Nou hij is bijna klaar hoor, de Domtoren. En we hebben er hard aan gewerkt. Als onderaannemers van Slotboom Steenhouwers in Winterswijk mochten we een groot deel van het ornamentwerk uitvoeren. De steenhouwers verzorgden het totaalpakket van inmeten, steen bestellen, overleg, 3D-tekenen, zagen en steenhouwen, en wij mochten op de plek waar nog blokjes waren overgelaten de ornamenten beeldhouwen.
Martijn, Martha, Jelle en Tim aan het werk in de kou van de winter, in januari 2024
We, dat zijn allereerst Jelle Steendam en ik, waarmee de reis begon. Later kwamen Nico Hogervorst en Tim Kaarsemaker erbij, en nog weer later hebben ook Martha Onderwater en Martijn Linssen ons tijdelijk bijgestaan.
Koen van Velzen kopieert een kruisbloem van de Domtoren in Udelfanger zandsteen
Alle spullen de smalle trap op
In 2019, toen er nog geen complete steiger om de Domtoren stond, zijn Jelle en ik samen binnendoor de trap op geklommen met kilo’s gereedschap om een aantal proefornamenten te houwen in Monte Merlo trachiet, in Peperino Grigio en in Ledesteen. Tot onze vreugde is daarna gelukkig niet gekozen om ornamenten in Peperino te houwen (veel te doods) of in Ledesteen (“Steenhouwersverdriet”, noem ik dat maar. Bikkelhard en springerig).
Waarom restaureren?
Nou, daar kun je lang over vergaderen, maar het was gewoon nodig. Ik laat het je hierboven even zien. Je moet er niet aan denken dat er van ruim honderd meter hoogte stukken omlaag vallen op de mensen die er onderdoor lopen….
Drie keer op de video
Na een periode van stilte begon ons werk met het maken van enorme kruisbloemen in Portlandsteen. RTV Utrecht kwam op bezoek om de eerste keuring vast te leggen.
Nog weer later werden we benaderd door het tv-programma BinnensteBuiten van de KRO/NCRV, dat een uitgebreide reportage heeft gemaakt van ons atelier. Koen met de kruisbloemen en hogels, Tim met een groot blok voor de Domtoren, Jelle met een familiewapen en Nico met twee beelden die hij aan het restaureren was. We waren erg blij met het eindresultaat, dat een goed beeld schetst van onze werkzaamheden. Er is ook een fotoreportage van gemaakt, die je hier kunt bekijken.
Wolkenmannetje
Ten slotte is er nog een journaliste van het dagblad Trouw langs geweest omdat zij een reportage maakte over het restauratiewerk aan de Domtoren (klik op de plaatjes links om er een klein deel van te lezen). Aan de hand van 1 blok belichtte zij de rol van de architect, de aannemer, de steenhouwers en de beeldhouwer in dit project. Mijn werk trok uiteraard weer de aandacht, omdat ik er een ‘wolkenmannetje’ in had verwerkt.
Op de plek waar een ornamentje had moeten komen heb ik die ruimte gebruikt om een poppetje te verstoppen. Het is maar een klein ding, maar het gaf uiteraard weer een beetje reuring. Het idee erachter is dat de toren zichzelf nu kan verdedigen. Iedereen die kritiek heeft op deze restauratie van de Domtoren kan een sneeuwbal van boven verwachten. Ik had alleen niet verwacht dat juist déze hoek van déze grote wimberg naar het Stadhuis gericht zou zijn… Verdenk me maar niet van opzet hoor.
We hebben in die vijf jaar heel veel werk gemaakt voor de Domtoren, zoals piepkleine kruisbloemen en enorme kantbloemen, waterspuwers, ornamenten op allerlei soorten pinakelblokken, soms van wel 800 kilo, en af en toe iets anders dan ornamentjes. Een heel enkele keer hebben we namelijk een aardigheidje kunnen verstoppen tussen alle eindeloos dezelfde ornamenten. Dat wolkenmannetje, een scène met wolven, kleine gezichtjes die een tip van de sluier oplichten…
Wolvenkapiteel
Hierboven een van mijn allerlaatste blokken voor de Domtoren. Het is een kapiteel in Monte Merlo trachiet, een behoorlijk harde en brokkelige steen, en de bloemetjes zijn maar een paar centimeter hoog.
