een classicistisch tuinbeeldje van Flora, de godin van de lente en bloemen. Heel toepasselijk met dit mooie zachte voorjaar. Het beeld is indertijd afgegoten in een legering van lood en antimoon, maar is intussen al een paar keer gevallen en hersteld. Bij haar laatste val brak zij haar linkerhand af, op een plek waar die al een keer eerder was hersteld, en sneuvelde een voet, een stuk voetplaat en haar vaas.
Het beeld schat ik zo rond 1820. Het was in die tijd niet ongebruikelijk om afgietsels van beelden te maken in lood, zink of een legering ervan. Op de close-up kun je zien dat het in delen werd gegoten, die vervolgens aan elkaar werden gesoldeerd. Aan de achterkant is goed te zien dat het beeld daarna geschilderd werd opgeleverd, om de naden te verdoezelen en waarschijnlijk ook vanwege het materiaal. Overigens werden ook stenen beelden meestal geschilderd. In de diepe plooien kon ik nog veel resten van witte verf vinden.
Omdat het beeld al lang buiten heeft gestaan is het materiaal vrij bros. Enkele onderdelen zijn wat verbogen, maar het is riskant om ze terug te buigen, omdat het meteen afbreekt. Hierom, en uit kostenoverweging, heb ik in overleg met de klant besloten het beeld met mortel te herstellen, en niet met solderen en het maken van nieuw te gieten aanvullingen.
Als eerste heb ik van roestvast stalen draadeinden een steunframe gelast voor de hand en de vingers. De hand is met kleurloze, sterke epoxylijm verankerd aan het steunframe en de onderarm. Solderen had in dit geval een loden naad opgeleverd, die bijgewerkt moet worden, waardoor het patina aangetast wordt. In overleg is besloten het patina te handhaven.
Van dichtbij zijn eerdere soldeernaden goed te zien. De laatste breuk is indertijd vrij grof hersteld.
Ik kan de vingers nog verder in de juiste stand buigen, waarna ik ze in mortel kan aanhelen. Ook de voeten heb ik eerst met een rvs frame versterkt. Het bleek al snel dat het beeld in de loop van de jaren nogal doorgezakt was, waardoor het veel te ver voorover boog. Daarom heb ik eerst de juiste stand opgezocht (de contraposte) voordat ik het grondvlak en de voeten ging aanhelen.
Om herhaling van het omvallen te voorkomen is er een verankering in het beeld aangebracht van drie rvs pennen van M14 draadeind, zodat het vastgezet kan worden aan de sokkel. Ook de vaas is verlijmd, en voor extra steun met een onzichtbaar extra pennetje versterkt.
De kleur van de eerste reparaties is nog veel te donker, maar dat wordt na bewerking (vormgeven, schuren) nog veel lichter. Tijdens het uitharden concentreert een deel van de kleurstoffen zich in de toplaag. Er komt nog een nabewerking om de kleur helemaal aanvullend te maken, en het groene algenpatina zal zich in de tuin moeten vormen.
De volgende stap wordt het vormgeven van de handen en voeten. Oorspronkelijk heeft zij een ruiker bloemen in haar linkerhand en in haar vaas gehad, maar deze twee komen uit kostenoverweging niet terug. Wel wordt het gebaar van haar hand helemaal hersteld.