In de vorige twee artikelen, hier en hier, had ik al verteld dat de acht beeldjes die we van de Minervalaan 28-30 gedemonteerd hadden in zeer gehavende staat verkeerden. Er was sprake van ernstige breuken en soms ook behoorlijk verlies van details.
Daarnaast was er in een ver verleden al fiks aan gerepareerd met een harde mortel, die op veel plekken los begon te raken van de ondergrond. De verschillende verflagen hebben hier ook geen goed aan gedaan. Tijd om ze te repareren en een reconstructie te maken voordat we kopieën zouden gaan hakken.
← Detail van het beeld Winter. Oude reparaties en roestige ijzeren krammen zijn goed zichtbaar op de geërodeerde stukken huid.
Verlijmen
Met name de rechter Faun, de dame van Herfst en de spittende man van Winter kwamen in stukken gebroken naar beneden. Druk van het gebouw dat erop rustte en insijpelend regenwater zal hier waarschijnlijk wel debet aan zijn.
Omdat deze beelden niet geconserveerd zouden worden, maar gekopieerd, was verlijmen in dit geval geen ingewikkelde zaak. Gewoon de stukken bijeen zoeken, passen, de breukvlakken insmeren met lijm, en klemmen maar.
Vochttransport
Nu is dit verlijmen niet iets dat je zomaar overal kunt doen. Als een beeld weer teruggeplaatst wordt in een buitenomgeving, dan krijg je te maken met indringend vocht. En dat vocht zal er ook weer uit moeten en heeft daarbij een transporttraject van boven naar beneden en van binnen naar buiten. Als het op die reis een volledige dichte lijmlaag tegenkomt, dan zijn de problemen gegarandeerd.
Bij een horizontaal lijmvlak bijvoorbeeld blijft het vocht boven de lijm in de steen hangen en treedt maar moeizaam zijwaarts naar buiten. Gevolg is sterke achteruitgang van de steen boven de lijmlaag, zeker bij een vorstperiode na een natte herfst of winter. Dus wat we hier gedaan hebben met verzadigde lijmvlakken kon alleen omdat deze beelden niet meer buiten worden opgesteld.
Oude reparaties
Na de verlijming zijn we op zoek gegaan naar de oorspronkelijke vormen van de beelden. In sommige gevallen betekende dit dat we grote stukken oude reparaties moesten verwijderen. Er was soms veel te veel materiaal opgebracht, waardoor vooral benen te lomp waren geworden, met dikke oedeem-enkels. Niet alle reparaties zijn verwijderd; we hebben er plaatselijk ook op gerekend dat we in de fase van beeldhouwen in de nieuwe steen nog veel detaillering aan de vormgeving zouden aanbrengen.
Als je alle reparaties verwijdert, betekent dit ook een verlies aan informatie, temeer daar er onherroepelijk een laag van het oorspronkelijke beeld mee komt. De onderliggende steen is namelijk veel zachter dan de keiharde cementreparaties die er vaak heel vast mee verbonden waren.
Huidafstoting
Niet alle reparaties zaten zo vast. Door deze nauwelijks vocht doorlatende reparatielaag, en helemaal in combinatie met een dichte laag latexverf, hoopte zich vocht op in de onderliggende tufsteen. Zoals in het vorige bericht al genoemd zat er op de rechter gevelhoek een regenpijp in de gevel verstopt, die jarenlang zijn vocht in de beeldjes druppelde.
Het gevolg was rijke algenbloei, afbladderende huid van de beeldjes, en in het geval van de Zaaier een totale verkruimeling van het oppervlak. Ik heb al eerder benoemd dat om deze reden herstel geen oplossing meer was. De reparaties zouden ooit, in de toekomst, gewoon weer met onderliggende steen en al naar beneden komen.
