Wat is er nodig voor de redding van de Notre Dame? (2)

-lees hier deel 1 van dit artikel-

Een heel kort tijdsbestek (2)

President Macron heeft dus aangekondigd dat de kathedraal in vijf jaar herbouwd moet worden. Hij heeft een Franse generaal aangesteld om het geheel te leiden en er is ook al een prijsvraag aangekondigd voor een nieuwe vieringtoren. Het zal wel iets worden van staal en glas, met een moderne iets piramide-achtige vorm… o, waar heb ik zoiets al meer gezien?

Allemaal heel opmerkelijk. Een aantal weloverwogen te nemen beslissingen wordt er snel doorheen gedrukt zonder discussie of overleg, en het inzetten van het leger geeft vrijheid om een heleboel regels te omzeilen. Er is immers een gigantische stroom aan materialen nodig (voor het dak zijn alleen al meer dan 1300 dikke rechte eikenbomen nodig, en waar haal je die zo gauw vandaan? Gelukkig hebben Britse landgoederen er al een paar honderd toegezegd.)

Logistieke uitdaging

Het voordeel van de leiding door een generaal is natuurlijk dat deze getraind is in militaire planning. Hij zal een grondige kennis hebben, of in ieder geval toegang hebben tot mensen die dat kunnen, van enorme logistieke stromen op een schaal die in het dagelijks leven vrijwel niet voorkomt. Ik verwacht niet dat deze generaal tot in de puntjes vertrouwd is met de restauratie van een gotische kathedraal; daar zullen andere mensen voor zijn. Hij zal de man moeten zijn die de randvoorwaarden moet verzorgen.

Er moeten ook enorme hoeveelheden nieuwe steen gewonnen worden, die moeten op heel veel verschillende plekken bewerkt worden en allemaal op het juiste moment naar de kathedraal gebracht worden. Gelukkig ligt die pal aan de Seine, zodat net als in vorige eeuwen het materiaal over het water kan worden aangevoerd, opdat de stad niet verstopt raakt met vrachtauto’s. Natuurlijk moet er wel een lossteiger met een kraaninstallatie en een grote opslagplaats worden aangelegd, maar de Nederlanders onder de lezers weten natuurlijk maar al te goed dat je die ruimte zelf kunt maken.

Frankrijk heeft vele steengroeven die in het verleden steen hebben geleverd voor de bouw van kerken. Er is een enorme diversiteit aan steen, van graniet, basaltlava en honderden soorten kalksteen tot zandsteen en gneis. Maar niet elke steensoort en zelfs niet elke steenlaag in de betere steengroeven is geschikt voor kerkenbouw. Tel daarbij op dat momenteel heel veel groeven een vrij lage productie hebben of zelfs een slapend bestaan leiden, dan wordt duidelijk dat er een hoop zal moeten worden opgeschaald. Stel dat een groeve prima materiaal heeft, maar er zit nog wel een dikke laag omheen van minder materiaal. Het zal even duren voordat deze groeve het juiste materiaal kan leveren.

Dan hebben we het nog niet over de houten kapconstructie, het dakmateriaal, alle vensters, alle beeldhouwwerken in brons en steen, alle ornamenten, en waar je alle vaklui vandaan haalt. En hoe die daar allemaal komen.

Het dak van een gotische kerk

doorsnede van de steunberen en luchtbogen

Wat is er nu in grote lijnen verdwenen? Wat het eerst opvalt is de verdwijning van de houten kapconstructie en de middentoren. Nu bestaat het dak van een gotische kerk uit twee delen. Je hebt het stenen gewelf waar je van binnen tegenaan kijkt, en daarboven een houten dakconstructie die de dakleien of, zoals bij de Notre Dame, de groenkoperen dakbedekking draagt.

Stel je voor dat je een boek openslaat en open, als een dak, op tafel neerzet, met de pagina’s naar binnen. Het boek zal willen zakken en plat gaan liggen, tenzij je het met je vingers tegenhoudt. Zo werkt het ook met zo’n dak: tenzij je er tegendruk aan geeft aan de zijkanten of in het midden een trekspant aanbrengt, zal het plat willen gaan. Omdat in de gotiek geen trekspanten werden toegepast maar spitsbogen, moest de druk van buitenaf worden opgevangen. In het verleden werd dit opgelost met metersdikke muren, waardoor grote gebouwen erg donker werden. Het geniale van de gotische bouwmeesters is dat zij open structuren ontwierpen die de muren van buitenaf ondersteunden: de luchtbogen en steunberen. De muren hoeven dan ook niet massief te zijn, en laten ruimte voor enorme ramen.

Bij de Notre Dame zijn alle 1300 balken van de houten kap verdwenen, en het onderliggende stenen gewelf eronder is deels ingestort. Een gewelf is een geheel van een aantal spitsbogen die door hun eigen gewicht op hun plek blijven, mede dankzij die druk van buiten. De (driehoekige) ruimten tussen die spitsbogen is opgevuld met metselwerk, zodat je een stenen dak krijgt: het gewelf. Als je het verdwenen gewelf van de Notre Dame weer terug wilt brengen moet je het eerst weer opmetselen. Het is een vrijdragende constructie, dus tijdens het bouwen zul je zware houten ondersteuning moeten aanbrengen: de zogenaamde formelen.

Als de gewelven hersteld zijn kan de kap gebouwd worden. Dat kan desnoods met groen hout; dat is in het verleden ook gebeurd, alleen zul je met krimp rekening moeten houden. Ik weet niet of ze dat tegenwoordig ook nog zo doen of liever voorgedroogd eiken gebruiken. Ik heb verder geen verstand van dit werk, maar het is in ieder geval een enorme klus om al die houtverbindingen op maat te maken en ter plekke in elkaar te zetten. En dan hebben we het nog niet over de houten, met lood beklede vieringtoren van Viollet-le-Duc.

Vensters van de Notre Dame. Foto door Lionel Allorge – CC BY-SA 3.0, Wikimedia Commons

De ramen van een gotische kerk

Traceringen op de Galerie des Chimères van de Notre Dame. By Parsifall – Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

In de Middeleeuwen was er nog geen techniek om grote glasoppervlakken te maken. Ruitjes werden gemaakt van ronde geslingerde schijven, en daarna op maat gesneden. Om alle losse stukken aaneen te brengen werden ze in loden profielen gevat: vandaar glas-in-loodramen. Maar vergis je niet: de glaskunst stond op een enorm hoog niveau, zowel technisch als artistiek. De grote glasoppervlakken werden gebruikt om kleurige voorstellingen op weer te geven van bijbelse verhalen of van heiligen. Deze ramen hebben een smeedijzeren frame en een vaak smeedijzeren brugstaaf: een trekstang die dwars over het midden van het raam stevigheid moet geven, zodat het raam niet buigt onder winddruk en een stevig geheel wordt.

Het kozijn van het raam bestaat uit geprofileerde natuursteen. In feite is het hele raam een samenspel van steen, ijzer en glas: lange ranke stenen ribben (montants) delen het venster in hoge verticale stukken. Bovenin het venster komen deze samen in een sierlijke stenen omlijsting, de tracering, die vele creatieve vormen kent. Tussen de montants en de stenen tracering bovenin zijn in de stenen uitsparingen de loden vattingen van het glaswerk vastgezet.

Het zal duidelijk zijn dat een gotisch venster ook heel kwetsbaar is. Het is voor velen een wonder dat het pronkjuweel van de Notre Dame, het grote roosvenster aan de entreezijde, bewaard is gebleven. Meestal worden bij grondige kerkrestauraties de ramen geheel gedemonteerd: al het glaswerk wordt door de glazenier eruitgehaald, schoongemaakt, aangevuld, en in nieuw lood gevat. Vaak worden de montants vervangen en soms ook wordt het maaswerk/tracering bovenin ook in nieuwe steen gekopieerd, als de steen te ver versleten is. Ook worden de ijzeren brugstaven verwijderd, omdat ze zijn gaan roesten en de omringende steen doen barsten. Ze worden meestal door nieuwe bronzen brugstaven vervangen. Ook het overige ijzerwerk wordt dan grotendeels in brons of roestvrijstaal uitgevoerd.

Tenslotte wordt alles weer teruggebracht. Ik heb al bij veel kerken gezien dat de glazenier ook voorzetruiten van dik vlak glas aanbrengt, om het glaswerk te beschermen en te isoleren. Wel is een glas-in loodraam nooit luchtdicht, dus het is uiterst belangrijk dat dit voorzetglas kan ademen, om vochtophoping erachter te voorkomen.

