• Prins Carnaval, in blauw kwartsiet

    Koen van Velzen met beeld Prins Carnaval

    Carnavalsvereniging De Puupenkoppen uit Achterveld bestond 55 jaar. Omdat ze dit niet ongemerkt voorbij wilden laten gaan, klopten ze bij mij aan of ik wilde meedenken over een beeldje dat vóór het clubgebouw zou moeten komen. Iets met het logo, met de naam van de vereniging.

    Logo

    Toen de commissieleden me hun vraag voorlegden was ik meteen enthousiast. Het logo is een dansende pijp met een gezichtje, die zelf rookt en een prinsenmuts op heeft. Het is alleen allemaal vrij kwetsbaar als je zo’n pijp op 1 voet gaat zetten. Dus een letterlijke weergave viel al snel af vanwege de gewichtsverdeling en kwetsbaarheid van zo’n pijp. Zelfs als je het in brons maakt. Het moest vooral goed vandalismebestendig worden.

    Sterk

    Blok Azul Macauba kwartsiet voor beeld Prins Carnaval

    Uiteraard, als het bier goed vloeit, dan doet men weleeens ondoordachte dingen, nietwaar? Brons is ook nog eens vrij diefstalgevoeling tegenwoordig. Zo kwamen bij mijn rood profieren beeld van Pan. Dat materiaal stond hen wel aan. Maar in de offertefase bleek het laten leveren van zo’n blok op maat geen haalbare kaart. Gelukkig had ik nog een ruw stuk blauwe steen liggen Azul Macauba. Graniet dacht ik, dat moet goed te doen zijn!

    Carnavalswagen

    kleischets voor beeld Prins Carnaval

    Al pratende kwamen de ideeën al snel naar boven. Ik wilde graag iets van het plezier van carnaval in dit beeldje weergeven en het gesprek kwam op de activiteiten van de raad van elf en prins carnaval. Zo kwamen de elementen al snel bijeen: een carnavalswagen in de vorm van een pijp en Prins Puupenkop de Eerste erop zittend. De wielen zag ik meteen al voor me in de vorm van roltoeters. Het alaaf-gebaar, de steek en de staf van de prins waren allemaal elementen die zich er later heel natuurlijk bij voegden uit de gesprekken die volgden.
    Toen was er nog even een vraag over het materiaal. Uit overweging van budget, sterkte en weersbestendigheid zijn we uiteindelijk uitgekomen op deze blauwe kwartsiet. Ik had dit blok ooit ergens gekocht en het lag nog op me te wachten voor een project.

    Kleimodel en schuim snijden.

    Toen ik eenmaal het idee in mijn hoofd had, heb ik van klei een snelle ruwe schets van een Prins Carnaval geboetseerd. Daarna heb ik een blok schuim gezaagd op dezelfde maten als mijn blok steen, en daarin heb ik mijn kleischets op ware grootte uitgesneden. Met kleine raspjes en krabbertjes kon ik het schuim eenvoudig vormgeven. Maar omdat ik het schuimmodel in mijn beeldenzaag wilde gebruiken, moest het een harde buitenlaag krijgen. Helaas verlies ik altijd een hoop details van mijn schuimmodel als ik daarna er weer een laag overheen zet. Maar ik weet in ieder geval nu wat ik wil, en ik heb kunnen oefenen op de details. Het model geeft me genoeg handvatten om een kopie te hakken.

    Acrylic one

    schuimmodel met laag Acrylic One en glasvezelmat

    Om het model stevig en hard te krijgen heb ik het ingekwast met Acrylic One. Het is te vergelijken met polyester, maar dan op waterbasis. Je smeert het in, brengt een laag glasvezelmatten aan en kwast er nog eens overheen. Het hardt vrij snel uit en stinkt absoluut niet. Ideaal spul voor dit soort dingen.

    Contouren zagen

    beeld voorgezaagd in kwartsiet met de contourzaagmachine

    Met deze witte harde laag over mijn model kon ik het gebruiken als zaagmodel op mijn beeldenzaagmachine. Ik zet het blok steen aan de ene kant, mijn schuimmodel aan de andere kant, en zaag al draaiend de contouren na met deze machine, net zoals een slotenmaker een sleutel kopieert. De taster rolt over het model, en het zaagblad volgt die beweging in het blok steen.