Fotomateriaal
Voor het houwen van een goede reconstructie in nieuwe steen was het noodzakelijk om bruikbare modellen te hebben, uitgaande van de oude beeldjes. In dit geval hebben we de beelden met een zachte gipssoort aangeheeld. Hiervoor heb ik eerst zoveel mogelijk fotomateriaal verzameld, met name van de beelden aan de overzijde, die er veel beter aan toe waren. Ook had ik anderhalf jaar eerder allemaal foto’s gemaakt van de aanzichten van elk beeldje: links, linksvoor, vooraanzicht, rechtsvoor en rechts.
Ik had deze foto’s eerst op A3-formaat geprint en gelamineerd, maar die grote platen waren erg onhandig. Ik ontdekte dat een klein boekje met alle aanzichten op formaat A5 veel handiger was: je kunt dan immers snel bladeren. Idealiter zouden deze boekjes op plastic geprint zijn, zodat ze niet vatbaar zijn voor vocht en regen, maar papier werkte gelukkig ook.
Taakverdeling
Jelle en ik namen de reconstructie van elk drie beeldjes onderhanden. Jelle de dames van Lente en Zomer en de linker Faun met een bokje, en ik de spittende man van Winter, de dame van Herfst en de rechter Faun met zijn hert. Tim stortte zich vol enthousiasme op de oude vrouw van Winter en de zaaiende man van het Voorjaar.
Gips moet tussen de lagen door uitharden en zelf hadden we ook tijd nodig om de juiste vorm te beoordelen, dus dit was werk dat we in fasen ondernamen, soms naast andere projecten van beeldhouwen tegelijk.
Informatieverlies
Je komt bij zo’n reconstructie altijd voor puzzelwerk te staan als beelden zo verweerd zijn. Details zijn niet meer goed te achterhalen en je moet keuzen maken. Welke versie is correct? Dat wat we hier op het beeldje menen te herkennen of wat er aan de overzijde nog aanwezig is? Het werd wel duidelijk dat eerdere restauratoren het ook niet altijd geweten hebben. Platte rondjes bleken de zonnebloemen van de Zomer, vage lijnen werden korenaren of druiventrossen.
We merkten dat de vier Muzen van de seizoenen ook vier levensfasen uitbeeldden: het jonge meisje voor de Lente, de jonge vrouw voor de Zomer, de rijpere vrouw voor de Herfst en de oude vrouw voor de Winter. Elk hadden ze zo hun eigen attibuten: bloemen voor de Lente, korenaren en zonnebloemen voor de Zomer, wijnbladeren, druiven en appels voor de Herfst, en een mantel voor de Winter.
Ook begonnen de lijnen van hun haren veel meer te spreken zodra we de missende stukken hadden aangeheeld: ze liepen door in de gevel.
Tims Zaaier
Ik had het al een paar keer eerder aangekaart: de Zaaier was er het slechtst aan toe. Er was eigenlijk geen enkel herkenbaar detail meer aan te vinden, en na demontage was er nog minder overgebleven. Als kruimels er nog met hun laaste randje aan zijn blijven hangen, dan is even aanraken al genoeg om ook die te verliezen. Maar dat wisten we al vantevoren, vandaar al die foto’s.
Nu werkt Tim naast zijn werk bij mij onder andere ook als vrijwilliger bij Museum de Dageraad, waar vanalles te vinden is over de gebouwen van de Amsterdamse School. En laat hij daar nou nèt het gipsmodel van onze ontbrekende Zaaier aan de muur vinden!
Om een lang verhaal kort te maken: hij mocht het lenen voor zijn reconstructie, heeft als tegenprestatie voorgesteld dat hij dit gipsmodel zou restaureren (wat hij prachtig maar wel terughoudend heeft weten te doen!) en kon vervolgens uitgaande van dit gipsmodel de tufstenen Zaaier weer completeren.
De Spitter
Zelf had ik de reconstructie van de spittende man van de Winter onderhanden. Hij miste zijn onderbenen, de klompen en de schep, en andere details waren erg onduidelijk geworden. Het bovenlijf was echter nog zo scherp dat de oorspronkelijke beitelslagen van Jaap Kaas nog onder de dikke verflaag tevoorschijn kwamen.
