• Minervalaan deel 3: reconstructie

    Het zoeken naar de juiste vorm

    In de vorige twee artikelen, hier en hier, had ik al verteld dat de acht beeldjes die we van de Minervalaan 28-30 gedemonteerd hadden in zeer gehavende staat verkeerden. Er was sprake van ernstige breuken en soms ook behoorlijk verlies van details.

    Daarnaast was er in een ver verleden al fiks aan gerepareerd met een harde mortel, die op veel plekken los begon te raken van de ondergrond. De verschillende verflagen hebben hier ook geen goed aan gedaan. Tijd om ze te repareren en een reconstructie te maken voordat we kopieën zouden gaan hakken.

    ← Detail van het beeld Winter.
    Oude reparaties en roestige ijzeren krammen zijn goed zichtbaar op de geërodeerde stukken huid
    .

    Verlijmen

    Met name de rechter Faun, de dame van Herfst en de spittende man van Winter kwamen in stukken gebroken naar beneden. Druk van het gebouw dat erop rustte en insijpelend regenwater zal hier waarschijnlijk wel debet aan zijn.

    Omdat deze beelden niet geconserveerd zouden worden, maar gekopieerd, was verlijmen in dit geval geen ingewikkelde zaak. Gewoon de stukken bijeen zoeken, passen, de breukvlakken insmeren met lijm, en klemmen maar.

    Vochttransport

    Nu is dit verlijmen niet iets dat je zomaar overal kunt doen. Als een beeld weer teruggeplaatst wordt in een buitenomgeving, dan krijg je te maken met indringend vocht. En dat vocht zal er ook weer uit moeten en heeft daarbij een transporttraject van boven naar beneden en van binnen naar buiten. Als het op die reis een volledige dichte lijmlaag tegenkomt, dan zijn de problemen gegarandeerd.

    Bij een horizontaal lijmvlak bijvoorbeeld blijft het vocht boven de lijm in de steen hangen en treedt maar moeizaam zijwaarts naar buiten. Gevolg is sterke achteruitgang van de steen boven de lijmlaag, zeker bij een vorstperiode na een natte herfst of winter. Dus wat we hier gedaan hebben met verzadigde lijmvlakken kon alleen omdat deze beelden niet meer buiten worden opgesteld.

    Oude reparaties

    Na de verlijming zijn we op zoek gegaan naar de oorspronkelijke vormen van de beelden. In sommige gevallen betekende dit dat we grote stukken oude reparaties moesten verwijderen. Er was soms veel te veel materiaal opgebracht, waardoor vooral benen te lomp waren geworden, met dikke oedeem-enkels. Niet alle reparaties zijn verwijderd; we hebben er plaatselijk ook op gerekend dat we in de fase van beeldhouwen in de nieuwe steen nog veel detaillering aan de vormgeving zouden aanbrengen.

    Als je alle reparaties verwijdert, betekent dit ook een verlies aan informatie, temeer daar er onherroepelijk een laag van het oorspronkelijke beeld mee komt. De onderliggende steen is namelijk veel zachter dan de keiharde cementreparaties die er vaak heel vast mee verbonden waren.

    Huidafstoting

    Niet alle reparaties zaten zo vast. Door deze nauwelijks vocht doorlatende reparatielaag, en helemaal in combinatie met een dichte laag latexverf, hoopte zich vocht op in de onderliggende tufsteen. Zoals in het vorige bericht al genoemd zat er op de rechter gevelhoek een regenpijp in de gevel verstopt, die jarenlang zijn vocht in de beeldjes druppelde.

    Het gevolg was rijke algenbloei, afbladderende huid van de beeldjes, en in het geval van de Zaaier een totale verkruimeling van het oppervlak. Ik heb al eerder benoemd dat om deze reden herstel geen oplossing meer was. De reparaties zouden ooit, in de toekomst, gewoon weer met onderliggende steen en al naar beneden komen.

    Fotomateriaal

    Voor het houwen van een goede reconstructie in nieuwe steen was het noodzakelijk om bruikbare modellen te hebben, uitgaande van de oude beeldjes. In dit geval hebben we de beelden met een zachte gipssoort aangeheeld. Hiervoor heb ik eerst zoveel mogelijk fotomateriaal verzameld, met name van de beelden aan de overzijde, die er veel beter aan toe waren. Ook had ik anderhalf jaar eerder allemaal foto’s gemaakt van de aanzichten van elk beeldje: links, linksvoor, vooraanzicht, rechtsvoor en rechts.

    Ik had deze foto’s eerst op A3-formaat geprint en gelamineerd, maar die grote platen waren erg onhandig. Ik ontdekte dat een klein boekje met alle aanzichten op formaat A5 veel handiger was: je kunt dan immers snel bladeren. Idealiter zouden deze boekjes op plastic geprint zijn, zodat ze niet vatbaar zijn voor vocht en regen, maar papier werkte gelukkig ook.