Maar als je goed tuurt, zie je rechts een wolf, en links van hem een man met een verrekijker, een dikke fotograaf en een vrouw met een jachtgeweer, die hem dreigt neer te schieten. Aan de andere zijde van het blok vinden we iemand met een protestbord (“Weg Wolf”). Maar achter hem verschuilt zich grijnzend een wolf met een hoge hoed.
Je mag er in zien wat je zelf wilt, maar ik had- toen ik het hakte- niet gedacht dat het zo actueel zou worden, omdat in de week nadat het gemonteerd was een wolf een klein hondje wegrukte van een wandelaarster die hem aan de lijn had, en een kleuter een korte waarschuwingsbeet kreeg van een zogende moederwolf. In de provincie Utrecht, minder dan 15 kilometer van de Domtoren. Je kunt, als je goed met een verrekijker zoekt, de blokken vinden aan de kant van de Zadelstraat, op 20 meter hoogte.
Architect Erik Jan Brans vereeuwigd door beeldhouwer Jelle Steendam op een kapiteel aan de Domtoren
Jelle heeft op zijn kapiteelblok de scheidend architect van de Domtoren verwerkt, Erik Jan Brans. Architect Brans heeft in juli 2023 het stokje overgedragen aan zijn opvolgster Karlijn de Wild. Hiermee heeft Jelle een klein eerbetoon aan een bescheiden, vriendelijk mens gebracht, op een van de laatste werken waar hij intensief bij betrokken is geweest. Ook zijn er nog een paar blokken met dierfiguren verwerkt op ongeveer 6 meter hoog, aan de kant van het Domplein.
Galerij: Kapitelen en blindtraceringen Domtoren
Leerlingproject
Tim, Nico, Jelle, Martijn en Martha op de steiger van de Domtoren
Het werk aan de Domtoren is langzamerhand uitgegroeid tot een leerlingproject. Ik ben in 2019 begonnen met collega’s Stide Vos, Serge van Druten en, in mijn werkplaats, Jelle Steendam. Later kwamen Nico Hogervorst en Tim Kaarsemaker bij mij werken, en nog weer later kwamen Martha Onderwater en Martijn Linssen zich een kortere periode bij ons voegen, terwijl Stide en Serge zich terugtrokken uit het werk.
Nu was ik dus nog de enige van de ‘oude garde van de jaren ’90’, en was de hoop gevestigd op de jongere generatie, zoals te merken in de documentaires.
Martha Onderwater houwt haar eerste kruisbloem
Tim Kaarsemaker met zíjn eerste kruisbloem
Jelle is al jaren geen ‘leerlingbeeldhouwer’ meer, hij is een volleerd beeldhouwer, en ik ben blij dat het vak met deze lichting een goede doorstart vindt. Mijn droom is dat er voor elk van hen voldoende werk blijft met inspirerende opdrachten. Niet alleen restauratiewerk, maar vooral ook nieuwe beeldhouwwerken en reliëfs naar eigen ontwerp in steen en brons, en waarschijnlijk ook andere materialen zoals gietijzer en keramiek. Zelf blijf ik gewoon mijn ding doen, maar ik geniet er vooral van als deze nieuwkomers in het vak hun grenzen verleggen en nieuwe vaardigheden ontwikkelen op voor hun onontgonnen terreinen. De toekomst is aan de computer, lijkt wel, maar ik hoop met dit blog, krantenartikelen en videoverslagen te kunnen overbrengen dat de mensenhand essentieel blijft om de levendigheid te behouden.