    Taaier dan taai

    Maar hier kwam de eerst kink in de kabel: het materiaal is véél harder dan gewoon graniet! Toen ik opzocht waarom het allemaal zo moeizaam ging, bleek dat het geen blauw graniet is, maar kwartsiet. En dat zaagt allemaal heel wat lastiger. Uiteindelijk leerde ik dat de truc is om heel veel water te gebruiken en het zaagblad laag in de toeren te houden. Maar goed, twee dagen later stonden de contouren er eindelijk op.

    Beeldhouwen in kwartsiet

    begin beeldhouwen in steen. Ernaast het schuimmodel

    Daarop volgde uiteraard de fase van vormgeven. Daar valt niet veel over uit te leggen: je zoekt eerst de grote vormen op en hakt die er gaandeweg in, daarna is het een kwestie van verfijnen. Omdat het al voorgezaagd is met de contourzaag, zijn een hoop vormen snel terug te vinden, maar je zou nog een hoop kunnen verknallen als je niet oplet. Uiteraard ging na het zagen ook het hakken heel moeizaam. Ik heb er drie beitels op kapot geslagen. Risico van het vak!

    Detailleren

    beeldhouwen Prins Carnaval in kwartsiet

    Maar langzamerhand werd het duidelijker en kon ik me meer bezighouden met de details: hoe zien roltoeters eruit (conclusie: je moet het allemaal een beetje aandikken, anders is het niet herkenbaar), hoe lopen de vormen van de steek, de mantel en de pijp, en hoe past alles in elkaar? Dit zijn de plezierigste momenten van het beeldhouwen: het zoeken naar de vorm en de beweging.

    Keuring

    Onthulling beeld Prins Carnaval

    Uiteraard hebben de commissieleden een oogje in het zeil gehouden. Het beeld van Prins Carnaval was een cadeau aan de jubilerende Carnavalsvereniging, en behalve dat het allemaal strikt geheim gehouden moest worden moest het natuurlijk ook goed eruit zien! Gelukkig was men zeer tevreden. Zelf vond ik het heel erg leuk om iets te mogen maken voor ‘mijn eigen’ Achterveld, waar mijn atelier ook is. Dat het ook op zo’n prominente plek staat, pal voor de kroeg en recht tegenover de kerk, is de kers op de taart. Tja, dat is katholiek dorpsleven: de kroeg is tegenover de kerk. Ook al gaat men niet meer naar de kerk, de geschiedenis heeft haar sporen nagelaten.

    55 en niet 50 jaar

    beeld Prins Carnaval in Achterveld onthuld

    En voor Carnaval gelden uiteraard andere regels dan voor het gewone leven. Het is het zottenfeest, en daarom wordt het getal 11 hoog in ere gehouden. De Raad van Elf, 11 november, en alle gedenkwaardige datums minstens een veelvoud van 11. Dus 55 jaar, en niet 50.

    Maar goed, dit kwartsiet was ook voor mij een nieuw materiaal; als ik vantevoren had geweten dat het zo ontzettend hard is had ik waarschijnlijk iets anders voorgesteld! Maar nu het af is ben ik er heel blij mee hoe deze Prins Carnaval geworden is, het draagt precies de sfeer die ik voor ogen had.

  • Vier geblakerde dolfijnen in nieuwe steen

    kopiëren van dolfijnen in zandsteen

    Vier klassieke dolfijnen in zandsteen

    beschadigde oude dolfijnen en nieuw steenhouwwerk

    Soms zijn er van die opdrachten waar ik een beetje tegenop zie, door de hoge kwaliteit werk die het vraagt. Ik zal eerlijk toegeven dat de volgende klus niet makkelijk was. Het betrof éen van de twee vroeg-20e-eeuwse ornamenten met dolfijnen die het gebouw van het Art’otel sierden aan de kant van de Prins Hendrikkade in Amsterdam, tegenover het Centraal Station. Op 13 januari 2020, inmiddels ruim een jaar geleden, ontstond daar een gaslek. De daarna ontstane brand krulde geruime tijd tegen de gevel van het hotel op en het vuur heeft vooral aan de natuursteen van het exterieur schade aangericht, waaronder aan dit ornament. In 2020 werd alle beschadigde natuursteen vervangen door Slotboom Steenhouwers BV in Winterswijk.