Nu heeft de Notre Dame een fikse achterstand op het gebied van restauratie. Dus als je het goed wilt doen moet je echt àlle vensters nu gaan aanpakken. Tientallen tegelijk. Waar haal je alle glazeniers vandaan? En de deskundige restauratieaannemers om de steen en het ijzerwerk te demonteren?

De waterafvoer van een gotische kerk

waterspuwer voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch, kopie in nieuwe zandsteen

Van oudsher hebben kathedralen geen regenpijpen. Het water spoelde van het dak af in een brede stenen goot onderaan het dak, vaak achter een balustrade zodat er veilig door de dakgoot gelopen kon worden. Later zijn veel van die dakgoten met lood bekleed om lekkage te verhinderen.. Vanuit deze dakgoot moest het water ver van de muren gehouden worden. Daarvoor waren twee oplossingen: of het liep direct vanuit de goot naar buiten, of het werd via een goot op de luchtbogen nog verder naar buiten gevoerd. Het einde van de wateruitloop stak een eind buiten de muren en werd vaak met een monsterkop versierd: zie daar de waterspuwers of gargouilles. Deze spuwden het water een stuk buiten de muren als het hard regende. Later werden vaak alsnog regenpijpen aangelegd, en bleven de spuwers zitten als decoratief element.

Vaak was een kerkdak van leistenen tegeltjes: dat ging lang mee en waterde goed af (van een leien dakkie). Maar de Notre Dame had een prachtig dak van koper, dat groen gepatineerd was. Maar zelfs een koperen dak heeft een eindigheid, en ik neem aan dat ook het dak aan een grondige inspectie toe was. Nu niet meer nodig; er zal een volledig nieuw dak, balkconstructie en deels zelfs gewelf nodig zijn.

Natuursteen

Baldakijn voor de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch in Udelfanger zandsteen

Baldakijn voor de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch in Udelfanger zandsteen

Een gotische kerk bestaat vooral uit natuursteen. In Nederland is vaak de kern van de muren van baksteen, met een huid van natuurstenen blokken. Maar in Frankrijk, waar zo veel natuursteen voorhanden is, zijn vele kerken volledig uit natuursteen opgebouwd. In de gotiek gaan praktische constructie en decoratie onlosmakelijk verbonden met elkaar hand in hand. Muren hebben lijstwerk, waar vaak bladmotieven in verwerkt zijn, steunberen worden bekroon met hoge pinakels die rijkelijk versierd zijn met kleine hogels, luchtbogen hebben grote bladornamenten, en overal zie je waterspuwers, heiligenbeelden, engelen, reliëfs en versierde portalen. Zoals hierboven beschreven zijn zelfs de raamkozijnen meesterwerken van kunstig ontwerp in natuursteen.

Als in zo’n kerk een grote hete brand woedt, wordt de steen sterk verhit. Na een lange verhitting boven 900 graden Celsius valt kalksteen uiteen tot calciumoxide (ongebluste kalk) en CO2. Hoewel de brand in de Notre Dame niet overal zo heet is geweest mag duidelijk zijn dat de omringende steen hierdoor ernstige schade heeft opgelopen en vervangen zal moeten worden. De steen is in ieder geval niet compact en betrouwbaar meer. Verder heeft de kerk ook waterschade opgelopen en krijgt daardoor last van schimmel, zoutuitbloei en roestvorming in de ankers, waardoor de ankers gaan uitzetten en de steen later zal knappen. Tenslotte is een hoop van de steen zover verweerd door eeuwenlange weersinvloeden dat er veel delen vervangen moeten worden.

Vaklui nodig

Steenhouwwerk bestaat uit een opeenstapeling van geometrische vormen. Bij uitzondering doe ik het ook wel eens.

Voor het herstellen van zo’n omvangrijke schade moeten er vele honderden tonnen bewerkte natuursteen aangeleverd worden. Geprofileerde blokken, blokken waar alleen een afwerkslag op hoeft, beeldhouwwerk, ornamentwerk, baldakijnen, pinakels, en ga zo maar door. Het punt is dat voor een ingewikkeld baldakijn een steenhouwer enkele maanden nodig heeft. Wat doe je als je honderden van dat soort blokken moet maken? Frankrijk heeft bij lange na niet genoeg steenhouwers die dit werk nog doen. Daarbij zijn er nog veel minder hooggespecialiseerde steenhouwers, die ook het allermoeilijkste werk kunnen maken.

Ik verwacht dat er veel werk uitbesteed moet gaan worden naar het buitenland. In Frankrijk is het werk voor deze steenhouwers sterk teruggelopen door krimpende restauratiebudgetten. Minder werk betekent minder steenhouwers, zo simpel ligt het. Zo heeft bij ons in Nederland een ware aderlating onder de steenhouwers plaatsgevonden sinds ongeveer 2010, toen een aantal grote restauratieprojecten ophield en bedrijven mensen moesten laten gaan als gevolg van de crisis en het verminderde aantal opdrachten. Oudere steenhouwers zijn ook gestopt en nooit meer vervangen. Ook in andere landen heeft zich dit in meerdere of mindere mate afgespeeld. Zelf ben ik van 2010 tot 2013 werkloos geweest, en begon voor mij het werk pas echt weer aan te trekken in 2015. Als er zo’n gat valt, komen veel vakmensen niet meer terug in het steenhouwersvak.

piepkleine maar ook hele grote ornamenten

Nu ben ik geen steenhouwer maar restauratiebeeldhouwer. Een restauratiesteenhouwer maakt al het werk dat met sjablonen af te tekenen valt en met constructielijnen op te zetten is. Een beeldhouwer maakt het werk waar de steenhouwer ophoudt: ornamenten en beelden. Van deze mensen zijn er nog veel minder te vinden. Voorzover ik weet zijn mijn drie collega’s en ik de enigen nog die in Nederland fulltime voor kerken en kastelen beeldhouwwerk maken. In andere landen zijn er ook niet veel meer te vinden. De Fransen zullen iedere vakman die ze kunnen vinden, moeten gaan inschakelen.

Digitalisering van het proces

beeld van Thomas van Aquino voor de Sint-Janskathedraal van ‘s-hertogenbosch, momenteel in uitvoering

Nu heeft de tijd niet stilgestaan sinds de Middeleeuwen. Het computertijdperk heeft zijn intrede gedaan, ook in de traditionele restauratie. Nu al hebben alle grote steenverwerkende bedrijven grote CNC-gestuurde machines staan die volledig computergestuurd kunnen zagen en frezen. Ook zijn er grote vijf-of zevenassige freesrobots die met zaagbladen en frezen die zij volledig zonder toezicht zelf kunnen oppakken, een heel beeld kunnen frezen uit een blok steen. Het lijkt de oplossing. Maar het ligt natuurlijk niet allemaal zo eenvoudig. Deze robots hebben eerst opdrachten nodig. Stel, ik wil een bestaand beeld kopiëren. Dan moet ik het beeld inscannen en die informatie in de computer invoeren en bewerken tot een bruikbaar virtueel 3D-beeld. Vervolgens moet die scan gecontroleerd worden op onvolkomenheden en die moeten verwijderd worden. Tenslotte moet er een stel taken worden toebedeeld, de stappen waarlangs de robot van grof naar fijn een beeld kan uitfrezen. Bij beelden of blokken die uniek zijn moet dat per beeld of blok opnieuw. En dan moet het blok steen nog op de machine geladen worden en gekalibreerd.

Na het frezen blijven er nog een hoop details over die de robot niet met de frees kon afwerken. Het scheelt enorm veel werk voor een beeldhouwer, maar ook hier zal de hand van de vakman onmisbaar zijn. Sterker nog, onoordeelkundige afwerking kan zo’n beeld alsnog totaal de mist in doen gaan. Ook steenhouwwerk kan op die manier aangepakt worden, maar er komt altijd een punt dat het veel sneller en goedkoper is om de laatste stappen met de hand door de vakman te laten maken, dan de robot er dagen met een naaldfreesje op te laten ploeteren. En soms kan de machine er domweg gewoon niet bij, waar een steenbeitel wel kan komen. Kortom, de vakman blijft nodig. En het belangrijkste argument is dat alles zo dood als een pier oogt als het allemaal met de computer getekend en met de robot gefreesd is. ‘Het is de hand van de ambachtsman die de bezieling eraan moet geven’, zei een steenhouwer laatst al.