Zoals ik in het vorige bericht over ons werk aan de Lambertuskerk in Veghel kort opnoemde, hebben wij voor dit project ook tien nissen gevuld met geëmailleerde panelen. Het zijn vooral deze panelen die voor ons een uitdaging waren. Het is uniek in Nederland dat deze methode in deze tijd wordt toegepast en voor veel aspecten van deze voor ons nieuwe techniek hebben wij het wiel moeten uitvinden, want op deze manier is dit naar mijn weten nog niet eerder gedaan.
Deze tien paneeldelen waren onderverdeeld in vier stukken elk, en wel van boven naar onder:
een driehoekig zwikstuk met daarop een plantmotief en een heraldische roos.
een voorstelling uit het leven van Jezus
een smalle tekststrook
een onderpaneel met een geometrisch patroon van cirkels en kruisende lijnen
Alles in natuursteen
wimbergen van de arcaturen
De hele gevel is gereconstrueerd in nieuwe steen, geleverd door Slotboom Steenhouwers BV uit Winterswijk. Zij zorgden voor de hardstenen plint en alle stukken van gele Jaumont-kalksteen, waarop wij de ornamenten hebben vormgegeven (zie het vorige bericht). Ook leverden zij de steen voor de te emailleren panelen: Franse Volvic Basaltlava. We kregen het keurig op maat gezaagd aangeleverd in platen van 5 cm dik. Basaltlava is een uitvloeiingsgesteente, dat wil zeggen dat het ooit vloeibaar uit een vulkaan is komen stromen. Deze variant komt uit Volvic in de Auvergne, nabij Clermont-Ferrand, waar de hele kathedraalin deze steen is gemaakt.
Volvic Basaltlava is ook mooi als het nat is
We kennen allemaal de zwarte zeskante blokken die overal in de Nederlandse dijken zijn toegepast: ook dat is basalt. Het materiaal is vrijwel onverwoestbaar maar ook bijna niet te bewerken. Keihard spul.
Basaltlava is gelukkig een stuk makkelijker te bewerken, omdat het helemaal poreus is van tienduizenden piepkleine gasbelletjes die indertijd met de lavastroom meekwamen.
Het is ook minder zwart, en vooral Volvic is vrij egaal grijs. Toch kent het ook zijn eigen kleurstellingen, die vooral goed te zien zijn als het materiaal nat is: van antraciet naar donkerbruin en zelfs paarsbruin. We hebben er eerder in gewerkt toen we vorig jaar een partij grote kantbloemen maakten voor de Domkerk in Utrecht. Andere soorten zijn Mendiger en Mayener Basaltlava uit Duitsland, die veel donkerder en vooral veel grover en harder zijn.
Proefpanelen
Om te kijken hoe het hakken en het emailleren zou gaan hebben Jelle en ik voor deze geëmailleerde panelen eerst twee proefstukken gemaakt: een paneeltje met een stuk van Jezus erop en een stuk tekst. We hebben de voorstelling en de letters uitgehakt en opgestuurd naar de Franse emailleur voor een proefstuk. Het eerste resultaat was echter nog niet helemaal naar mijn zin. Mijn eigen werk moest scherper en het emailleerwerk kon ook beter. Na een hoop overleg over wat ons doel was zijn we daarna van start gegaan met de eerste driehoekige panelen bovenin, de zogeheten zwikstukken (een zwik is een vlak bovenin tussen de lijnen van een spitsboog).
Zwikstukken
Ik had thuis bij mijn onderzoek al gemerkt dat er drie motieven in deze panelen waren: het middelste zwik had een klimopmotief ‘C’ en de andere vier hadden om en om een soort distel- en een bladmotief (‘A’ en ‘B’). Aan de rechtergevel was dat mooi gespiegeld verdeeld, (A-B-C-B-A) maar links was een onregelmatig ritme (A-B-C-A-B). Ik besloot de spiegeling aan beide gevels aan te houden, zodat er een duidelijke regelmaat in kwam.