    Dolfijnen of gewoon vissen?

    fontein met dolfijnen Paleis Caserta

    Deze vormgeving is erg wijdverbreid. Zo kun je deze ‘dolfijnen’ bijvoorbeeld vinden langs de oevers van de Theems in Londen, in renaissance-beeldhouwwerk in Italië, op vazen, fonteinen en tuinbanken, en als waterspuwers boven een bassin, vijver of zwembad. Alleen lijken ze totaal niet op dolfijnen zoals wij ze kennen, maar meer op vissen. Ze hebben grote bolle ogen, dikke lippen, kieuwen en fladderige vinnen en een duidelijke vissenstaart. Terwijl dolfijnen natuurlijk gladde zoogdieren zijn zonder veel franje.

    Na wat zoeken op het interweb kwam ik erachter dat al sinds Romeinse tijden dolfijnen zo afschrikwekkend worden afgebeeld (de oude Grieken kwamen een stuk dichter in de buurt), maar niemand weet waarom. Er is wel een interessant en amusant artikel over geschreven, door Donna Zuckerberg↑ (engelstalig), maar ook dat biedt geen goede verklaring. Misschien is de eigenlijke reden wel dat het op deze manier een stuk interessanter is om te schilderen en te beeldhouwen? Dolfijnen zijn wezens met een behoorlijk hoog bewustzijn. Misschien geldt hier hetzelfde als nu ook speelt: demoniseer het goede, beeld het af als slecht en creëer daarmee zoveel verwarring dat je zelf je voordeel kunt doen met de ontstane angst.

    Anders aanpakken dan gewoonlijk

    blok steen voor dolfijnen, overbodige massa verwijderen

    Ik kreeg ergens in december 2020 van de steenhouwerij een groot blok geprofileerde zandsteen binnen, waaruit ik een kopie moest hakken van de dolfijnen. Dit blok was gemaakt  uit Poolse Rákowicz zandsteen. Rákowicz is vergelijkbaar met Bentheimer zandsteen, maar voordeliger. Dit was een uitzonderlijk mooi dicht en homogeen stuk, hoewel het een paar okerkleurige vegen bevatte.

    Normaal zet ik zo’n oud beeld op de voorzaagmachine en begin dan vanaf de gezaagde kopie te detailleren. Maar deze dolfijnen misten allerlei delen, en dan met name de staarten. Daarbij is het klein en zeer gedetailleerd. Ik kwam al snel tot de conclusie dat voorzagen niet zou gaan. Ik had graag het broertje van dit ornament erbij gehad, dat nog wel intact was omdat het een aantal meter verderop aan de gevel stond. Dat had het kopiëren een stuk makkelijker gemaakt. Maar ik was te laat erbij betrokken en dit was nu niet meer mogelijk.

    Stap voor stap punteren

    beginnen met punteren

    De oplossing werd om het op de klassieke manier aan te pakken. Ik zou de dolfijnen puntje voor puntje gaan opmeten en kopiëren met een punteerapparaat. Dit is iets wat ik bij voorkeur wil vermijden omdat het een tergend langzaam proces is, en zoals je inmiddels misschien weet heb ik een hekel aan meten en hou ik van opschieten. Maar deze keer was er geen ontkomen aan: ik kon geen grote vormen ontdekken die me zouden helpen om het beeld op het oog te hakken of met slechts een paar ruwe metingen.  Ik heb het originele beeld nog dichtgesmeerd met klei, om te zien of er een eenvoudige hoofdvorm overbleef waarbinnen de meest uitstekende delen vielen, maar het bleef een lastige complexe vorm. Ik moest het wel gedetailleerd en stap voor stap gaan uitvoeren.

    Ik begon met het reconstrueren van de staarten in gewone boetseerklei. Een dikke pen in het beeld moest stevigheid geven voor het meetapparaat. Gewoonlijk maak je op het origineel en op het blok waaruit de kopie gemaakt moet worden een drietal basispunten vast, waarin je het kopieerkruis vasthaakt. Deze keer kon ik er geen schroeven in vastlijmen of gaatjes in boren, dus besloot ik rondom plankjes te klemmen waarin ik torx-schroeven kon draaien. In de torx-koppen pasten perfect de haken van het punteerkruis.

