Koen, Jelle, klant en Stide bij luchtboogbeelden van Jelle
We gaan viraal
Vorige maand zou ik weer bezoek aan de beeldhouwerij krijgen: klanten van de Eusebiuskerk die een oud luchtboogbeeld gekocht hadden, konden komen kijken naar de plek waar ze gekopieerd worden in nieuwe steen. Maar er kwam roet in het eten. Op het moment draait echt à lles om dat verrekte coronavirus en ook ik ontkom er schijnbaar niet aan dat er dingen niet kunnen doorgaan. Ik kreeg een afzegging en een verzoek of ik dan misschien een filmpje wilde maken van ons werk, zodat de kopers/kijkers toch een indruk kunnen krijgen.
Schoolmeester
Nu is het toch anders als ik zelf iets vertel dan wanneer mensen vragen stellen. De meeste dingen zijn voor mij zo vanzelfsprekend geworden dat ik er niet bij stilsta dat onderdelen van het werkproces voor anderen nog niet duidelijk zijn. De beste interactie is natuurlijk als je rechtstreeks vragen kunt beantwoorden, en vaak leidt de ene vraag tot de andere. Plus dat daar tevens ook nog eens bijkomt dat je daarbij eveneens tevens ook kunt stellen dat dingen uitleggen net een andere nuance geeft dan als je verhalend vertelt en anekdotes kunt aanhalen.
Beelddenkers
Maar de Chinezen zeiden het al: een plaatje zegt meer dan duizend woorden. Dus hierbij mijn vervangende rondleiding door de beeldhouwerij, met optredens van collega’s Stide en Jelle. Het hele verhaal draait hier dus om de luchtboogbeelden die we vervangen, en dit zijn een paar van de laatste van boog 14 en 16, met de muzikanten en apostelen. Het was een interessante uitdaging om te leren filmen en editen, dus waarschijnlijk ga ik dat nog vaker doen. Ik heb plannen zat, nu nog vrije tijd ervoor vinden.
Jacobus de Mindere
Het luchtboogbeeld waaraan ik in deze video sta te werken is inmiddels af. Lees in dit bericht meer over het beeld van Jacobus de Mindere. De accordeonist vind je in dit bericht. Ook ben ik inmiddels begonnen aan het voorlopig laatste luchtboogbeeld, dat van Jacobus de Meerdere, waarover later meer.
Japanse Tuin van Landgoed Clingendael. Foto door Takeaway – eigen werk, CC BY-SA 4.0
Je kent ze vast wel: de granieten lantaarns die in Japanse tuinen staan opgesteld. Ik wist het niet, maar ook in Nederland hebben we prachtige Japans-achtige tuinen. Eigenlijk mag je ze niet echt Japanse Tuin noemen, want de criteria daarvoor zijn kennelijk heel erg streng. Regel 1 is geloof ik dat het in Japan moet zijn, en dat lukt niet in Nederland. Maar goed, in Den Haag, en wel op het terrein van Landgoed Clingendael in Wassenaar, is ook een Japanse tuin. Een hele mooie die rond 1915 is aangelegd en maar 8 weken per jaar open is. Om het mos te sparen.
Kopiëren in Beiers graniet
Rond de tijd van de aanleg van deze tuin importeerde de eigenares een aantal granieten lantaarns voor haar tuin. Daaronder bevond zich ook een
wat primitief aandoende Japanse lantaarn van Shirakawa-graniet. Deze verweerde echter al snel en is in de loop der jaren een aantal keren hersteld. Totdat ik in mei 2017 benaderd werd door Raymund Bervoets van Restauratie Breda, die mij de vraag stelde wat het zou kosten om een kopie te hakken in Beiers graniet.
De lantaarn bestond uit vijf onderdelen: de voet, de schacht, de vuurkamer, het dak en de dop. Gewoonlijk liggen de onderdelen allemaal los op elkaar gestapeld, maar bij deze was door alle reparaties het een en ander op elkaar gelijmd. De voet was indertijd zoek geraakt, misschien verweerd en opgeruimd, dus daar was ooit een gegoten stuk onder gezet.