Ik had de oude foto’s van de twee gevels weer verscherpt en uitvergroot en alles op ware grootte laten uitprinten, zodat we dit niet met de hand hoefden te vergroten. Ook had ik thuis de rondingen van de zwikken en de driepas gereconstrueerd, in dit geval met Sketchup. Ik ben AutoCad namelijk niet machtig, maar met Sketchup lukte het prima. Deze prints konden we gebruiken om de voorstelling op de steen over te brengen.
Nico hakt een kruisbloem
Jelle had het eerste zwikstuk gemaakt, maar er was zoveel werk te doen dat we dachten dat we het niet allemaal op tijd af zouden krijgen. Gelukkig kwam Nico in januari om deze zwikken te maken, zodat Jelle verder kon met de eerste kapitelen. Toen het in februari begon te sneeuwen konden we een eerste indruk krijgen van het resultaat in basaltlava.
Jelle is bezig met de eerste kapitelen, februari 2021
Teksten
Ook op de teksten had ik een tijdlang zitten turen en ik had het internet afgespeurd naar een Oudhollands lettertype dat de oude letters dicht benaderde. Ik wist dat het nooit helemaal zou gaan lukken want de letters waren oorspronkelijk maar een ratjetoe van handgesneden letters in stucwerk, met moderne fantasie-kapitalen en gotisch aandoende onderkastletters.
deel van de reconstructie door Britt Nelemans
De spatiëring varieerde enorm en ook waren er twee verschillende versies van de S. Van de letter ij was een versie met puntjes op de i en de j en eentje zonder, die soms zelfs in één zin samen te vinden waren. De onderkast a was vervangen door een kleinkapitaal A. Maar ik hoopte dat ik de tekst in Photoshop kon matchen met de supervage oude foto’s, waarop ik eigenlijk alleen wat vegen en vlekken kon ontdekken. Misschien dat de witruimte kon onthullen hoe de teksten oorspronkelijk geplaatst waren. Dat lukte, maar het gaf alleen een idee van hoe het moest worden. De echte letters zouden met de hand getekend moeten worden.
Letters In Steen
Al gauw besefte ik dat dit een tijdrovend onderdeel was en dat Jelle en ik nou eenmaal niet alles zelf kunnen doen. Jelle had lang tevoren het proefstuk hiervoor gehakt, uitgaande van een computerletter, maar de uiteindelijke tekst zou handwerk worden. Maar Jelle was inmiddels al druk met het hakken van twaalf kapitelen en had daaraan zijn handen al vol. Daarom was ik blij dat ik dit deel kon uitbesteden aan Britt Nelemans, die in Utrecht haar atelier Letters in Steen heeft. Britt is gespecialiseerd in het hakken van tekst in steen en was daarom de uitgelezen persoon om de oude letters te reconstrueren en te hakken. Dat heeft ze dan ook met alle zorg en inleving gedaan, ook al is deze steensoort niet erg geschikt voor de ragfijne lijnen van de gotische letters. Even werd het nog spannend toen ze haar pols brak… maar keurig op tijd is toch alles aangeleverd voor het transport naar de emailleur!
De onderpanelen
oude toestand op foto vóór 1960
Ook de tien geëmailleerde panelen onderaan waren samen een flinke klus. Omdat het nu eenmaal hele strakke lijnen moesten worden, dachten we slim te zijn met dit werk eveneens uit te besteden en te laten zandstralen. Het onderpaneel had ik eerst weer uitgebreid zitten bekijken aan de hand van tekenprogramma’s. Daarvan had ik een reconstructie weten te maken, die door de tekenaar van Slotboom is omgezet in een CAD-tekening.
mijn reconstructie in Sketchup
Die tekening is dan weer gebruikt als uitganspunt voor de computerplotter die het straalrubber zou uitsnijden. Het motief bestaat uit een reeks haaks op elkaar staande lijnen in een schuin patroon, met op de kruisingen van de lijnen een cirkelmotief met bloemblaadjes. Om en om hebben de cirkels een open en een gesloten hart.