-Lees meer in deel drie: wat zijn de mogelijkheden, waar liggen de kansen, wat is de toekomst en wat wordt de redding van de Notre Dame?-

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Wordt de computer de redding voor de Notre Dame? (1)

Een ramp met vèrstrekkende gevolgen

brand Notre Dame

By Wandrille de Préville – Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

Over enige tijd zal dit weer oud nieuws zijn, maar nu ligt het iedereen nog vers in het geheugen: een enorme brand die het dak van de Notre Dame in Parijs deed instorten, op 15 april 2019. Tijdens de lopende restauratie brak vuur uit ergens rond de basis van de vieringtoren, die vervolgens afbrandde en met de rest van het dak deels op de steiger viel en deels op het gewelf eronder. Een deel van het gewelf stortte in. Allemaal vaktermen die ik later verder zal uitleggen. Het verbaasde me hoe erg ik schrok van de eerste televisiebeelden van de brandende kathedraal. Het is is weer duidelijk dat het niet zomaar ergens een willekeurige Franse kerk betreft, maar een iconische plek die behoort tot het erfgoed van de hele wereld. Toch is het gek dat de brand in dit gebouw meer emoties oproept dan een oorlog of een hongersnood op televisie. Het is tenslotte maar materie die er voor de mens is. Is de mens zelf dan niet belangrijker?

Een heel kort tijdsbestek (1)

Notre Dame vóór 2019

Notre Dame vóór 2019. Foto door Daniel Vorndran / DXR, CC BY-SA 3.0, Wikimedia Commons

De Franse president Macron verkondigde al de volgende dag dat de kerk herbouwd zal worden, en wel binnen een tijd van vijf jaar. Dat is nogal een boude uitspraak: bijvoorbeeld voor alleen de Utrechtse Domtoren staat ook vijf jaar, en die staat er heel wat beter bij dan de veel grotere Notre Dame. Ik denk dan ook dat Macron enerzijds niet overzag hoe ontzettend veel werk deze restauratie is, maar dat hij ook gedacht moet hebben: ‘Beter hoog gemikt en nèt niet gehaald, dan te laag gemikt en een slepende kwestie creëren.’ Ik vermoed dat de meesten wel weten hoeveel werk de bouw van deze kathedralen geweest is; er gingen vaak honderden jaren overheen voordat een kathedraal eindelijk ‘af’ was.

Van een veel te krap budget naar een enorm budget

Nu was de Notre Dame tijdens de brand onder restauratie. De hele kerk moest opgeknapt worden, maar er was niet genoeg geld. Op het moment van de brand werd de middentoren (de vieringtoren) aangepakt voor een bedrag van 6,8 miljoen euro. De Notre Dame is een van de vele duizenden monumenten die Frankrijk rijk is, en zij moet de subsidies delen met talloze andere gegadigden die er even slecht aan toe zijn, of erger. Er was dan ook ontzettend veel achterstallig onderhoud en een eerste schatting was dat een restauratie zo’n 150 miljoen zou kosten. Dat lijkt me nog aardig laag geschat: voor de veel kleinere Eusebiuskerk in Arnhem is al 27 miljoen nodig (al dacht men eerst nog 96 miljoen). Na de brand in Parijs is er opeens een vloedgolf aan giften losgekomen en staat de teller inmiddels al op ruim een miljard euro. Je zou denken dat het hiermee wel moet lukken.

Drie restauraties in één

Notre Dame na de brand

Na de brand. By Louis H. G. – Own work, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

Maar in feite gaat het hier niet om één restauratie, maar om drie. Ten eerste was de Notre Dame al hard aan restauratie toe. Bij zo’n restauratie pakt men gewoonlijk vooral het dak, de ramen en het natuursteen aan. De problemen liggen dan bij verweerde dakbedekking, vermolmd hout, versleten glas-in-lood en het vervangen van roestende ijzerdelen van het venster, en verweerde steen, gescheurde natuursteen en ontbrekende onderdelen. Vaak is de natuursteen ook vastgezet met ijzeren pennen, die door roest zijn gaan uitzetten en daardoor de steen hebben beschadigd.

Ten tweede is door de brand van alles verdwenen. Het dak is ingestort, een deel van het gewelf is omlaag geklapt, de houten middentoren is weg, enzovoort. Dat moet worden teruggebracht.

Ten derde is er door de brand van alles beschadigd. Stenen die lang aan een heet vuur hebben blootgestaan kunnen al verpulveren bij aanraking. Er zal ook waterschade zijn, er zullen delen zijn die nog wel bruikbaar lijken maar bij nadere inspectie toch vervangen zullen moeten worden.

De bouwmeester

Zo’n omvangrijke restauratie vraagt om een goede aansturing. Zeker met zo’n enorm budget zullen een hoop mensen dollartekens in hun ogen gaan krijgen en hopen mee te mogen graaien uit de grote pot. Vroeger werd de kathedralenbouw geleid door een bouwmeester. Dat was iemand die het hele proces had doorlopen van steenhouwer en beeldhouwer tot architect, en wist van de hoed en de rand. Hij kende zijn materialen, wist alles van de benodigde kwaliteit en had genoeg gezag om alles in goede banen te leiden.

Er wordt weleens gezegd dat er bij een opdracht drie variabelen gelden, en dat je er maar twee van tegelijk kunt hebben: snel, goed en goedkoop. Nu er zo veel tijdsdruk op staat, is deze laatste variabele al gesneuveld, en ik vrees dat als het niet strak wordt aangestuurd, ook de kwaliteit tenonder zal gaan in de haast. Terwijl de Notre Dame een schoolvoorbeeld is van de enorm hoge kwaliteit van de 19e-eeuwse restauratiegolf.

Viollet-le-Duc

In 1844 stond de kathedraal op instorten. Er kwam een uitgebreid restauratieplan onder leiding van de toen nog jonge architect Eugène Viollet-le-Duc. Tijdens die restauratie werden vele details aan de kerk toegevoegd die er nooit eerder gezeten hebben, zoals de spuwers op de balustrades van de twee torens. Latere critici zouden dit wellicht graag weer terugdraaien naar een fase met meer middeleeuwse elementen, maar toch moet gezegd worden dat zowel technisch als artistiek deze restauratie van zeer hoog niveau was. Dit restauratiewerk, plus de geschriften van Viollet-le-Duc, hebben in veel landen een herleving van de gotiek ingeluid: de neogotiek. In Nederland was het vooral Viollet-le-Ducs bewonderaar Pierre Cuypers die deze neogotiek gestalte gaf. Dus met deze erfenis is de Notre Dame zowel belast als verrijkt. Het zet de grondtoon voor de kwaliteit van de huidige restauratie. Je kunt niet tussen het ragfijne neogotische werk een lading lomp en onbeholpen modern werk plaatsen zonder ernstig afbreuk aan de kerk te doen. De taak is om alles op alles te zetten om deze kwaliteit en die van het oorspronkelijke gotische werk te benaderen. Het zal de opdracht van de restauratiearchitect zijn om hierin de kwaliteit hoog te houden.

In kaart brengen

Sint-Janskathedraal, ‘s-Hertogenbosch.
Door Zairon – Eigen werk, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons

De eerste klus zal zijn om alles in kaart te brengen. Wat is er nog over, wat is beschadigd, wat moet er vervangen worden? Ik heb van 1999 tot 2010 meegewerkt aan de laatste grote restauratie van de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch (en ook daarna nog bij kleinere restauratiefasen werkzaam geweest). Bij zo’n restauratie krijgt elke gevel, elk raam, elke steunbeer en elke luchtboog een nummer, en binnen die hoofdonderdelen krijgt ieder stuk natuursteen weer zijn eigen volgnummer. Elk blok staat op tekening en van elk blok is bekend wat ermee moet gebeuren: houden, vervangen of repareren. En dat is dan alleen nog maar het hoofdstuk natuursteen! Het mag duidelijk zijn dat dit een enorme planning vereist. Bij de Sint-Jan werd al in de jaren ’90 gewerkt met het digitaal in kaart brengen van elke gevel. Ook werden de blokken natuursteen toen al 3D in CAD in de computer getekend. Een goed werkmodel en strakke planning zal de leidraad moeten geven voor alle arbeids- en materiaalstromen op en rond de kerk.