Chrysantenthema
Gewoonlijk ziet Japanse lantaarn er heel anders uit. Om te beginnen hebben ze niet 20 maar 16 lobben, en dragen daarmee het predicaat ‘keizerlijk’. Ook zijn voet en schacht veel duidelijker uitgewerkt. Maar er was wel de overeenkomst dat het dak van deze lantaarn bestond uit chrysantenblaadjes. Misschien was dit een wat rustiekere versie van een officiële lantaarn?
Raymund had veel onderzoek gedaan naar de juiste vormentaal voor deze lantaarn. Op basis daarvan werd een plan opgesteld voor het kopiëren. Er moest een nieuw ontwerp voor het voetstuk komen, met net als het dak en de schacht 20 lobben. De schacht moest ietwat een buikje krijgen. De vuurkamer moest verdiepte ‘neggen’ krijgen zodat er een voorzetraampje van rijstpapier in past. Het dak moest 20 chrysantblaadjes krijgen zoals het origineel, maar dan wat scherper en voller, en de dop moest weer een puntje krijgen. En het geheel moest een handgehouwen karakter krijgen.
Natuurlijk, geen probleem! U vraagt, wij draaien.
Aan de slag
Ambtelijke molens malen nooit erg snel en zeker niet in Den Haag, maar eind 2019 kreeg ik het groene licht en kon ik de lantaarn gaan completeren en vervolgens kopiëren in Flossenburger gelb-grau graniet. Met gips heelde ik de vijf onderdelen aan, zaagde de grote vormen uit op mijn voorzaagmachine, en hakte de kopie net zo onregelmatig als het origineel. Veel details waren sterk teruggesleten, dus mocht ik deze een stuk duidelijker terugbrengen in de kopie.
Het hakken van de lantaarnvoet
De voet moest half in de aarde komen, en een laagje aarde moest het afdekken. Het leek mij mooier om ook het deel dat ondergronds zou komen een handgehouwen afwerking te geven. Hiervan heb ik een kort filmpje gemaakt. Het valt nog niet mee om met een chroomvanadium puntbeitel in graniet te houwen! Pas op het laatst bedacht ik me dat ik nog een hardmetalen (widia-) spitsijzer had liggen. Dat bleek opvallend veel makkelijker te gaan. Bij de eerste beitel was de punt al na een paar slagen stomp, maar met de widiabeitel kon ik lang blijven hakken. Ik was bang dat de punt ervan bij de eerste klappen al zou verbrijzelen, maar het ging allemaal zonder enig probleem.
Bijzondere manier van beleving van een Japanse lantaarn
De Japanse tuin in Wassenaar is eigenlijk te populair om iedereen het in alle rust te laten beleven. Als er het hele jaar door toegang tot de tuin zou zijn, dan zou het mos de vele fotosessies niet overleven. Daarom is het maar acht weken per jaar voor het publiek toegankelijk. Maar niet iedereen houdt zich daaraan! Het is al een aantal keren voorgekomen dat ongenode bezoekers zich ’s nachts in de tuin begaven en met lantaarns begonnen te stoeien. Omdat alle delen los gestapeld zijn, lagen er regelmatig onderdelen in de sloot.
Jampot en dop
Om die reden hebben we overlegd hoe we de kopie wat stabieler konden maken. De uitkomst was dat ik voor ieder onderdeel een soort jampotconstructie zou maken. In het onderliggende deel zou ik een opstaande rand maken, en het daarboven geplaatste deel kreeg dan een holte waardoor deze precies over die rand past. Als de dop van een jampot.
Hierdoor is de stapeling niet onderling meer te verschuiven, maar nog wel weg te tillen. Daarom hebben we bij de plaatsing ook nog een flexibele kitlijm tussen de delen aangebracht. Op die manier zijn de onderdelen eventueel ooit nog eens met enig beleid te verwijderen, maar zijn ze wel wat beter verankerd als iemand het omver wil gooien.