Dit is ook uiteindelijk door Bas Mulder van Slotboom Steenhouwers uitgezandstraald in de steen, maar het had wel nogal wat voeten in de aarde.
de eerste emaillleerlaag is aangebracht
Op deze grove steen plakte het straalfolie niet goed, en omdat ik in eerste instantie had gezegd dat het wel 7 mm diep moest was het ook erg lastig om het gewenste resultaat te krijgen. Hoe hij het heeft gedaan weet ik niet, maar het is hem uiteindelijk prima gelukt.
Tien scènes uit het leven van Jezus
Jelle werkt aan De Nederdaling ter Helle
Nu was het al een aardige opgaaf om alle overige onderdelen te reconstrueren, maar wel te doen. Het lastigste hielden we voor het laatst, zodat we het materiaal en de vormgeving inmiddels aardig in de vingers hadden. Van vier van deze panelen met de grote voorstellingen (bijna 110 x 90 cm) waren er nog duidelijke foto’s. Deze foto’s konden Jelle en ik zonder veel bewerking overnemen in de steen. Maar de overige zes waren een stuk minder scherp en een paar waren zelfs zo onduidelijk dat na uitvergroten er nog maar een paar vage vlekken overbleven. De oplossing was uiteraard opnieuw tekenen. We hebben ze eerst allemaal een aantal keer op A4-formaat uitgeprint en daarop de gewenste lijnen getekend, en dit zo vaak herhaald dat we de scène en de lijnvoering begonnen te kennen, in een combinatie van interpreteren en overtrekken.
Toen we al tekenend tot een goede reconstructie waren gekomen, zijn we begonnen aan de tekeningen op ware grootte. Deze konden we overzetten op de platen basaltlava en daarna uithakken in de steen. De vlakken werden allemaal verdiept en de lijnen, net als bij handgehouwen letters, werden in een V-vorm in de steen uitgehouwen. Zodoende hoopten we het effect van het stucwerk te benaderen en ook de emailleur een duidelijk houvast te geven met het lijnenspel.
Maar in deze grijze steen is het lastig om je een beeld te vormen hoe het er moet gaan uitzien. Alleen met hard licht van opzij was er een glimp op te vangen en werd het lijnenspel duidelijk. We hoopten dat het een stuk duidelijker zou worden in emaille.
Emailleren
Nadat alles klaar was en gekeurd, hebben we het op pallets gebonden en werden alle onderdelen opgestuurd naar Frankrijk om te emailleren. Zelf gingen wij verder met het houwen van de ornamentele delen van de Lambertuskerk en met het maken van de twee kalkstenen beelden van Petrus en Paulus.
Ondertussen werd in het atelier in de Auvergne hard gewerkt om alles op tijd klaar te krijgen en werd ieder lijntje met zorg ingeschilderd. Na de grondlaag volgt de crémekleurige basiskleur, dan de oranjerode kleur van de achtergronden, en tenslotte de bruine kleur van de lijnen, telkens met een ronde in de oven op 960 graden. Het email vloeit bij deze temperatuur in elkaar over, en ook kan de steen bij te grote spanningsverschillen knappen, dus vakkennis en grote zorg is een eerste vereiste. Normaal zijn geëmailleerde panelen 2 of 3 cm dik, maar vanwege de toepassing en het transport is in dit geval gekozen voor een dikte van 5 cm, wat een extra moeilijkheidsgraad opleverde.
In september arriveerden de nieuwe geëmailleerde panelen bij de steenhouwerij in Winterswijk. Daar zijn ze eerst op de vloer uitgestald voor een laatste controle, voordat ze geplaatst werden. De panelen zijn aan de kerk verankerd met roestvrijstalen ankers in de achterliggende muur en daarna rondom afgevoegd. Als je goed inzoomt op de foto, dan kun je zien dat ik alle veertig panelen het nummer van de bouwtekening had gegeven en ook nog een eigen volgnummer van 1-10 voor eigen gebruik en voor de stellers van Slotboom steenhouwers. Omdat vetkrijt bij 960 graden in de emailleeroven geen stand houdt, heb ik de nummers in de zijkant gefreesd.