Hierbij kan de computer een eerste aandeel leveren: door gevels digitaal in te scannen kunnen de opgenomen gegevens van de inspectie gekoppeld worden aan een database met alle benodigde gegevens. Details als materiaalsoorten, toestand van het materiaal, locatie, afmetingen, volgnummer en vele andere zaken kunnen per onderdeel opgeslagen in deze database.

Lees verder in deel 2 , onder andere over de constructie van een gotische kerk, logistieke knelpunten, vaklui, en meer..,

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Kei en eik-steen en boom

Een keienboom voor de woongroep

Vandaag is in Amersfoort een nieuwe woongroep voor jongeren met een licht verstandelijke beperking feestelijk geopend. Ik ben de laatste tijd (pro deo) betrokken geweest bij een aantal zaken in het nieuwe woonhuis, waaronder de keienboom en de zwerfkei in de tuin. Lees hier↑ een eerder bericht over de kei.

De keienboom was een bijzonder project voor mij, omdat ik allerlei zaken tegenkwam die ik normaal niet doe. Het is een heel verhaal, dus laten we bij het begin beginnen!

De dolle jonker in 1661

kei en eik- het trekken van de Amersfoortse kei op een oude prent

Iedere Amersfoorter kent het verhaal van de dolle jonker en de Amersfoortse kei. Of tenminste, hij/zij zou het moeten kennen. In het kort gaat het zo: Jonker Everard Meyster maakt met zijn studievrindjes een wandeling over de Leusderhei en treft daar een enorme zwerfkei, die uit de grond steekt. Na enige speculatie over de herkomst van die kei gaat de jonker een weddenschap aan dat de kei gemakkelijk te verplaatsen zou zijn. Hij krijgt 400 Amersfoorters zo gek dat ze met veel plezier en onder belofte van veel bier en krakelingen de kei van 7 ton op een kar hijsen en onder gejuich de stad in brengen. Een man verloor nog zijn benen, maar dat mocht de pret niet drukken.

De steen is vervolgens te bezichtigen op de Varkensmarkt. Later schrijft de jonker een spotdicht over de goedgelovige Amersfoorters, waarna de kei uit schaamte begraven wordt. Pas in 1903 wordt de kei weer opgegraven. Tegenwoordig is de kei nog steeds te zien aan het begin van de Arnhemsestraat. Vlakbij de woongroep.

Echte Amersfoortse keien

Amersfoorters hebben sinds die dag de bijnaam ‘Keitrekkers’ en de stad zelf heet ook wel de Keistad. Dus wat was een geschiktere naam voor de toekomstige bewoners dan De Keienklup?

Bij een van de bijeenkomsten van de Klup heeft iedere bewoner een eigen steen beschilderd. En die bleven ergens in een mandje liggen in het huis. Wel jammer, vond het bestuur, en al pratend ontstond er een idee voor een kunstwerk, een boom met deze keien als blaadjes. Kei en Eik.

Wie nou ook alweer wat heeft bedacht weet ik allang niet meer, maar het kwam uiteindelijk in de uitvoering tot een samenwerking tussen mij en schilderes Sandra Nanning, die al heel veel muurschilderingen heeft gemaakt, ook van bomen. Sandra zou een grote boom in het trappenhuis gaan schilderen, en ik zou de stenen vastmaken aan RVS boomblaadjes.

Boomblaadjes maken

Ik kocht een plaat RVS en zaagde daar de vorm van de blaadjes uit. Daarna kwam er een gat in het midden en een vouw over de lengte. Ik klopte de bladhelften rond over een dikke buis om het bladeffect te krijgen, en laste een verlengde moer M8 aan de achterzijde. Daarin laste ik weer een stuk draadeind vast, waarmee ik het blad in de muur kan vastzetten. Het is een wat omslachtige constructie, maar nu heeft elk blad een moer waarin ik een steen kan schroeven.

-klik op een foto voor de diashow-

In elke steen moest een gat geboord worden. En er waren harde bij! Kalksteen kan ik boren zonder te kloppen, maar een stuk graniet kun je niet met een hamerboor boren. Dan breekt-ie in tweeën. Dus heel veel van die stenen heb ik met een diamantfreesje geduldig moeten frezen. 32 stuks, dus ik was wel even bezig.

Een knots van een boom in het trappenhuis

kei en eik-steen en boomSandra ging vervolgens aan de slag op de achtermuur van het trappenhuis. Ze schilderde één grote boom, vanaf de begane grond doorlopend tot de tweede verdieping. Hij liep ook over in de twee zijwanden, zodat hij goed imposant aanwezig is. Onderin staan de namen van de initiatiefnemers van het project en van de architect en de eigenaren van het pand die er zoveel werk in hebben gestoken.

Op de eerste verdieping een gedicht over de boom die zo goed kon loslaten. En over de bovenste twee verdiepingen de keien van de bewoners, kriskras door elkaar, elk op hun eigen roestvrijstalen boomblad.

kei en eik-boom en steen2

Mocht het nodig zijn dan kunnen ze er weer uit geschroefd worden, en er zijn nog vier plekken over voor toekomstige bewoners.

De Boom in het bos

De boom in het bos

liet in de herfst alles los

Alles liet hij gaan

Hij fluisterde zacht:

‘loslaten is nodig

kei en eik, steen en boom3om sterker in het leven te staan’gedicht op boom

 

 

 

 

Plaatsing van de kei met huisnummers

kei en eik- kei getakeldEen week eerder heb ik hier ook de zwerfkei geplaatst die ik onlangs heb voorzien van huisnummers. De kei kwam in de voortuin, naast de ingang. Ik had de bijna 500 kg zware kei achterin mijn bestelautootje vervoerd. Ik kon hem met een motorbloktakel die ik in een aanhangwagen had meegenomen eruit takelen. Daarna was het alleen nog een kwestie van planken leggen en hem in de tuin planten.

kei en eik-plaatsing van de kei2

 

 

kei en eik- zwerfkei geplant

Kei en eik

kei en eik- eikenboom planten

Deze kei was niet het enige dat geplant werd; later die week werd nog een jonge eikenboom (Quercus Robur) aangeplant als dank aan de architect en de twee projectontwikkelaars. Omdat een eik hier wel 450 jaar oud kan worden hopen we dat zowel de woongroep als de eik een lang leven beschoren zijn.

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Thomas van Aquino, deel 2: zagen

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Twee grote blokken zandsteen

1. Twee grote blokken Udelfanger zandsteen: 1 voor Thomas van Aquino, 1 voor de engel van Serge

Twee grote blokken

Het werk aan de kopie van het beeld van Thomas van Aquino is eindelijk aangevangen. Ik had enige tijd eerder twee grote blokken Udelfanger zandsteen binnen gekregen: een om er twee engelen uit te zagen en een blok waar ik de twee delen van het Thomasbeeld voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch uit moest halen. Dus de eerste stap was beide blokken met de diamantkettingzaag in tweeën te delen.

Th. van Aquino, deel 2: zagen. Met de kettingzaag gehalveerd blok

2. Het blok is gehalveerd met de kettingzaag

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Onderlijf voorzagen

3. Het zagen van het onderlijf

Thomas voorzagen

Hierna ben ik met mijn kopieerzaagmachine het onderlijf van Thomas gaan voorzagen. De scheidslijn van de twee delen moest immers bij zijn kap komen, zodat deze bijna niet zichtbaar is. Ter herinnering: in een eerder artikel beschreef ik dat het oude beeld was gemaakt uit één stuk steen, waar de lagen verticaal in lopen. Omdat het wenselijker is als de lagen horizontaal door het beeld lopen (dan kan er niet in één keer een grote plak naar beneden vallen bij verwering) wordt dat bij dit beeld anders. Maar de groeve heeft geen banken waarin de steen hoger is dan 120 cm. Daarom moest de kop uit een apart stuk.

Vanwege de grote kleurverschillen tussen afzonderlijke blokken Udelfanger zandsteen kreeg ik een heel groot blok waar ik de twee delen uit moest halen. Hieruit zaagde ik het lijf en het hoofd van Thomas.

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Bovenlijf gezaagd.

4. Het bovenlijf is gezaagd uit de tweede helft

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Voorhakken kop en lijf

5. De kop en het lijf worden grof voorgehouwen

Aaneen passen van de twee delen

Vervolgens moesten die twee voorgezaagde delen van kop en lijf op elkaar passend gemaakt worden. Het was nog niet zo makkelijk, omdat de scheidslijn niet recht loopt. Deze volgt de golvende lijn van de kap en moet hoger bij de rechterhand, omdat er anders een voegnaad door de knokkels zou lopen. Deze schuine vlakken moeten goed op elkaar aansluiten. Hiervoor moest eerst duidelijk zijn wat waar zit, en daarvoor moest ik de twee delen al een heel stuk voorhakken. Ik hakte het bovenlijf en het onderlijf al een heel stuk in de goede richting, zodat ik kon zien waar de scheidslijn kwam te lopen. Vervolgens kon ik de voegvlakken opzoeken.