Zo was te zien dat de beeldhouwer indertijd met diverse beitels zijn beeldjes had afgewerkt: het rondeel, het tandijzer en diverse platte beitels. Dit zou ons later houvast geven bij het beeldhouwen in steen.
De Spitter had nog iets onduidelijk naast zijn schep. Het leek nog het meest op een doorlopende balk met een wirwar erboven. Na alle foto’s bestudeerd te hebben meende ik dat het een kale boom kon voorstellen, die de Spitter aan het planten is.
Galerij: reconstructie van alle beeldjes stap voor stap
Na deze reparatieronde volgde een keuring. Toen alles goed was bevonden gingen we door naar de volgende fase: houwen in nieuwe steen. Lees hierover meer in het volgende bericht.
In het vorige bericht heb ik uitgelegd hoe we betrokken zijn geraakt bij dit project aan de Minervalaan in Amsterdam. We waren gevraagd door Roderick Nijenhuis van Caho BV uit Dordrecht om het beeldhouwgedeelte voor onze rekening te nemen, maar voor het zover was moesten de oude beeldjes eerst gedemonteerd worden.
Toen ik hiervoor offerte opgaf was ik enerzijds best optimistisch, want ruim 20 jaar geleden was ik nauw betrokken bij de restauratie van de overzijde, toen ik nog bij Beeldhouwerij Mooy BV werkte. Anderzijds zag ik er een beetje tegenop, omdat het gewoon zwaar werk is om dagenlang op een bouwsteigertje met een kettingzaag te staan hannesen.
Werk aan de overkant, 20 jaar geleden
Zo rond het jaar 2001 begonnen we aan de Zuidoosthoek van deze kruising met demonteren. We hadden toen een diamantkettingzaag op benzine en met veel lawaai kon ik de beeldjes een voor een wegzagen. Na een reconstructiefase zouden we de kopieën gaan houwen in Bentheimer zandsteen. Deze keus was gemaakt omdat de steen enorm weervast is en zich leent voor dit soort beeldhouwwerk. Later zijn er enkele aanmerkingen geweest op deze keuze, omdat zandsteen vuil invangt uit de lucht en regenwater en geleidelijk aan verdonkert, en omdat nergens anders in deze wijk deze steensoort voor beeldhouwwerk is gebruikt. Meestal hoor je niets over wat er wel goed is gedaan.
‘Tufsteen is niet sterk genoeg’
de beschadigde portretten van de Zuidoosthoek, met daarboven de nieuwe kopieën uit 2002
We zaagden in die tijd de beelden weg en ik merkte dat er maar heel weinig steen bleef staan. Zou dat wel genoeg zijn om dat hele gebouw op te vangen? Bezorgd belde ik naar de zaak. ‘Nee’, zei Ton Mooy, ‘het kan niet dat dat gebouw op die blokken tufsteen rust. Dat materiaal is gewoon niet sterk genoeg om een heel gebouw op te zetten. Er moet een pilaar in zitten, kijk maar.’ En ja hoor, na een beetje boren en hakken vonden we een betonkern in de tufstenen blokken. Kennelijk had men bij de bouw een gat gehouwen in de blokken en daar betonijzer in gezet, waarna alles was volgestort met beton. Dit was duidelijk te zien aan de ruwe vorm van de betonpijler, die precies aansloot op de tufsteen.
Deze keer ging het anders
Dus deze keer, twintig jaar later, ging ik vol goede moed aan de slag met mijn diamantkettingzaag. Maar toen ik eenmaal een paar plakken weg had, begonnen mijn collega’s zich zorgen te maken. ‘Stop es even, straks stort alles in!’ Ik zei nog dat ze zich geen zorgen moesten maken, omdat er een betonkern in zou zitten. Maar ze vertrouwden het niet en boorden een gat. Toen we na veel boren en zoeken nog steeds geen beton vonden, zijn we meteen gestopt met zagen.