    Taakverdeling

    Jelle en ik namen de reconstructie van elk drie beeldjes onderhanden. Jelle de dames van Lente en Zomer en de linker Faun met een bokje, en ik de spittende man van Winter, de dame van Herfst en de rechter Faun met zijn hert. Tim stortte zich vol enthousiasme op de oude vrouw van Winter en de zaaiende man van het Voorjaar.

    Gips moet tussen de lagen door uitharden en zelf hadden we ook tijd nodig om de juiste vorm te beoordelen, dus dit was werk dat we in fasen ondernamen, soms naast andere projecten van beeldhouwen tegelijk.

    Informatieverlies

    Je komt bij zo’n reconstructie altijd voor puzzelwerk te staan als beelden zo verweerd zijn. Details zijn niet meer goed te achterhalen en je moet keuzen maken. Welke versie is correct? Dat wat we hier op het beeldje menen te herkennen of wat er aan de overzijde nog aanwezig is? Het werd wel duidelijk dat eerdere restauratoren het ook niet altijd geweten hebben. Platte rondjes bleken de zonnebloemen van de Zomer, vage lijnen werden korenaren of druiventrossen.

    We merkten dat de vier Muzen van de seizoenen ook vier levensfasen uitbeeldden: het jonge meisje voor de Lente, de jonge vrouw voor de Zomer, de rijpere vrouw voor de Herfst en de oude vrouw voor de Winter. Elk hadden ze zo hun eigen attibuten: bloemen voor de Lente, korenaren en zonnebloemen voor de Zomer, wijnbladeren, druiven en appels voor de Herfst, en een mantel voor de Winter.

    Ook begonnen de lijnen van hun haren veel meer te spreken zodra we de missende stukken hadden aangeheeld: ze liepen door in de gevel.

    Tims Zaaier

    Ik had het al een paar keer eerder aangekaart: de Zaaier was er het slechtst aan toe. Er was eigenlijk geen enkel herkenbaar detail meer aan te vinden, en na demontage was er nog minder overgebleven. Als kruimels er nog met hun laaste randje aan zijn blijven hangen, dan  is even aanraken al genoeg om ook die te verliezen. Maar dat wisten we al vantevoren, vandaar al die foto’s.

    Nu werkt Tim naast zijn werk bij mij onder andere ook als vrijwilliger bij Museum de Dageraad, waar vanalles te vinden is over de gebouwen van de Amsterdamse School. En laat hij daar nou nèt het gipsmodel van onze ontbrekende Zaaier aan de muur vinden!

    Om een lang verhaal kort te maken: hij mocht het lenen voor zijn reconstructie, heeft als tegenprestatie voorgesteld dat hij dit gipsmodel zou restaureren (wat hij prachtig maar wel terughoudend heeft weten te doen!) en kon vervolgens uitgaande van dit gipsmodel de tufstenen Zaaier weer completeren.

    De Spitter

    Zelf had ik de reconstructie van de spittende man van de Winter onderhanden. Hij  miste zijn onderbenen, de klompen en de schep, en andere details waren erg onduidelijk geworden. Het bovenlijf was echter nog zo scherp dat de oorspronkelijke beitelslagen van Jaap Kaas nog onder de dikke verflaag tevoorschijn kwamen.

    Zo was te zien dat de beeldhouwer indertijd met diverse beitels zijn beeldjes had afgewerkt: het rondeel, het tandijzer en diverse platte beitels. Dit zou ons later houvast geven bij het beeldhouwen in steen.

    De Spitter had nog iets onduidelijk naast zijn schep. Het leek nog het meest op een doorlopende balk met een wirwar erboven. Na alle foto’s bestudeerd te hebben meende ik dat het een kale boom kon voorstellen, die de Spitter aan het planten is.

    Galerij: reconstructie van alle beeldjes stap voor stap

    Na deze reparatieronde volgde een keuring. Toen alles goed was bevonden gingen we door naar de volgende fase: houwen in nieuwe steen. Lees hierover meer in het volgende bericht.