Thomas van Aquino, deel 2: zagen. Voegvlakken passend maken

6. De voegvlakken worden passend gemaakt

Th. van Aquino, deel 2: zagen. Kop en lijf verlijmd.

7. de twee delen zijn verlijmd

Voegvlak

Doordat ik de scheidslijn op beide stukken zichtbaar had gemaakt, kon ik het voegvlak aftekenen en de overtollige steen weghakken. Door steeds de stukken op elkaar te passen en af te tekenen kon ik uiteindelijk een strakke naad bereiken. Toen de passing goed genoeg was, tekende ik af waar ik de RVS pennen wilde zetten en boorde vier gaten. Twee gaten in elk stuk, zodat ik met sterke epoxylijm twee dikke draadeinden in de delen kon verlijmen. Ook het voegvlak zelf werd met een gepaste ademende mortel verbonden. Je mag namelijk nooit een horizontaal lopend dicht lijmvlak maken op een beeld in de buitenlucht. De steen kan boven de dichte lijmnaad zijn vocht niet kwijt en gaat boven de lijmnaad rotten.

Serges engel

engel voor de Sint Janskathedraal kopiëren

Het andere blok is ook gehalveerd. Uit de ene helft is deze engel gezaagd voor Serge

Mijn collega Serge had ook een opdracht in Udelfanger zandsteen voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Aan hem was gevraagd of hij deze engel wilde kopiëren. Hij heeft er al eerder een gemaakt en vroeg mij of ik ook deze weer wilde voorzagen. Bij deze.

Lees binnenkort meer over het vervolg van dit project.

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Welke diamantkettingzaag voor welke klus?


Mijn diamantkettingzaag

Ik heb een blok blauwe sodaliet gezaagd met mijn diamantkettingzaag. Omdat het nogal kostbaar materiaal is, kon ik met deze methode een flink stuk apart houden. Als ik het beeld op de normale manier had gemaakt met de haakse slijper, vuisthamer en puntbeitel, dan had ik een aantal kruiwagens met duur puin overgehouden. Dus in dit geval kwam de kettingzaag goed van pas. Maar ik kloof of zaag eigenlijk zelden grote blokken steen. Ik heb deze zaag eigenlijk gekocht om blokken te verwijderen uit monumentale gebouwen, of zwaar verankerde beelden los te zagen van hun fundering.

De diamantzaag die ik in 2015 uitkoos was een Cardi Coccodrillo35. Maar wat voor typen zijn er eigenlijk, waarvoor gebruik je ze, en wat is de beste voor welke klus?

Benzinemotor

ruw blok steen voor de Dom van Aken. Met diamantkettingzaag een doorsteek gemaakt

diep zagen in kleine hoekjes

Het eerste type diamantkettingzaag voor steen en beton kwam van het Amerikaanse bedrijf ICS. De oudere types liepen op extra vette mengsmering, waren zwaar en lawaaierig en stikten vaak door een nat luchtfilter, veroorzaakt door de waternevel die de ketting opwierp. Ik mag hopen dat zij dit nu verholpen hebben. ICS heeft ook de eerste diamantketting ontwikkeld, en maken die nu ook nog voor een heleboel andere fabrikanten. ICS heeft meerdere benzineversies in de aanbieding en maakt verschillende soorten kettingen.

Daarna kwam ook Husqvarna met een eigen machine. Zij maken natuurlijk al heel lang benzinemotoren voor kettingzagen en ook voor doorslijpmachines, dus het sloot goed aan bij hun eigen gamma aan machines. Ik weet verder geen bijzonderheden. De prijs ligt rond de 3400 euro.

Daar kon concurrrent Stihl natuurlijk niet bij achterblijven. Ook zij hebben hun eigen versie ontwikkeld, plus een eigen ketting met twee keer zo veel diamant erop.

Hydraulische aandrijving

Nou maakt een benzinemotor vrij veel herrie en stank, en de trekkracht bij lage toeren is niet geweldig. Daarom heeft ICS al snel ook een hydraulisch aangedreven versie gemaakt, in drie typen. De hydrauliek wordt geleverd door een apart hydrostation. Dit hydrostation heeft natuurlijk ook voeding nodig, en dat kan zijn via een benzinemotor (toch weer herrie en stank) of met een elektromotor op krachtstroom (en dan heb je dus een 400 Volt-aansluiting nodig). De oliedruk loopt naar de zaag via twee dikke zware hydrauliekslangen. Deze zijn stug en maken de bediening erg zwaar omdat ze continu tegenwerken.

Elektrische kettingzagen

Dan zijn er sinds een paar jaar ook elektrische diamantkettingzagen. Ik heb dus de hierboven getoonde Cardi Coccodrillo35, van het Italiaanse merk dat ook waterboren en muurzagen maakt. Hij werkt op 230 Volt bij 3420 Watt.

Maar het Duitse merk Dr. Schulze (als er Herr Doktor voor staat dan moet het wel goed zijn!) heeft er een concurrent voor gemaakt die op zowel 230 Volt als op 400 Volt werkt. Voor dat laatste heb je dan wel een aparte omvormer nodig, maar dan verbruikt hij ineens 6500 Watt, dus een stuk sterker op 3-fasenstroom. Dr. Schulze gebruikt deze zelfde motor ook voor hun doorslijper en hun ringzaag. Opvallend is dat deze machine ook een soort snelspanknop heeft en een handvat dat in allerlei standen te verstellen is. Elektrische diamantkettingzagen zijn een stuk stiller, maar niet noodzakelijk lichter dan benzinemotoren.

Pneumatische betonkettingzaag

Voor toepassingen waar vonken wegens brandgevaar absoluut ongewenst zijn is er ook een versie op lucht beschikbaar. ICS levert er zo een, in te zetten op plekken waar bijvoorbeeld veel leidingen lopen.

Voor- en nadelen van de verschillende typen

Sterk en licht

beeldhouwer Koen van Velzen zaagt beeld Mozes van Lambertuskerk in Veghel los met betonkettingzaag / diamantkettingzaag

beelden loszagen met de kettingzaag

Ik wil niet beweren dat ik alles weet van de verschillende soorten diamantkettingzaag. Ik heb in het verleden gewerkt met hydraulische zagen van ICS, met een oudere benzineversie van ICS die steeds stikte en erg lawaaierig was en stonk, en nu dus met mijn eigen elektrische zaag. Maar kort gezegd: benzinezagen zijn erg flexibel in gebruik omdat ze alleen een watervoorziening nodig hebben. Dat kan al met een tank en een pomp, al zal die pomp dan ook weer op een aggregaat of een benzinemotor moeten lopen. Het wordt al een stuk makkelijker als er gewoon een waterleiding voorhanden is. Nadeel is dus de herrie en de stank. Voor dat laatste kun je de brandstof aanpassen, dat scheelt al wat. Maar als je, zoals ik toen in Nijmegen aan de Stevenskerk, urenlang achtereen moet zagen in een dicht bebouwde omgeving, dan kun je het anderen en jezelf niet aan doen om midden in de stad te gaan zagen. Stihl was mijn keuze geweest als ik een benzinezaag had gewild, omdat ik al heel veel met Stihl heb gewerkt (houtkettingzagen, heggescharen en bosmaaiers), en onder de indruk was van hun kwaliteit. Daarbij is hij ook nog eens vrij licht in gewicht.

Veel kracht en diep zagen

Dan is de hydraulische versie al een stuk stiller. Je hoort hem duidelijk, maar niet oorverdovend. Met het hydrostation op benzine is er al wat meer herrie. Deze machine is eigenlijk vooral geschikt voor werk op een goed georganiseerde bouwplaats. Je kunt heel diep zagen met de hydraulische versie en hebt veel vermogen, maar het is met het grote powerpack voor de oliedruk gewoon niet makkelijk te verplaatsen. Zeker niet als je op krachtstroom werkt. Ik heb altijd een hekel aan deze machines gehad omdat de zware hydrauliekslangen het werken zo zwaar maken. Ik was altijd aan het zoeken naar plekken waaraan ik ze kon ophangen met een eind touw of ik had ze over mijn schouder geslagen. Wel is het een heel betrouwbare machine; er kan weinig aan kapot. Hij kan tegen een stootje en kan zelfs onder water nog prima zijn werk doen.