Mijn collega zag wit om de neus en wilde geen seconde meer onder de onderdoorgang blijven. Het bleek dat deze vier gescheurde blokken tufsteen de hele gevel overeind hielden! Voordat we het beeldhouwwerk wegzaagden hadden de blokken een doorsnede van 72 x 77 cm, maar erna zou daar maar een dammetje van 30 x 45 cm van overblijven! We hebben de klus stilgezet, stempels (steunpalen) aangebracht en met blokken hout en wiggen de massa opgevangen. Tijd voor een nieuw plan.
RVS steunpoten
Een half jaar later kwamen we terug. Het plan van aanpak was goedgekeurd en het extra budget ook, en een constructeur had berekeningen gemaakt. Er werden van dik rvs schroefstempels gelast en die zouden de boel bijeen gaan houden. Bij het wegzagen van de beeldjes bleek hoe hard deze restauratie nodig was. Veel van de blokken waren niet alleen sterk verweerd, maar ze kwamen in drie of meer stukken naar beneden. Al jaren liepen er ongeziene scheuren door het beeldhouwwerk.
het beeld is losgezaagd en wordt omlaag getakeld
Na enkele dagen zagen met de diamantkettingzaag hadden we pallets vol met hele beelden, maar ook gebroken stukken, waarvan sommige nog maar amper op een beeld leken. Het was een triest hoopje puin, terwijl het aan de gevel nog zo aardig had geleken! De stempels hielden de gevel nu overeind, en vervolgens heb ik de losse hoekstukken aan elkaar vast gelast.
Video: acht beelden wegzagen met de betonkettingzaag
De boosdoener gevonden
de steunankers worden goed vastgezet
slechts een dunne laag baksteen bedekt de pijp
Vooral de hoek rechts, met de Lente, een Faun en een Zaaier, was er bijzonder slecht aan toe. We hadden al gezien dat er van boven naar beneden een lange scheur door de gevel liep. Zou dat verzakking zijn? Maar al gauw zagen we dat de oorzaak te wijten was aan een lekkende hemelwaterafvoer. Kennelijk had de architect een hekel aan regenpijpen en had hij bedacht dat het veel mooier zou zijn als die weggewerkt zou worden in het metselwerk van de gevel. Maar gietijzeren regenpijpen roesten, en al helemaal als ze gaan lekken. En roest zet nu eenmaal uit, het kan 7x zo dik worden als het oorspronkelijke ijzer.
Het bleek dat op de meeste plaatsen maar een schilfertje van 2 cm baksteen deze regenpijp afdekte. Niet genoeg om hem tegen roest te beschermen. De pijp was gaan lekken en het beeldhouwwerk was werkelijk kleddernat geworden. Alleen dat al is genoeg om tufsteen te laten verweren, maar als dat vocht niet weg kan omdat er een dikke verflaag overheen zit en helemaal als er nog vorstperiodes bijkomen, dan laten de gevolgen zich raden. De beeldjes van de Lente en de Faun kwamen gehavend beneden, gescheurd en kletsnat.
Archivering
het beeld van de Zaaier had ernstig geleden onder het vocht
Nu had ik daar al rekening mee gehouden. De ervaring had me geleerd dat ook tijdens het demonteren heel veel informatie verloren kan gaan. Eenvoudigweg omdat die losse kruimels die nu nog een beetje op een gezicht of een handje lijken, meteen afbrokkelen als je zo’n blok aanraakt. Het wordt er nooit beter op als je een beeld gaat losbreken of zagen. Vandaar dat ik van elk beeldje een hele reeks foto’s had gemaakt, van links, linksvoor, van voor, rechtsvoor en van rechts, en liefst nog meer. Ook van de beelden aan de overzijde, op de Noordoosthoek, had ik hele reeksen foto’s gemaakt. Die zouden we hard nodig hebben bij het reconstrueren. Het oude beeldje zou leidend zijn bij de reconstructie, en het fotomateriaal zou hopelijk genoeg informatie leveren om ook de ontbrekende delen goed aan te kunnen helen.
Galerij: demonteren van de acht beeldjes aan de Noordwesthoek