    Geduldwerkje

    Het nieuwe blok met het steenhouwwerk dat ik van de steenhouwerij gekregen had was veel te groot, zodat ik eerst begonnen ben om maar eens de overtollige massa weg te zagen. Dat kon ik met passers wel opmeten. Daarna begon het punteren van de dolfijnen, waarbij je altijd eerst de hoogste punten uitwerkt, en dan de tussenliggende delen gaat vormgeven. Het is niet echt moeilijk werk: je moet gewoon geduldig het punteerapparaat blijven instellen, checken of elke vleugelmoer goed is aangedraaid en de naald terugschuiven, dan het punteerkruis overzetten naar het blok nieuwe steen en daar net zo lang boren en hakken totdat je exact 1 punt hebt aangegeven. Ad infinitum. Het nadeel van deze methode is dat het erg lang duurt voordat de vormen inzichtelijk beginnen te worden. Het is vrij dom werk eigenlijk. En ook traag werk. Maar na een paar weken punteren stonden de details er allemaal op en kon ik het gevreesde apparaat terzijde leggen.

    Ik had tussendoor nog allemaal andere opdrachten lopen, zoals het graf van mijn vader, de hoekstenen van de Latijnse School in Nijmegen en weer nieuwe kantbloemen voor de Domtoren in Utrecht. Gelukkig maar, want punteren is niet mijn lievelingswerk.

    Op het oog uitwerken

    de beeldhouwer bindt het beeldhouwwerk vast op de pallet

    Gelukkig komt er altijd een punt waarop de beeldhouwer genoeg houvast heeft aan alle opgemeten punten om de details op het oog uit te werken. Ik hou ervan om bij dit soort werken een doorzichtig plastic sjabloontje te trekken van de belangrijkste lijnen, zodat ik heel snel vanuit de grove vorm naar een beeldhouwwerk kan komen door deze lijnen over te trekken op mijn kopie. Daarna was het nog slechts een kwestie van op het oog nahakken van de originele dolfijnen. De staarten kon ik maken aan de hand van foto’s. Mijn geboetseerde staarten had ik bewust heel grof gelaten, omdat ik het makkelijker vind om dat in de steen uit te werken dan dagen zitten priegelen in de klei. Als ik maar weet hoe groot de massa’s moeten worden, dan heb ik genoeg om vanuit te gaan. Met wat maten die de steenhouwers me verschaft hadden vanaf het andere origineel dat nog op het Art’otel stond, kon ik goed uit de voeten om een behoorlijke kopie te maken. De afwerking van het hele ornament was uitgevoerd met een smal tandijzer, en dat heb ik ook in de kopie teruggebracht.

    vier klassieke dolfijnen in zandsteen

    Conclusie

    punteerproces

    Ik had erg opgezien tegen dit werk omdat het best complex is, en omdat dit oude beeldhouwwerk met veel flair en vakmanschap gemaakt is. Ik dacht dat ik er nog een harde dobber aan zou krijgen om dit niveau te benaderen. Het viel uiteindelijk gelukkig allemaal heel erg mee, want wat eerst heel lastig is wordt door het eenvoudige punteerproces een heel stuk makkelijker. Dat is ook de reden dat bijvoorbeeld in Italië vaak dit simpelere werk wordt overgelaten aan de mindere beeldhouwers. Het echte vakwerk doen dan de meester-artigiani, die bijvoorbeeld de gezichten, haren, handen en andere details kunnen vormgeven op een niveau waar de gewone uitvoerder niet aan kan tippen. Voor mij betekende het punteerapparaat in dit geval een handig maar saai hulpmiddel. Het was me eens te meer duidelijk waarom ik zo blij ben met die kopieerzaagmachine. Stel je voor dat we alle 83 (tot dusver) luchtboogbeelden van de Eusebiuskerk helemaal hadden moeten punteren, of Thomas van Aquino en Paus Leo de Grote… dan staat er ook wel een heel ander prijskaartje voor een beeld, omdat we het nooit zo vlot hadden kunnen maken op die manier.

    Snelheid en prijs bepalend

    Het punteerapparaat is behoorlijk nauwkeurig, maar het is dus een langzaam proces, wat voor het meeste werk dat wij doen zou betekenen dat het allemaal veel te kostbaar zou worden. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat er steeds meer wordt gewerkt met robots die het beeldhouwwerk voorfrezen. Het nadeel daarvan is weer dat er vakkennis verloren gaat en dat het werk niet heel erg interessant wordt als je steeds alleen maar hoeft af te werken wat een robot tot in de puntjes al heeft voorgefreesd. Maar meestal is dat voor de meeste projecten niet het belangrijkste punt: het draait er steeds weer op uit dat het uiteindelijk toch vooral om de kostprijs gaat.

    Galerij

    Klik op de foto’s voor een versie op volledig formaat.

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.