Geen vonken

De pneumatische versie van de diamantkettingzaag is me niet bekend, maar afgaand op alle luchtdrukapparatuur lijkt me dat deze bij lage toeren niet veel kracht meer over houdt. Een groot luchtverbruik leidt ook altijd tot een koeleffect, dus ik vraag me af hoe dit werkt bij lagere omgevingstemperaturen. Misschien dat je er dan een luchtdroger bij nodig zult hebben. En je zult een grote dieselcompressor moeten huren. Ik verwacht dat deze ook een behoorlijk luid gierend lawaai maakt.

Geen stank en flexibel

Mijn elektrische versie was voor mij de uitkomst. Hij is natuurlijk niet stil, maar véél minder herrie dan een benzinemotor. Je kunt minder snel zagen dan met sommige benzine- en hydraulische zagen, omdat je minder vermogen hebt. De versie van Dr. Schulze belooft verschillende opties voor kettingen en zwaard. Maar een elektromotor van 3500 watt is geen licht dingetje, dus hij valt net zo zwaar of zwaarder uit dan met een benzinemotor.

Kettingen en snelspanner

Bij Stihl hebben ze hun eigen zwaard en ketting ontwikkeld, al hoor ik wel dat een ketting met diamant op elke schakel niet altijd handig is: soms slijt de ketting zelf sneller dan de diamant, en dan ben je dus te duur uit. Bijvoorbeeld als je zandsteen of baksteen zaagt. Dat is de reden dat ICS verschillende kettingen uitbrengt, bijvoorbeeld voor baksteen, vers beton, hard beton, graniet en een economische versie.

Nu rekt een diamantketting echt heel snel uit. Je bent tijdens het zagen voortdurend aan het controleren of de spanning nog goed is. Een te strakke ketting trekt het zwaard krom en klemt dus in de zaagsnede, een te losse ketting kan eraf lopen of gaat ook ‘zoeken’ in de zaagsnede. Hij moet zo los hangen dat de schakels aan de onderzijde van het zwaard net niet meer in de rails hangen. Als de motor aantrekt is het dan precies goed. Spannen is een vervelende klus: je moet steeds de twee moeren die je net strak hebt aangedraaid weer losdraaien, dan een lastig te bereiken sleufmoer achter de ketting aandraaien en tenslotte weer de twee borgmoeren vastdraaien. Bij Mito hebben ze daar wat op gevonden: een snelspanner bovenop de diamantkettingzaag. Deze machine komt van Chicago Diamond Supply en werkt op hydrauliek, maar ik denk dat er snel meer zullen volgen.

Ook Dr. Schulze heeft iets in die richting, dacht ik te zien. Helaas geen video’s hoe dat ding werkt.

Toepassingen voor de diamantkettingzaag

Ik gebruik mijn diamantkettingzaag voor het loszagen van stukken steen en beelden, als ik dieper wil zagen dan de 7 cm van mijn haakse slijper. De laatste keren waren bijvoorbeeld diepe zaagsneden in hardstenen kruisbloemen, het verkleinen van tufstenen kantbloemen, zagen achter de rug van Noach, en om Mozes en Aaron los te zagen van de muur, en om een sokkel te verwijderen.

In de restauratie wordt het gebruikt om grote stukken uit een gevel te halen met minimale schade eromheen. In de bouw gebruiken ze het voor allerlei aanpassingen aan bestaande gebouwen, al zijn daar ook grote cirkelzagen en draadzagen veel in gebruik.

Tabel

tabel kettingzaagmachines

-klik op de afbeelding voor dit bestand in pdf-

Update 2 april 2019: Kennelijk kan het allemaal een stuk goedkoper als je ook even in Duitsland gaat shoppen (bijvoorbeeld de Cardi Coccodrillo kost daar € 1988,45 incl btw!)

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Een zwerfkei met huisnummers


Huisnummers in een zwerfkei

zwerfkei met huisnummer- ruwe steen

Ik kreeg onlangs een verzoek of het mogelijk was om een zwerfkei met huisnummers te maken. Natuurlijk kan dat! Dus ik toog naar een tuinmaterialenhandel en kocht daar een fikse kei van een meter breed. Hij kon nog net achterin mijn bestelautootje, want hij weegt ruim 400 kilo. Dan moet je geen botsing krijgen onderweg. Als-ie zwaarder was geweest dan had hij met de vrachtwagen vervoerd moeten worden.

Ik zou de huisnummers 1-3-5 erin hakken, voor een woongroep voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Daarom koos ik een levendig lettertype. De kei is van rood graniet, waarschijnlijk een soort Multicolour Red. Maar een zwerfkei is niet dezelfde kwaliteit steen als bij de natuursteenhandel. Je moet altijd maar zien of je binnenin geen scheuren tegenkomt.

Polijsten

zwerfkei met huisnummer- oppervlak van de cijfers gepolijst

Ik begon met het polijsten van de plek waar de nummers moeten komen. Als ik daaromheen dan het oppervlak van de steen verlaag, krijg ik opliggende of verheven letters/cijfers. Als ik de huisnummers gewoon ín de steen hak, dan worden het verdiepte letters/cijfers.

Het lastige is hierbij het oppervlak van de steen. Het is door de natuur gevormd en onregelmatig. Als het nat is, is het donker en als het droog is weer lichter. Dat betekent dat bij nat weer het gepolijste oppervlak van de cijfers wegvalt tegen de achtergrond. Bij droog weer is het goed leesbaar.

Plakken en hakken

zwerfkei met huisnummer- papieren cijfers erop geplakt

De woongroep heeft de huisnummers 1, 3 en 5. Ze delen één ingang. De steen moet bij de ingang komen liggen en dus alle drie huisnummers weergeven. Nu staan de huisnummers nog op een A4’tje achter het raam, maar omdat de woongroep in Keientrekkersstad Amersfoort staat, is het een veel beter idee om deze op een kei weer te geven.

zwerfkei met huisnummer- begonnen met hakken van de husinummers

Ik had de cijfers op 21 cm hoogte uitgeprint op papier en dat op de steen geplakt. Nu kon ik dwars door het papier heen de cijfers in de steen hakken. Vervolgens hoefde ik alleen nog de achtergrond omlaag te brengen totdat de nummers er bijna 2 cm bovenuit staken. Rood graniet is behoorlijk hard, maar het ging allemaal vrij aardig; de steen had bijna geen materiaalfouten.

Achtergrond omlaag brengen

bouchardbeitel voor natuursteen

Toen alle contouren gehakt waren, moest de steen er tussenin nog omlaag gebracht worden. Dat kan eenvoudig met een bouchard, een soort blokvormige beitel met piramidepuntjes. Dit vergruizelt het oppervlak van de steen en laat een ruwe huid achter.

zwerfkei met huisnummer- oppervalk gebouchardeerd

Om dit dichter bij het oorspronkelijke oppervlak van de steen te laten passen heb ik hierna met een roterende staalborstel alle scherpte weggepoetst. Na een aantal jaren verwering zul je gaan merken dat de steen weer één geheel is, met de letters er duidelijk bij afstekend. Nu is de gebouchardeerde plek nog lichter, maar dat zal na verloop van tijd naadloos in elkaar overgaan.

Vergulden of niet?

zwerfkei met huisnummer- huisnummers klaar

Helaas blijkt dat bij nat weer alles dezelfde kleur krijgt. Dus ik heb me het hoofd zitten breken over een oplossing. Ik dacht aan schilderen of vergulden. Als het gepolijste oppervlak van de cijfers met bladgoud verguld wordt, dan springen ze er ook bij regen en avondschemer duidelijk uit. Maar we zijn er nog niet uit of dat wel past bij het informele karakter van de woongroep. Ik ga de steen binnenkort plaatsen en dan zien we wel of er nog een keer een aanpassing moet komen.

Dit was een klein (pro Deo-) klusje tussendoor. Nu weet ik weer wat nieuws: hoe je een zwerfkei met huisnummers maakt. Het is geen beeldhouwwerk en letters hakken doe ik niet vaak, maar dit was toch wel even leuk om te doen. Ik werk graag in graniet, het is een robuust materiaal. Binnenkort de foto’s van de plaatsing.

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

De boog der zeven zonden

luchtboogbeelden 'De Zeven Zonden' oud, opgesteld op het erf.

