• Taille directe vs taille indirecte

    Taille directe

    Hoeveel ik er ook van hou om al hakkende mijn weg door de steen te zoeken, het is niet altijd de handigste manier van werken, vooral bij een groot werkstuk. Het voordeel van taille directe is dat je gedachten over de vorm meegroeien met de vorm zelf, en dat je misschien wat rechtstreekser werkt.

    En, zoals Bob Ross al zei: ‘We don’t make mistakes, we just have happy accidents’. Af en toe word je door een ‘foutje’ gedwongen je gedachten te verzetten, en naast dat dit je leert flexibel en inventief te zijn, kan het soms onverwacht iets positiefs opleveren. Het nadeel is dat het een heel tijdrovende manier van werken kan zijn, vooral bij ingewikkeld werk. Je bent steeds bezig oplossingen te vinden, en in steen valt dat niet mee. Een ander nadeel is dat een echte fout in steen onherstelbaar is. Bij een beeld van 2 meter 30 wil je daarin niet belanden.

    Taille indirecte

    auguste-rodin-in-atelier. Taille indirecte
    het atelier van Auguste Rodin

    Vandaar dat al in de oudheid beeldhouwers een model maakten van klei, en daarvan de maten namen om het groot uit te voeren. Nou is een kleimodel naast een beeld waaraan je staat te hakken niet handig. Eén scherf die verkeerd wegspringt en je kleimodel is naar zijn grootje. Ze maakten dan ook een afgietsel in gips, dat ze gebruikten als model voor het hakken. Dit leidde ertoe dat ook andere beeldhouwers het hakwerk konden uitvoeren. Zo had Auguste Rodin bijvoorbeeld een heel atelier vol assistenten, die zijn beelden voorhakten vanaf zijn model, waarna de meester zelf de laatste hand eraan legde (soms alleen zijn paraaf). Hiervoor gebruikten ze een model op ware grootte en namen de maat met een punteerapparaat.

    Twee methodes combineren

    slose up van punteerapparaat, hulpmiddel voor taille indirecte in steen en hout

    Bij dit beeld heb ik geprobeerd het beste van beide methodes te combineren door in taille directe een model te snijden uit Pirschuim, dat ik nu gebruik als model voor het grote beeldhouwwerk. En omdat ik met vrij weinig meetpunten werk, blijft er altijd nog een heel groot deel van het vormgevingsproces over voor het uiteindelijke beeldhouwen in steen.

    De dolomiet waar ik dit beeld in hak is een prettige steen om in te werken. Ik werk er voor het eerst in, en merk dat hij niet al te hard is (iets minder hard dan Belgisch hardsteen), maar wel wat gelaagd. Hij oogt nu nog wat grijzig, maar als je hem fijn schuurt, of natmaakt, of in de olie zet, dan komt de groenige kleur duidelijk naar voren. Als hij klaar is wordt het tijd om met een paar proefstukken de beste behandeling te kiezen om hem zachtgroen te krijgen. Als het beeld buiten zou staan, dan wordt hij vanzelf wel steeds groener, maar hij is voor binnen bestemd. En ja, zoals je ziet: het blijft stoffig werk. Gelukkig heb ik een goeie stofkap.

    En ja, zoals je ziet: het blijft stoffig werk. Gelukkig heb ik een goeie stofkap.

    Naar het eerste bericht over dit project.
    Naar het volgende bericht over dit project.

  • Houtsnijden in Ecuador

    In 1987/1988 reisde ik drie maanden in Ecuador. Het werd een reis die mijn leven zou veranderen, omdat ik na allerlei moeilijkheden meegemaakt te hebben in aanraking kwam met houtsnijden.

    Ik trof mijzelf in bijzonder moeilijke omstandigheden, zonder geld en paspoort, en mocht daardoor eigenlijk de hoofdstad Quito niet uit. Maar met geleend geld leerde ik Spaans, en trok eropuit. Zo kwam ik in het dorpje San Antonio de Ibarra, waarvan ik gehoord had dat er allemaal houtsnijders woonden en werkten. Het was voor mij luilekkerland!

    Vanaf mijn dertiende was ik thuis in de schuur bezig geweest met rommelen in hout. Ik hakte een tjalk uit een blok vurenhout,  een esdoornblad uit keihard Azobé en verder maakte ik nog wat dingetjes die nooit een eindstadium bereikten. Ik had welgeteld één gutsje, waarmee ik alles moest doen, en besefte dat ik les moest hebben. Maar waar?

    In San Antonio zag ik mijn kans schoon. Ik liep een werkplaats binnen en vroeg of ik ergens het vak kon leren. Met mijn beperkte Spaans van drie weken begreep ik dat er wel een opleiding in het dorp was, waar je in zes jaar werd opgeleid tot volleerd houtsnijder. Prachtig, maar zolang had ik niet. De man raadde me aan elders in het dorp te vragen of ik daar een tijdje in de werkplaats kon leren snijden.

    Al bij de volgende werkplaats was het raak: als ik betaalde voor het hout dat ik gebruikte kon ik wel leren houtsnijden!

    De baas van de werkplaats, Hugo Garrido, was een jonge kerel. Hij was zeer getalenteerd, ambitieus, hartelijk, en had een open karakter. Het bleek dat hij enkele jaren daarvoor een jaar in Duitsland als houtsnijder had gewerkt, om toeristisch houtsnijwerk in lindehout dat onder de kopieerfrees vandaan kwam, met de hand af te werken. Hij kende dus zelfs nog wat Duits, maar ik merkte wel dat hij daar niet al te best behandeld was, als een soort gastarbeider.

    wapen1

    Zo heb ik daar vijf weken kunnen houtsnijden, en hoewel dat veel te kort is heb ik erg veel geleerd. Ik ging naar huis met een twintigdelige set gutsen voor een spotprijs, die speciaal voor mij op maat gesmeed werden, en de houtdraaier maakte er een serie bijpassende handvatten bij.

    Die gutsen gebruik ik af en toe nog steeds, als ik in hout werk. Ze zijn veel dunner dan de gutsen die je hier in Nederland kunt kopen, en gaan ook veel makkelijker door het hout. Het is jaren geleden dat ik er mee werkte, voor een paar wapenschildjes, maar laatst heb ik voor de aardigheid weer wat in hout gehakt. Met een pneumatische hamer, dat wel, de tijd heeft tenslotte niet stilgestaan!

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.