  • Griffioen boetseren in klei en gips

    Jelle boetseert aan griffioen. Griffioen boetseren in klei en daarna afgieten in gips
    Jelle en ik zijn hier halverwege met het boetseerwerk aan de griffioen

    Verder met de grote griffioen

    griffioen boetseren in kunstklei

    Het is een project met lange onderbrekingen, omdat er altijd werk tussendoor komt dat veel meer haast lijkt te hebben. Maar afgelopen zomer was er een vakantieperiode waarin Jelle en ik aan de slag konden om eindelijk de grote gespiegelde griffioenen te gaan vormgeven. In mijn laatste bericht hierover, van ruim een jaar eerder, vertelde ik dat deze twee gespiegelde griffioenen waarschijnlijk in beton gegoten gaan worden. Maar ik kreeg goed nieuws van de klant: bij nader inzien wilde hij toch liever zandstenen originelen dan betonnen afgietsels. We mogen ze gaan hakken! Ik besloot dat dit toch wel een groot project is voor mij alleen en dat ik dit graag samen met Jelle Steendam wilde gaan maken. Met de combinatie van ons beider vormgevoel en een stel handen erbij wordt dit een geweldig stuk beeldhouwwerk waar ik razend enthousiast over ben.

    Geen schuim maar klei

    Stalen framen voor het werk van griffioen boetseren in klei en daarna afgieten in gips

    Ik was al begonnen om mijn schaalmodel uit te vergroten in harde schuim. Maar het werk viel me tegen. Ik kon hierin niet de souplesse krijgen die me voor ogen stond en besloot het anders aan te pakken en wilde de griffioen boetseren in klei. De eerste stap was een stevig frame. Ik trok een contoursjabloon van mijn schaalmodel, vergrootte dit uit op de gewenste schaal en zaagde het uit een plaat hout. Vervolgens laste ik van vierkante profielbuis een stalen frame in elkaar voor de griffioen. Aan dit frame kon ik van volièregaas het lijf ruwweg modelleren, dat ik met purschuim opvulde. De vleugels maakte ik uitneembaar.

    Schild

    schild van griffioen boetseren in klei3

    Daarna kwam het boetseren van het schild. Het schild is een ingewikkelde beweging van onderdelen met allerlei details die ik in eerste instantie maar moeilijk van de kleine fotootjes kon aflezen. Toen we bijna klaar waren met alle afgietsels stuurde de klant ons een hele reeks haarscherpe foto’s waarop te zien was dat ik heel erg dicht in de buurt van het origineel had gezeten. Maar ook was er nieuwe informatie op te ontdekken die we zeker in de reconstructie zullen gaan verwerken. Ik had al heel wat uren in fotobewerking gestopt om erachter te komen hoe het er ooit had uitgezien.

    oude foto griffioen in situ

    Een collega merkte op dat hij zulke oude foto’s eerder als leidraad had gebruikt om zijn eigen beesten te maken dan dat hij er per sé een exacte kopie van had willen maken. Daar is ook wat voor te zeggen. Maar voor mezelf is het een uitdaging geweest om het niveau van de oude griffioenen te reconstrueren en te benaderen. Ik ben er een betere beeldhouwer door geworden. En ook voor Jelle is het een heel leerzaam project. Hij heeft veel meer boetseerervaring dan ik en is ook beter bekend met het maken van gipsen kappen. Maar om het op deze schaal te doen is ook voor hem nieuw! Dus samen leren we een hoop. Pas als we echt aan het hakken gaan zitten we op bekend terrein; dat hebben we al heel wat vaker gedaan.

    Van het schild heb ik een eenzijdige kap gemaakt en met hulp van Jelle ook een gipsen afgietsel. Dit konden we gebruiken voor het verdere boetseerwerk aan het lijf van de griffioen.

    Priegelige riddertjes

    familiewapen Von Klot voor schild griffioen links

    De schilden zijn ook allebei anders. Ze hebben allebei een familiewapen erop, de ene is van Graf Von Klot-Trautvetter met twee helmen en twee ridders met vaandels en lansen en een wapenspreuk, en de andere van Graf Von Bohlen, met vijf griffioenen en drie helmen en de wapenspreuk ‘Cave Gryphem’. Alleen al deze familiewapens zijn enorm bewerkelijke stukken, dus dit is een project waaraan we heel wat weekjes zullen gaan besteden bovenop de tijd die we nodig hadden om te boetseren.

    familiewapen Von Bohlen voor schild griffioen rechts

    Ook de grote vorm van het schild had ik in klei geboetseerd en in gips afgegoten. Dat hele familiewapen heb ik niet geboetseerd, want dat is heel veel werk dat je toch niet kunt overbrengen met de beeldenzaag. Ik kan het ook veel sneller rechtstreeks in de steen uithakken als het er eenmaal op getekend is. Een goed voorbeeld hiervoor is het grote familiewapen met twee griffioenen dat ik in 2013 in zandsteen maakte.

    Het lijf van de griffioen

    griffioen boetseren in klei en daarna afgieten in gips

    Daarna kwam stap drie: modelleren van het lijf, de vleugels en de staart. Dit was het punt waarop Jelle ook in actie kon komen. Samen hebben we in een aantal dagen van intensief modelleren de griffioen gestalte gegeven. Klei kan natuurlijk uitdrogen en krimpen, zodat het heel fijn was dat we dit gezamenlijk in kortere tijd konden doen. De griffioen wordt 115 cm hoog en het schild 122 cm, dus dat was hard doorwerken.