Wij, beeldhouwers

Er komt weer een leuk project aan! Zoals je wellicht weet zijn we al een paar jaar aan het werk voor de Eusebiuskerk in Arnhem. Wie zijn we? Nou ten eerste ikzelf natuurlijk, Koen van Velzen, restauratiebeeldhouwer, aangenaam. Ik werk samen met mijn collega Stide Vos, die een werkruimte vlak naast mij huurt. En aan dit project heeft het afgelopen jaar ook de nieuwste aanwinst Jelle Steendam gewerkt. Hij werkt op mijn terrein, als zelfstandig beeldhouwer, in overleg met mij aan diverse beeldhouwwerken.

Zeven Zonden

luchtboog 32 van de Eusebiuskerk is klaar en opgesteld

de eerste luchtboogbeelden van de tweede reeks worden intussen geïnstalleerd

We hebben nu acht luchtbogen afgerond, maar er zijn er nog 7 met beeldhouwwerk aan de Eusebius. Vandaar dat ik nu de volgende reeks van 7 beeldjes binnen kreeg, voor luchtboog 24. Het thema van deze boog is ‘De Zeven Zonden’.

Een interessant thema, dat bij mij als beeldhouwer meteen allerlei plaatjes oproept. Want hoe verbeeld je de Hoogmoed, of de Woede, of de Afgunst? Dit soort dingen is ook heel interessant als je net als ik een verhalenverteller bent. De meeste mensen kennen me misschien niet op die manier, maar ik ben dol op verhalen.

Gelukkig bleek deze reeks ook voor de oorspronkelijke beeldhouwer een interessante uitdaging. Want wat wij ermee gaan doen is kopiëren. Geen nieuwe ontwerpen deze keer. Het is waar, drie van de beeldjes missen een arm, maar voor de rest zijn ze nog heel erg duidelijk.

Gebroken

De Zeven Zonden: de Wellust, gebroken oud beeldje van geïmpregneerde tufsteenWe kregen ze binnen, verpakt in houten kratten met een net eromheen gewikkeld. De reden daarvoor is een lastige kwestie, en het is me zelfs na een heel aantal gesprekken niet duidelijk waar het precies is misgegaan met deze beeldjes. In het kort: De beeldjes met deze Zeven Zonden zijn van tufsteen en gemaakt in 1955. In de jaren ’90 zijn ze gaan verweren, en heeft men ze willen conserveren door middel van de impregnering met acrylhars, tot in de kern. Lees hier↑ meer over dit procedé. Het is een prima proces, zij het redelijk kostbaar, maar bij deze beeldjes is er iets compleet misgegaan. Op de een of andere manier zijn ze gaan uitzetten, en ze doen dat nog steeds. Er verschenen diepe scheuren, en opeens begonnen er stukken omlaag te vallen. Om erger te voorkomen zijn toen snel alle beelden gedemonteerd en in kisten opgeslagen. En zelfs in die kisten bleven ze uitzetten en breken.

Plakkerdeplak

luchtboogbeelden 'De Zeven Zonden' worden verlijmd door Jelle Steendam op het erf van Beeldhouwerij van Velzen

Dus het eerste waar Jelle nu mee begonnen is, met mijn hulp, is het uitpakken en verlijmen van deze beelden. De stukken zijn vlijmscherp maar passen nog redelijk goed. Na al het uitpakken en lijmen hadden we zeven goed herkenbare beelden op een rij. Volgende stap is het reconstrueren van ontbrekende delen aan de hand van oude foto’s (als je nog oude foto’s hebt van de Zeven Zonden, met name van De Vraatzucht, De Gierigheid of De IJdelheid, dan houd ik mij aanbevolen!).

Ik heb er al enorm zin in hier weer iets moois van te maken!

luchtboogbeelden 'De Zeven Zonden' oud, opgesteld op het erf.

wellust-afgunst-hoogmoed-vraatzucht-woede-gierigheid-ijdelheid

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Kruisbloemen en kantbloemen, voor Eusebius en Dom

kruisbloemen in Muschelkalk voor de EusebiuskerkKruisbloemen voor de Eusebiuskerk

We zijn bezig met de afronding van drie projecten: de eerste helft van de Eusebiuskerk in Arnhem is bijna klaar, de laatste stukken van de Sint-Janskathedraal zijn voltooid, en ook de laatste hogels voor de Zuiderkapel van de Utrechtse Domkerk staan ingepakt klaar voor verzending. De kruisbloemen hierboven op de foto zijn voor de zuidzijde van de Eusebiuskerk. Het zijn vrij eenvoudige hogels in Franse Massangis-kalksteen, met een na-oorlogse vormgeving, maar ze zullen goed aftekenen met hun strakke lijnen. Het zijn er maar een paar, en het is zogenaamd ‘inboet’-werk: beschadigde exemplaren van kruisbloemen en hogels worden losgezaagd en op die plek wordt een nieuw exemplaar ingebracht. Dinsdag 19 februari was ik op de steigers bij de kerk om nog een paar van deze hogels ter plekke te hakken. Altijd leuk, zo’n steigerbezoek.

Mijn eigen werk was nog niet op de kerk geplaatst, op het beeld ‘De Nacht’ na, maar dat zat nog helemaal tussen de steigerplanken in. Stides koppen in Muschelkalk waren echter duidelijk te zien, een lust voor het oog.

Jelle en ik zijn de ochtend aldaar gestart met het opmeten van de volgende 7 luchtboogbeelden. Helaas zijn er veel ernstig beschadigd. Ik hoop dat ze niet al te veel werk nodig hebben om als model te dienen voor de kopieën!

Tufstenen kantbloemen voor de Domkerk

oude kantbloemen klaar voor transport- een toegetakeld stel

De laatste kantbloemen voor de Utrechtse Domkerk zijn hier nu ook klaar voor transport. Het was een leuk project: 29 kanthogels in nieuwe tufsteen maken voor de Zuiderkapel, aan de kant van de binnentuin, de Pandhof. Dit hebben we met zijn drieën gedaan, Stide en ik elk ongeveer 6 per man en Serge de rest.

Ik heb met de kettingzaag de oude kantbloemen deels ontdaan van de zware reststukken, zodat ze in opslag genomen kunnen worden. Maar ik moet erbij zeggen dat dit soort oude blokken snel verweert als het eenmaal beneden op pallets ligt. Kennelijk kan het boven op de kerk wel natregenen, maar is het ook heel snel weer droog. Hier op de grond blijven ze veel langer nat en hebben de oude stukken ook van de vorst veel meer te lijden.

Steigerbezoek op Valentijnsdag

We hopen nog meer voor deze kerk te maken, ergens in de toekomst. Zo zijn we er laatst al weer een keer heen geweest om de eerste blokken op hun plek te zien, en hebben we op Valentijnsdag een blik kunnen werpen op een uitgelaten Utrecht in de stralende zon. De terrassen zaten vol vanwege het ongekend warme februarizonnetje, en ook wij zelf keken met een uitgelaten gevoel over Utrecht uit en naar de Domtoren aan de overkant. Laat maar komen die kerk!

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Beeld ‘De Nacht’ voor de Eusebiustoren


Laatste fase van de toren

Het werk aan de toren van de Eusebiuskerk nadert de afronding. Eigenlijk zijn de beelden van De Dag en De Nacht nog de laatste stukken waar met klem op wordt gewacht. Daarom denk ik dat er een diepe zucht van opluchting vanaf de kerktoren kwam toen ik deze week De Nacht had afgerond. De toren, en een deel van de kerk, moet immers uit de steigers zijn als er dit najaar een herdenking wordt gehouden van de Slag om Arnhem, 75 jaar geleden. Maar dit beeld is niet het enige dat nog moest gebeuren. Zo ben ik aan het hakken geweest voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch, voor de Utrechtse Domkerk, nogmaals voor de Sint Jan, en de luchtboogbeelden voor de Eusebiuskerk zelf moeten ook nog op tijd klaar zijn.

Dag en Nacht

Dit hoekbeeld zit op zo’n 15 meter hoogte en is oorspronkelijk gehouwen in tufsteen door Eduard van Kuilenburg. Het maakt deel uit van een paar: er is een man met een haan die zijn handboeien verbreekt en met een dweil zwaait (of moet het een fakkel voorstellen?), en ook deze vrouw met een nest uilen dus. De Dag en De Nacht. Deze wulpse jonge dame zit met de linkerhand in haar haar, op één knie, met in de rechterhand een stok. De bedoeling van de stok is mij niet duidelijk, of het moet een gedoofde kaars zijn. De uilen moeten het nachtleven verbeelden, de haan en de verbroken boeien de dageraad. Ik neem aan dat hij een fakkel dooft en niet van plan is om te gaan dweilen, want hij heeft geen emmer bij zich.