Vijf keer droevig
We zien hier achtereenvolgens vijf droevige en vijf vreugdevolle momenten uit het leven van Jezus. Het begint links, met de opdracht in de tempel, waar Jozef en Maria van een schriftgeleerde te horen krijgen dat hun kind een groots maar zwaar leven te wachten staat.
Op plaat 2 vluchten Jozef en Maria met hun kind Jezus naar Egypte, omdat koning Herodes heeft besloten alle jongetjes onder 2 jaar oud te doden in Bethlehem. Hij wil geen concurrentie van een nieuwe ‘koning der Joden’.
In de derde scéne zien we hoe Jozef en Maria na drie dagen zoeken weer terug in Jeruzalem komen, waar ze de twaalfjarige Jezus in overleg zien met de schriftgeleerden. Dan geeft hij al blijk van zijn grote inzicht.
De vierde smart van Maria is de afneming van het kruis. Maria zit met de dode Jezus op haar schoot, en Maria Magdalena en Johannes knielen naast haar.
In de vijfde afbeelding wordt het lichaam van Jezus in het graf gelegd.
Vijf keer vreugde
Aan de rechterkant van de kerk staan de meer vreugdevolle momenten uit Jezus’ leven. Deze groep moet net als de linkerpanelen van buiten naar binnen gelezen worden, in dit geval dus van rechts naar links. Dus op paneel 10 zien we hoe de drie wijzen of koningen uit het Oosten hun gaven aanbieden aan het kind waarin zij een grote ziel herkennen.
Op paneel 9, de tweede van rechts, wordt Jezus in de Jordaan gedoopt door Johannes de Doper. Johannes staat in een kleed van kamelenhaar (kriebelt) en links daalt een engel neer, terwijl de heilige geest als een duif neerdaalt van boven.
Op het middenpaneel, nummer 8, zien we hoe Jezus op de berg Thabor een transfiguratie ondergaat en hoe links Elia verschijnt en rechts Mozes. De beeldhouwer laat de drie schijnbaar in de lucht zweven boven een bolle bergtop.
Op plaat 7, de vierde van rechts, is Jezus afgedaald naar de hel en bevrijdt hij Adam en Eva van de erfzonde. De duivel aan zijn voeten wordt vertrapt en de deur van de kerker staat wijd open. Wel is er ruimte voor zuiltjes en kapitelen in de hel.
Op de laatste plaat, nummer 6, zien we de verrijzenis van Jezus uitgebeeld. Twee Romeinse soldaten wenden zich verschrikt en verblind af als Jezus stralen en met staf uit het graf oprijst.
Vormgeving van een andere tijd
Als je de originele foto’s erbij pakt, merk je dat de nieuwe reliëfs minder de dromerige sfeer uitstralen die het oude werk had. Dat is vooral gekomen omdat het een wezenlijk ander procedé betreft. Mat stucwerk levert nu eenmaal een ander oppervlak op dan glanzend email, en waar het mogelijk was om iets van grijstinten weer te geven in de stucversie, is het bij de huidige versie ofwel zwart, ofwel wit. Het is omgezet in een lijntekening. Een andere oorzaak is de kleurstelling: het oude werk had iets meer vergeling opgelopen in de loop der jaren, waardoor het huidige crème (de foto’s tonen de panelen veel witter dan ze in werkelijkheid zijn) wat harder overkomt. Tenslotte is er in de loop der jaren bij het oude werk veel scherpte verloren, en ook zijn de oude foto’s vrij vaag, zodat het nieuwe werk wel heel scherp over moet komen. Het zal vast wennen zijn voor de Veghelaars, maar voor mij is het een kans om de verhalen uit Jezus’ leven opnieuw te vertellen, eveneens gezien door de ogen van een andere tijd. Panta Rhei, zeiden de Grieken al: Alles Stroomt, alles verandert.