• 70 procent puin

    Je staat er vaak niet bij stil, maar als je een beeld uit een blok steen hakt, blijft er maar een klein gedeelte over. Ik heb weleens uitgerekend dat je al gauw 70 procent van het blok in de puinbak mietert, en soms is dat nog wel meer.

    In dit geval woog het blok Anröchter Grünstein (ze noemen het vaak dolomiet) voor de varens 3,5 ton, omdat ik een ruw blok had genomen. Als ik een blok op maat had genomen, was het ongeveer 2200 kilo geweest.

    Ik denk dat ik op 600 kilo uitkom, dus dat is iets meer dan 17 procent wat er van overblijft. Normaal neem je een op maat gezaagd blok, dus dat betekent dat ze bij de steengroeve al een heleboel steen als puin weggooien (de kroetkant, niet-haakse stukken, slechte stukken, en wat er overbemeten was bij het kloven).

    De meeste mensen vinden het jammer dat je zoveel grondstoffen weggooit. Ergens is dat ook wel zo, maar aan de andere kant is dat nou juist beeldhouwen: een vorm maken door het overtollige weg te halen. En dat overtollige komt in de vorm van puin, het is niet anders. Met een computergestuurde draadzaag zou je misschien nog wel grotere reststukken kunnen bewaren, maar die zijn dan incourant en belanden vaak na een periode van opslag alsnog in de puinbak.

    Eigenlijk is dit wel een triviaal onderwerp; gewicht zegt uiteraard niets over de vorm van een beeld en al helemaal niets over schoonheid. Hooguit zegt het iets over het proces. Dat is wat ik zo prettig vind aan beeldhouwen: het is een proces met heel veel ambachtelijke uren tussen het scheppen door. Ik hoef niet voortdurend alleen maar mijn creatieve kanten aan te spreken, ik mag ook vaak genoeg simpelweg hakken, en dat geeft een mooie balans. Hoeveel herrie al dat gezaag en die compressor ook maken, ik merk dat het puur fysiek bezig zijn voor mij een groot deel uitmaakt van het plezier in het beeldhouwproces.

    Indertijd toen ik de steenhouwersopleiding volgde, merkte ik dat al dat slaan op die beitel en die steen een zekere rust teweeg brengt. Met iedere klap sla je er iets van je onrust uit. Iemand die een steenhouwer weleens heeft zien frijnen zal begrijpen wat ik bedoel. Ik denk weleens dat beeldhouwen een goeie therapievorm zou kunnen zijn voor overspannen managers. Misschien iets voor de toekomst.

    Naar het eerste bericht over dit project.
    Naar het volgende bericht over dit project.

  • Dat neusje eraf…?

    Dé meest gestelde vraag van bezoekers aan een beeldhouwerij is de volgende: ‘En als je nou bíjna klaar bent, en je hakt zo’n neusje eraf…?’  (of handje, of vingertje, of puntje, enzovoorts). Mijn collega’s en ik hebben die vraag al zo vaak gehoord, dat we het weleens een beetje zat werden. Dan zeiden we met een doodernstig gezicht: ‘Ja, dat blijft altijd een probleem hè, dat je dat neusje eraf slaat. Dat was vroeger al zo. Kijk maar eens naar al die oude Egyptische beelden, daar is ook altijd die neus eraf.’

    Je hebt niet altijd zin om uit te leggen dat in veel culturen een tempelbeeld absoluut ongeschonden moest zijn, en dat het anders ongeschikt was voor verering. Dat de Egyptische beelden oorspronkelijk dus klokgaaf waren. Dat in Egypte de Islam later zijn intrede deed, en dat in dit geloof het een gruwel is om een afbeelding van mens of dier te vereren. Dat veroveraars niet altijd de tijd hadden om rustig de beelden tot gruis te slaan, zeker als die twintig meter hoog waren of van keihard dioriet. Logisch dat ze dan genoegen namen met de neus. ‘Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.’

    Bamyan boeddhabeelden. dat neusje eraf?

    We hebben het nog vrij kort geleden kunnen zien hoe de Taliban de twee enorme Boeddhabeelden van Bamyan opbliezen. De gezichten waren in een eerder stadium al verwijderd. De Islam wijst de mens erop dat God niet in een afbeelding te vatten is. Ik denk zelf ook altijd dat onze pogingen om zelfs maar de schepping te beschrijven lachwekkend tekort schieten, laat staan onze beschrijvingen van God zelf. Aan de andere kant is God voor de mens vaak zo ongrijpbaar groot, dat in andere culturen een afbeelding gebruikt wordt om toegang tot God te vinden door middel van tedere devotie. Voor alle twee opvattingen is een plek, en daarom is het erg jammer dat de Taliban op deze manier hun opvatting aan anderen probeerden op te dringen. Laat ik het daar maar bij houden.

    Niet zo veel anders dan onze eigen beeldenstorm overigens…

    Maar hoe kan het nu dat de beeldhouwers over het algemeen niet op het laatste moment een handje of een neus kapotslaan? Het antwoord daarop is alleen voor de leek een raadsel. Beeldhouwers weten dat dit soort harde klappen alleen in het beginstadium voorkomen, als het beeld nog massief is, en het risico klein is. Je moet natuurlijk wel oppassen, want anders sla je in het beginstadium zo hard dat je breuken in de onderliggende steen veroorzaakt, waar je dan later problemen mee krijgt. Maar op dat punt steken er nog geen handjes uit, of neuzen die kunnen afbreken. Als het hele beeld grof is opgezet, ga je verder verfijnen. Op dat moment ga je met steeds lichter gereedschap werken en kleinere stukjes verwijderen, totdat je in het stadium komt dat je details gaat afwerken. Tegen die tijd is het absurd om het beeld nog met harde klappen te lijf te gaan. Pas heel op het eind haal je de bruggetjes weg die je ter ondersteuning van kwetsbare delen had laten zitten. Je moet alleen oppassen bij het raspen, dat je de rasp niet per ongeluk als een hefboom klem zet als je ergens tussenin raspt.

    We haalden weleens vaker een geintje uit met bezoekers. Als we zagen dat ze vragen gingen stellen over het steenstof, en of dat niet ongezond was, dan namen we stiekem een handje vol gruis en stof. Als ze dan keken,  hoestten we demonstratief door onze vuist, zodat het leek alsof er een grote stofwolk uit onze longen kwam.

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.