Voorzagen

Het reliëf is het grootste blok dat we in de afgelopen jaren voor deze kerk onderhanden kregen: bijna 1m³. Vanwege de tijdsdruk besloten we weer gebruik te maken van de kopieerzaagmachine, maar het blok was zo groot dat het niet eens kon ronddraaien op de draaischijf van de machine. Ik moest er een aantal hoeken afzagen zodat het wel paste. Het waren wel net die hoeken die uiteindelijk in het metselwerk ingebed worden, dus je zult er niets van zien. Met dit voorzagen bespaar ik me dagenlang meetwerk, zodat ik vrij vlot al heel veel op het oog kan hakken. Ook scheelt het me heel veel grof hakwerk en zagen met een haakse slijper, zodat ik veel minder van het zware werk hoef te doen. Ik heb bovenin het nieuwe blok twee RVS draadeinden M16 verlijmd waar ik een hijsoog kan opschroeven, zodat het blok makkelijk te verplaatsen was. Ook makkelijk op de steiger straks voor de restauratiemetselaars.

Voetjes

Het blok nieuwe Muschelkalksteen van ruim 1800 kilo werd geleverd door de Steenhouwerij, die ook de profielen erop maakte. Helaas is de steenhouwer ietwat voortvarend geweest, waardoor ik wat steen miste voor de tenen van de dame. Daarbij kwam dat het originele beeld een dame was met een unieke anatomie. Haar knie stond recht vooruit, maar haar voet naar de kijkers thuis gericht. Dus ik heb van de nood een deugd gemaakt en meteen de gelegenheid te baat genomen om de linkervoet een wat logischere stand te geven. De rechtervoet miste ook heel wat steen, maar toch kon ik die er nog heel aardig uit krijgen door hem meer naar achter te leggen en iets vlakker te plaatsen. Als je het origineel er niet naast legt valt het niet meer op. Het was een interessante uitdaging en uiteindelijk erg naar mijn zin gelukt (zie de diashow hieronder voor de plaatjes).

Nest uilskuikens, afwerking

Bij haar rechterschouder hangt een uilenmoeder met haar nest met twee jongen. De uilskuikens zien er aandoenlijk uit, met hun verbaasde blik.

Ik heb het hele beeld met een brede tandbeitel afgewerkt, en daarna het lijf van de jongedame met een grove rasp gladder gemaakt, zodat de beitelsporen nog net zichtbaar zijn voor een levendig effect. Haar haren en ook de veren van de uil heb ik met het tandijzer geaccentueerd.

Beeld De Nacht door Eduard van Kuilenburg- nieuwe kopie in MuschelkalksteenBeeld De Nacht door Eduard van Kuilenburg- nieuwe kopie in Muschelkalksteen

Kip zonder kop

Het beeld van De Dag was er behoorlijk wat slechter aan toe dan De Nacht. De haan en de man misten hun hoofd, en ook de hand met de fakkel ontbrak. Vandaar dat ik eerst een aantal onderdelen moest reconstrueren voordat ik kon gaan voorzagen. Ik boetseerde de hals en kop van de haan met plastiline en ook de hand stond er vrij snel op. Het lastige was de stand van de originele hand, want op de enige foto die ik had stonden de vingers in een bijna onmogelijke houding. Maar de kop was meer een uitdaging. Deze jongeling had namelijk nogal een groot hoofd. Ik had een stuk harde pirschuim op de schouders gelijmd en vandaaruit ben ik gaan zoeken naar de juiste grootte, stand en vorm van het hoofd.
Telkens heb ik geprobeerd met foto’s mijn progressie te vergelijken met het originele plaatje. Uiteindelijk besloot Stide dit beeld te gaan hakken en dus heeft hij er de laatste hand aan gelegd. Zie de galerij hieronder voor een impressie.

Galerij -klik op een miniatuur voor de hele foto-

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑

Ornamentwerk voor de Domkerk en de Sint Jan-2

Wimberg

Misschien weet je het nog: ik heb afgelopen jaar een paar keer ornamenten en zelfs steenhouwwerk gemaakt voor de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch.

De blogberichten vind je onder deze koppen: Steenhouwwerk en ornamenten voor de Sint-Janskathedraal, Eindelijk weer een update! en Ornamentwerk voor de Domkerk en de Sint Jan.

Onlangs kreeg ik weer een nieuwe partij ornamentwerk binnen, waaronder weer een identiek wimbergblok voor dezelfde steunbeerpinakel van de Sint Jan. Het eerste blok heb ik zelf helemaal gehouwen, inclusief steenhouwwerk. Het tweede blok werd voorbewerkt door steenhouwer Mike Slotboom van Slotboom Steenhouwers in Winterswijk en het ornamentwerk werd gedaan door mijn collega Serge. Deze derde keer werd het blok voorbewerkt door drie jonge steenhouwers van Slotboom Steenhouwers, die er allemaal vreselijk hun best op gedaan hebben, en ik maakte weer de ornamenten: de hogels.

pallet met beeldhouwwerk op de beeldhouwerij

Samen met mijn collega’s

beeldhouwerij met veel projectenVoor grotere projecten werk ik samen met mijn collega’s Stide Vos en Serge van Druten. We zijn alle drie opgeleid als restauratiebeeldhouwer bij onze toenmalige werkgever Beeldhouwerij Mooy in Amersfoort. Daar hebben we zo’n 15 jaar samengewerkt, zodat we elkaar heel goed kennen en met elkaar overweg kunnen.

Eigen baas in de beeldhouwerij

We zijn alle drie als zelfstandig restauratiebeeldhouwer verder gegaan, maar houden veel contact omdat het zo’n ontzettend klein wereldje is. Voor deze tak, het houwen van ornamenten en beelden in nieuwe steen voor voornamelijk kerken en kastelen, zijn er nu nog drie restauratiebeeldhouwers fulltime werkzaam. Naar mijn weten. Het is altijd een klein clubje geweest en dat is ook nooit veel groter geweest; er zijn tijden dat al het werk tegelijk lijkt te komen en tijden dat we eigenlijk niet genoeg werk hebben om aan de gang te blijven. Vandaar dat we ook ander werk maken, zoals vrij beeldhouwwerk, reliëfs, bronzen beelden, gevelstenen, reparaties, grafmonumenten, werk voor andere beeldhouwers en nog veel meer.

Jelle begint aan een luchtboogbeeld

Onlangs is Jelle Steendam bij mij in de beeldhouwerij komen werken om de drukte op te vangen en zijn vakkennis te vergroten. Dus dat maakt vier man in Nederland. Er zijn natuurlijk nog heel veel andere beeldhouwers in steen en ik ken ook wel enkele restauratiebeeldhouwers, maar die kom ik in mijn eigen genre zelden tegen.

Domkerk

overzicht Westgevel Zuiderkapel Domkerk Utrecht

Overal waar de nummers staan moeten de kantbloemen vervangen worden

Nu werken we dus voornamelijk samen met beeldhouw- en ornamentwerk voor de Utrechtse Domkerk en de Eusebiuskerk in Arnhem. Vooral Serge en Stide hebben al veel tufstenen kantbloemen gemaakt voor de Domkerk, maar zelf heb ik tussen alle andere werk door ook een paar bloemen gehouwen in tufsteen. Hiernaast een plaatje met de drie gotische spitsbooggevels, met een driehoekige lijst erboven. Langs die lijst zijn 12 bloemen geplaatst, en met tweeëneenhalve gevel maakt dat samen 30 bloemen. Een valt er af, dus we maken er 29. Dit is in totaal maar een fractie van wat er aan deze prachtige kerk te vinden is.

Galerij -klik op de miniatuur voor de hele foto-

Sneeuw

Het was koud in de beeldhouwerij, maar het is wel beeldschoon en we kunnen ons er op kleden. Zolang we in de pauze maar goed kunnen opwarmen hebben we er geen enkele last van.

 

Beeldhouwerijblog.nl is het blog van Koen van Velzen, beeldhouwer in steen en brons. Zie ook mijn website: beeldhouwerijvanvelzen.nl

Volg me op Instagram↑
en op Twitter↑

en op YouTube↑