    Gipskappen

    griffioen boetseren in klei en daarna afgieten in gips

    Maar met een kleimodel kun je nog niet zoveel doen. Als het uitdroogt gaat het barsten en valt in stukken uiteen. Als het nat is kan het uitzakken of beschadigen. Daarom hebben we er een gigantische lading gips doorheen gejaagd om tot een gipsmodel te komen. We waren tevreden met de expressie van de kleigriffioen, zodat we konden doorgaan naar stap 3: kappen van gips eroverheen leggen.

    Eerst haalde ik de vleugels en de staart eraf en maakte daar aparte gipskappen van. Vervolgens maakten we, in een intensief ritme van gips aanmaken, een dunne laag gips opzetten in kleur en een dikkere laag eroverheen aanbrengen, een gipskap voor de buik van de griffioen. De laatste twee kappen waren voor de kop van de griffioen. De naden gaven we aan met ‘latoenen’, in dit geval geknipt uit een plaat zink die ik nog had. Tenslotte volgden de twee kappen voor de linker en rechter helft van de griffioen.

    Afgietsels

    griffioen boetseren in klei en daarna afgieten in gips. Holle gipsafgietsels.

    Daarna hebben Jelle en ik afgietsels van elke kap gemaakt. We hadden een goede lading glasvezels door de gips gemengd, zodat de afgietsels dun konden blijven. Ten slotte hebben we de losse onderdelen aan elkaar vastgemaakt met nog meer gips, die we van binnenuit over de naden smeerden. Over het geheel hebben we nu een holle griffioen van ongeveer 8 cm dik, die we nog een beetje kunnen hanteren.

    griffioen boetseren in klei en daarna afgieten in gips. Weghakken van de gipskappen

    Maar het beeld zat nog wel ingepakt in de gipskappen! Daarom zijn we ook nog een paar dagen druk geweest om alle onderdelen los te hakken uit de gipskappen. Gelukkig hadden we de binnenste laag van de gipskappen een beetje rode kleurstof meegegeven, waardoor we konden zien wanneer we dicht op de uiteindelijke oppervlakte kwamen. Uiteindelijk eindigden we met een stel afgietsels, die misschien niet perfect waren volgens de opvattingen van beroepsmallenmakers, maar meer dan voldoende kwaliteit hadden voor onze beeldenzaag en ook goed genoeg waren als model om vanaf te gaan beeldhouwen.

    Gespiegeld

    griffioen boetseren in klei en daarna afgieten in gips. Laatste resten gips weghakken door Jelle

    Deze griffioen wordt straks in steen uitgehouwen. En net als al die luchtboogbeeldjes van de afgelopen jaren wordt hij eerst voorgezaagd op de beeldenzaagmachine. Daarvoor hebben we dan ook een stevig model nodig dat niet indrukt als er een tastschijf op rust. Ik had het beest ook uit schuim kunnen snijden en bedekken met polyester, maar met deze methode waren we flexibeler met de vormgeving. Klei kun je immers heel makkelijk weghalen en aanvullen, en met schuim wordt dat lastiger.

    Maar de griffioen wordt twee verschillende griffioenen, een linker versie en een rechter. Ze moeten gespiegeld worden en dat betekent dat de voorpoten, de klauwen, bij de een anders zitten dan bij de ander. Ik heb bedacht dat we eerst de ene griffioen gaan uitzagen en beeldhouwen, en dat we daarna de gipsen poten van het model gaan aanpassen zodat de rechterklauw het schild vasthoudt en hij op de linker steunt.

    Zandsteen besteld

    Voor deze twee griffioenen, de twee schilden, de vier vleugels en de twee staarten heb ik nu een partij Obernkirchener zandsteen besteld. De groeve liet mij weten dat het wel even langer duurt om goede blokken van zo’n grote maat te vinden voor de beelden. Maar ik wilde graag deze steen, hoewel het erg hard is en vrij moeilijk om te bewerken. Het is namelijk enorm weervast en mooi van kleur. Het materiaal is bovenal ook heel sterk. Ik had een plak van ongeveer 1 cm dik gezaagd, ongeveer 15 x 15 cm, en die kon ik met mijn handen niet breken. Terwijl ik toch redelijk veel kracht in mijn vingers heb. Dit is een perfecte eigenschap, omdat deze beesten op 1 voorpoot komen te staan, en het schild, de vleugels en de staart worden ook niet al te dik. Zo kunnen ze wel een paar eeuwen meegaan.

    Lees verder over deze griffioenen in het volgende bericht in het volgende bericht.

Geen berichten meer om te tonen.

Geen berichten meer om te tonen.